Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-6823 Zaaknummer: C/09/691351 Datum beschikking: 22 oktober 2025 Voorziening in de voogdij in verband met overlijden gezagsdrager (artikel 1:253g BW) Beschikking op het op 9 september 2025 ingekomen verzoekschrift van: de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden, hierna: de raad. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [belanghebbende] , hierna: [belanghebbende] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - de kennisgeving van overlijden ex artikel 1:301 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van de gemeente Amsterdam, ontvangen op 22 augustus 2025; - het verzoekschrift, met bijlagen waaronder de bereidverklaring van [belanghebbende] en de akkoordverklaring van de minderjarige [de minderjarige] . Op 6 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [belanghebbende] ; [naam] namens de Raad. Verzoek Het verzoek strekt ertoe [belanghebbende] te belasten met de voogdij over [de minderjarige] , met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Feiten - [de moeder] en [belanghebbende] hebben een affectieve relatie gehad. - Tijdens die relatie is uit [de moeder] (hierna: de moeder) op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] [de minderjarige] geboren. - [de minderjarige] woonde tot het overlijden van de moeder samen met haar moeder en [belanghebbende] als gezin op één adres. - De moeder is op 9 augustus 2025 overleden. Beoordeling De moeder was tot aan haar overlijden alleen met het gezag over [de minderjarige] belast. Omdat de moeder is overleden moet op grond van artikel 1:295 BW in het gezag over [de minderjarige] worden voorzien. [belanghebbende] heeft in het leven van [de minderjarige] vaderrol vervuld, maar heeft [de minderjarige] niet erkend, zodat het juridische vaderschap niet vaststaat. Zowel [de minderjarige] als [belanghebbende] willen dat hij degene is die gezagsbeslissingen over [de minderjarige] zal nemen zolang zij minderjarig is. Ook de Raad en de rechtbank zien dat [belanghebbende] daarvoor de meest geëigende persoon is. Hij kan evenwel niet met het (ouderlijk) gezag worden belast, omdat hij niet de juridisch vader is van [de minderjarige] . De rechtbank zal [belanghebbende] daarom benoemen tot voogd, zodat hij in die hoedanigheid de noodzakelijke beslissingen over [de minderjarige] kan nemen. Ter zitting is met [belanghebbende] besproken dat de benoeming tot voogd met zich brengt dat de kantonrechter toezicht zal houden op het door hem te voeren bewind over het vermogen van [de minderjarige] . Daarnaast is met hem gesproken over het verschil tussen voogdij en vaderschap. Hij is er op gewezen dat het mogelijk is om het vaderschap over [de minderjarige] alsnog te formaliseren door [de minderjarige] te erkennen. Daarvoor heeft de vader op dit moment de toestemming van de rechtbank (die de toestemming van de moeder vervangt) en de toestemming van [de minderjarige] nodig. De toestemming van de rechtbank kan met behulp van een advocaat bij de rechtbank worden verzocht. Alternatief is dat [belanghebbende] [de minderjarige] na haar 18e verjaardag erkent. In dat geval is alleen de toestemming van [de minderjarige] zelf nodig. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank [de minderjarige] gesproken en deze uitleg ook aan haar verstrekt. Beslissing De rechtbank: benoemt tot voogd over de minderjarige: [de minderjarige] , op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , - [belanghebbende] , geboren op [geboortedatum 2] 1963 te [geboorteplaats 2] ; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door J.L. Salters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.