RECHTBANK DEN HAAG Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/09/693221 / JE RK 25-1780 Datum uitspraak: 25 november 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 oktober 2025, mee in de beoordeling. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig: - [naam] namens de gecertificeerde instelling. De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen. 2De feiten 2.1. [de minderjarige] is erkend door de vader. 2.2. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.3. [de minderjarige] woont bij zijn ouders. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2024 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 6 december 2025. 2.5. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2024 de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 6 december 2025. 2.6. Het gerechtshof Den Haag heeft bij beschikking van 15 januari 2025 de beschikking van de rechtbank van 3 december 2024 vernietigd en de gecertificeerde instelling toestemming verleend voor wijziging in het verblijf van [de minderjarige] naar zijn ouders. 3Het verzoek 3.1. De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De beoordeling 4.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. 4.2. [de minderjarige] wordt nog ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat [de minderjarige] , toen hij zeven maanden oud was, is uithuisgeplaatst en tot augustus 2025 bij zijn pleegouders heeft gewoond. Sinds augustus 2025 woont [de minderjarige] weer bij de ouders thuis, na voornoemde beschikking van 15 januari 2025 van het gerechtshof Den Haag. Hoewel de overgang van het pleeggezin naar de ouders goed is verlopen, vertoont [de minderjarige] signalen dat hij moeite heeft om te wennen aan de nieuwe situatie. Zo laat [de minderjarige] op momenten weerstand zien tegen de contactregeling met de pleegouders, door wie hij langdurig is opgevoed. 4.3. Verder is gebleken dat het ook voor de ouders nog zoeken is naar een nieuwe balans in de thuissituatie. De ouders hebben de zorg over vijf kinderen van verschillende leeftijden met uiteenlopende individuele behoeften. Daar komt bij dat beide ouders te maken hebben met persoonlijke problematiek, wat een extra uitdaging vormt. Blijkens de stukken kampt(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.