← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:25535

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.47350 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] V-nummer: [nummer], eiser, [naam] V-nummer: [nummer], eiseres, Mede namens hun minderjarige kinderen: [naam] V-nummer: [nummer], [naam] V-nummer: [nummer] gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding

  1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 15 november
  2. 1.
  3. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
  4. Eisers hebben op 15 november 2023 asiel aangevraagd. Met de besluiten van 17 maart 2025 heeft de minister de aanvragen niet in behandeling genomen, omdat Tsjechië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan. Met de uitspraak van 5 juni 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, de besluiten van 17 maart 2025 vernietigd. De rechtbank heeft bepaald dat eisers moeten worden opgenomen in de nationale procedure en heeft de minister opgedragen om binnen zestien weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op de aanvragen te nemen. Dit heeft de minister niet gedaan. Vervolgens hebben eisers beroep ingesteld. Bij het niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak is een ingebrekestelling niet vereist.
  5. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
  6. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvragen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.
  7. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister in principe binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak. Welke dwangsom legt de rechtbank op?
  8. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.
  9. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Conclusie en gevolgen
  10. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister acht weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd.
  11. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,
  12. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvragen bekend te maken; bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,
  13. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). ECLI:NL:RBLIM:2025:
  14. Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:
  15. Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. ECLI:NL:RVS:2020:
  16. Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn. ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:
  17. Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.