Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-6313 Zaaknummer: C/09/671908 Datum beschikking: 5 december 2025 Omgang Beschikking op het op 3 september 2024 ingekomen verzoekschrift van: [de vader] , de vader, met een briefadres in [plaats] , advocaat: mr. T. Venneman in 's-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres, advocaat: mr. R.C. Post in 's-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen; het verweerschrift, met bijlagen, ingekomen op 3 oktober 2024; het bericht van 20 augustus 2025 van de moeder; het bericht van 22 augustus 2025 van de moeder, met bijlage; het bericht van 24 oktober 2025 van de moeder; het bericht van 27 oktober 2025 van de moeder, met bijlagen; het bericht van 5 november 2025 van de moeder, met bijlage; Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder (via een videoverbinding), bijgestaan door haar advocaat; [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Feiten De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats] . De vader heeft [de minderjarige] erkend. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast. Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 juni 2025 – voor zover hier relevant –: vernietigt het hof het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart het hof zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. verklaart het hof niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. verklaart het hof het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. veroordeelt het hof de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. legt het hof op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren: op geen enkele wijze– direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2006; op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] 1996; op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [naam 4] , geboren op [geboortedatum 4] 1974. Verzoek en verweer De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens, een omgangsregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] elk weekend van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag of van zaterdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader verblijft en daarin zo nodig een opbouw in aan te brengen als voorgesteld in het verzoek onder randnummer 7. De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Omgang Standpunt vader De vader wil contact met [de minderjarige] . Tussen de ouders heeft een incident plaatsgevonden waarna de moeder aangifte tegen de vader heeft gedaan. De vader is strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling van onder andere de moeder, en de vader heeft hiervoor in detentie gezeten. Er is tevens een contactverbod opgelegd aan de vader. De vader is van mening dat hij onterecht is veroordeeld. Hij betreurt het dat er een incident heeft plaatsgevonden, maar desondanks wenst de vader dat hij contact krijgt met [de minderjarige] en dat zij haar vader gaat leren kennen. De vader meent dat dit ook in het belang van [de minderjarige] is. De vader verzoekt daarom een (begeleide) omgangsregeling vast te stellen en daar een opbouw in aan te brengen, waarbij [de minderjarige] (bijvoorbeeld) de eerste twee maanden elk weekend drie uur met de vader doorbrengt, de volgende twee maanden uit te breiden naar zes uur per weekend en daarna uit te breiden naar een overnachting waarbij [de minderjarige] elk weekend van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag of van zaterdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader verblijft. Mocht de rechtbank geen mogelijkheid zien tot (begeleide) omgang, dan wil de vader dat de Raad een onderzoek doet. Standpunt moeder De moeder wil dat het verzoek van de vader wordt afgewezen. De ouders hebben een belast verleden en meerdere incidenten hebben plaatsgevonden. De moeder verwacht dat contact tussen de vader en [de minderjarige] een negatieve impact zal hebben op [de minderjarige] haar ontwikkeling. Dit vindt de moeder verontrustend, zeker nu het juist langzaam beter met [de minderjarige] gaat. [de minderjarige] heeft volgens de betrokken hulpverlening baat bij rust, stabiliteit, veiligheid en structuur. Contact tussen [de minderjarige] en de vader zal hier volgens de moeder niet aan bijdragen. De moeder verwacht niet alleen dat contact tussen [de minderjarige] en de vader een grote impact heeft op [de minderjarige] haar ontwikkeling, maar ook op haar veiligheid. Er zijn immers recente zorgen over de mentale gesteldheid van de vader. De moeder vreest niet alleen dat de vader [de minderjarige] iets zal aandoen, maar ook dat hij haar zal meenemen naar het buitenland. Hier heeft de vader immers vaker mee gedreigd. Deze zorgen lijken gelet op het arrest van het hof Den Haag van 10 juni 2025 en de daarin opgenomen bevindingen van de reclassering ook niet ongegrond. Daarnaast is de moeder van mening dat niet van haar verwacht kan worden dat zij instemt en meewerkt aan een omgangsregeling. De moeder is gediagnostiseerd met PTSS als gevolg van het geweld dat tussen de ouders heeft plaatsgevonden. Het contact tussen de vader en [de minderjarige] zal een grote negatieve impact hebben op het mentale welzijn van de moeder, wat ook weer zijn weerslag op [de minderjarige] zal hebben. Ook brengt (begeleide) omgang praktische bezwaren met zich mee. De moeder is bang dat de vader haar naar huis zal volgen en uit het arrest van het hof blijkt dat de vader werkloos is en in een noodopvang verblijft. De moeder acht dit geen stabiele basis voor contact met [de minderjarige] . Concluderend is de moeder van mening dat contact tussen [de minderjarige] en de vader niet in het belang van [de minderjarige] is en zij verzoekt het verzoek van de vader af te wijzen. Juridisch kader Met betrekking tot de omgang overweegt de rechtbank dat het kind op grond van artikel 1:377a eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) recht heeft op omgang met haar ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot haar staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. De rechtbank ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang op verzoek van de ouders of van één van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind. Op grond van artikel 1:377a derde lid BW ontzegt de rechtbank het recht op omgang slechts, indien:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.