Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/694402 / KG ZA 25-1111 Vonnis in kort geding van 14 november 2025 in de zaak van [eiser] te [woonplaats 1] , eiser, advocaat mrs. R. van der Jagt en M. Charitos te ‘s-Hertogenbosch, tegen: [gedaagde] te [woonplaats 2] , gedaagde, in persoon verschenen. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 11 november 2025 met producties; - een schriftelijke reactie op de dagvaarding met zestien producties (de overgelegde screenshots van appberichten zijn in het digitale dossier gecomprimeerd tot het bestand ‘App rechtbank in PDF’); - de op 14 november 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij [gedaagde] de zitting via een video-verbinding heeft bijgewoond. 1.2. Bij e-mailbericht van 13 november 2025 heeft [gedaagde] verzocht om uitstel van de zitting. Aan dit verzoek is ten grondslag gelegd dat het, gelet op de korte termijn tussen ontvangst van de dagvaarding en de datum van de geplande zitting, niet is gelukt een advocaat te vinden die [gedaagde] kan bijstaan. Ook heeft [gedaagde] meegedeeld dat zij in het buitenland verblijft en pas op 22 november 2025 terug zal zijn in Nederland. Bij brief van 13 november 2025 (per abuis gedateerd op 11 november 2025) is van de zijde van [eiser] gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen het verzoek om uitstel van de zitting. De rechtbank heeft vervolgens beslist dat het verzoek van [gedaagde] om uitstel van de zitting wordt afgewezen vanwege de door [eiser] gestelde spoedeisendheid van de zaak. Aan [gedaagde] is de mogelijkheid geboden de zitting vanuit het buitenland per videoverbinding bij te wonen. [gedaagde] heeft nog dezelfde dag te kennen gegeven van die mogelijkheid gebruik te willen maken. Ter zitting is van de zijde van [eiser] ingestemd met deze wijze van verschijnen ter zitting door [gedaagde] . 1.3. Op 14 november 2025 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 28 november 2025. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. [eiser] en [gedaagde] zijn voormalige echtgenoten. In de tijd dat zij nog gehuwd waren had [eiser] een bouwbedrijf en verrichtte [gedaagde] daarvoor administratieve werkzaamheden. Op [dag] 2025 is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. Ten tijde van de echtscheiding behoorde tot de (ontbonden) huwelijksgemeenschap onder meer de appartementsrechten, rechtgevende op het gebruik van het appartement met berging en parkeerplaats behorend bij adres [adres 1] te ( [postcode] ) [plaats] (hierna ook: de woning). 2.2. Op 9 april 2025 hebben [eiser] en [gedaagde] een document ondertekend waarin diverse afspraken zijn vastgelegd. Hierin staat onder meer opgenomen: “(…) Appartementen [adres 2] [huisnummer 1] , [huisnummer 2] , [huisnummer 3] te [plaats]: [gedaagde] [[gedaagde] , voorzieningenrechter] krijgt appartement met huisnummer [huisnummer 2] . [eiser] [[eiser] , voorzieningenrechter] krijgt appartement met huisnummer [huisnummer 1] en deze wordt verkocht. [eiser] en [gedaagde] hebben huisnummer [huisnummer 3] en deze wordt verkocht. (…)” 2.3. [eiser] en [gedaagde] hebben de woning verkocht aan de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] (hierna: kopers). De koopovereenkomst is op 9 juni 2025 getekend door [eiser] en [gedaagde] en op 11 juni 2025 door kopers. De woning is verkocht voor een bedrag van € 472.000,-. Artikel 4.1 van de koopovereenkomst bepaalt dat de akte van levering gepasseerd zal worden op 1 augustus 2025 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen. Artikel 14.1 van de koopovereenkomst bepaalt dat als één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van diens uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, de wederpartij van de nalatige partij deze koopovereenkomst zonder rechterlijke tussenkomst kan ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige partij. Artikel 14.2 bepaalt dat ontbinding op grond van tekortkoming slechts mogelijk is na voorafgaande ingebrekestelling. Bij ontbinding van de koopovereenkomst op grond van toerekenbare tekortkoming zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van tien procent (10%) van de koopsom verbeuren, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding, indien de daadwerkelijke schade hoger is dan de onmiddellijk opeisbare boete, en onverminderd schadevergoeding van kosten van verhaal. 2.4. [eiser] en [gedaagde] zijn op enig moment met kopers van de woning overeengekomen dat de levering uitgesteld zal worden. De reden daarvoor was dat kopers de financiering voor de woning eerder niet rond kregen. 2.5. Op enig moment heeft [gedaagde] haar aan de notaris afgegeven volmacht – die is afgegeven ten behoeve van de levering van de woning – ingetrokken. 2.6. [eiser] heeft [gedaagde] op 3 en 6 november 2025 verzocht om haar medewerking tot levering van de woning te verlenen, maar een reactie van [gedaagde] daarop is uitgebleven. 2.7. Op 7 november 2025 heeft de advocaat van [eiser] [gedaagde] gesommeerd om binnen 96 uur fysiek dan wel digitaal contact op te nemen met de notaris en aan hem een hernieuwde volmacht te verstrekken en/of anderszins al haar onverminderde medewerking te verlenen om de tijdige levering van de woning (uiterlijk op 24 november 2025) te bewerkstelligen. [gedaagde] heeft aan die sommatie geen gevolg gegeven. 2.8. Kopers hebben [eiser] en [gedaagde] bij brief van 10 november 2025 een ingebrekestelling gestuurd. In de brief staat vermeld dat [eiser] en [gedaagde] tekort zijn geschoten door na te laten de woning op 31 oktober 2025 aan kopers te leveren. [eiser] en [gedaagde] zijn door de kopers verzocht en zo nodig gesommeerd om uiterlijk op 18 november 2025 hun verplichtingen uit de koopovereenkomst alsnog na te komen. Kopers hebben zich het recht voorbehouden om de boete op te eisen conform de in de koopovereenkomst vastgestelde regeling. 2.9. De heer [naam 1] heeft de woning al betrokken. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk volledig uitvoerbaar bij voorraad: [gedaagde] te veroordelen om binnen een termijn van twee werkdagen na betekening van het te wijzen vonnis haar medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan kopers conform de als productie 4 aangehechte leveringsakte, althans om te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de verklaring(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.