Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-1879 Zaaknummer: C/09/681806 Datum beschikking: 17 december 2025 Gezag, hoofdverblijfplaats en vervangende toestemming aanvragen paspoort Beschikking op het op 13 maart 2025 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E. Kocabas-Güler te Zoetermeer. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, zonder bekende woon- of verblijfplaats. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift; Op 18 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk: A. Grinka; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot wijziging van na te melden beschikking, in die zin dat de vader verzoekt: primair - het gezamenlijk gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , te beëindigen en de vader te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] ; subsidiair de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] te bepalen bij de vader; de vader vervangende toestemming te verlenen, welke toestemming die van de moeder vervangt, voor de aanvraag van een Pools paspoort ten behoeve van [minderjarige] ; althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na dagtekening van na te melden beschikking zijn gewijzigd. De moeder heeft geen verweer gevoerd. Feiten Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] . De ouders en [minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit. Bij beschikking van deze rechtbank van 23 februari 2023 is – voor zover hier aan de orde –: - bepaald dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over [minderjarige] ; - een zorgregeling vastgesteld, in die zin dat [minderjarige] bij de vader zal zijn: - iedere week op dinsdag en woensdag van 17:00 uur tot 20:00 uur; - ieder weekend van vrijdag 15:00 uur tot zondag 19:00 uur; - gedurende de helft van de vakanties en feestdagen. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] gelegen is in Nederland, is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek van de vader op grond van artikel 7 van de Verordening (EU) nr. 2019/1111 van de Raad (Brussel II ter) en is Nederlands recht van toepassing op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Beëindigen gezamenlijk gezag De vader verzoekt primair om hem voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. Omdat beëindiging van het gezamenlijk gezag niet ter vrije bepaling van de ouders staat, zal de rechtbank beoordelen of eenhoofdig gezag door de vader in dit geval in het belang van [minderjarige] moet worden geacht. Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.