Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-735 Zaaknummer: C/09/679523 Datum beschikking: 16 december 2025 Gezag Beschikking op het op 31 januari 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N. Çiçek te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader], de vader, volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) sinds 25 augustus 2022 geëmigreerd naar een onbekende verblijfplaats in het buitenland. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het F9 formulier van 5 februari 2025 met bijlage van de moeder; - het F9 formulier van 7 februari 2025 met bijlage van de moeder; - het F9 formulier van 10 februari 2025 van de moeder; - het F9 formulier van 11 februari 2025 met bijlage van de moeder. Op 15 december is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en S. Aydos-Brandsma, tolk Turks; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. In de Basisregistratie Personen staat de vader opgenomen als niet-ingezetene (RNI) met een onbekende verblijfplaats in het buitenland. De vader is openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de op 13 november 2025 verschenen editie van de Staatscourant. Ook is een oproep voor de zitting verzonden naar het bij de moeder bekende adres waar de vader heeft gewerkt. De vader is, ondanks dat hij op de juiste wijze is opgeroepen, niet tijdens de zitting verschenen. De minderjarige [minderjarige] heeft met de rechter gesproken over het verzoek. Verzoek en verweer De moeder verzoekt te bepalen dat zij voortaan het eenhoofdig gezag zal hebben over de minderjarige [minderjarige], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2016 tot [datum 2] 2023. - Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: - [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1], [geboorteland 1]. - [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. - De moeder, de vader en [minderjarige] hebben in ieder geval de Bulgaarse nationaliteit. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek over het gezag. Inhoudelijke beoordeling Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom slechts worden beëindigd, indien: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.