← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:26685

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-8466 Zaaknummer: C/09/694348 Datum beschikking: 18 december 2025 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 7 november 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans in Delft . Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, feitelijk verblijvende in [land] . Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; de e-mail van 21 november 2025 van de man. Op 4 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat en tolk en de man (online). Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2018 in [plaats] . De vrouw heeft de Spaanse en Boliviaanse nationaliteit en de man de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt: te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning met de daarin bevindende inboedel aan de [adres] te [plaats] , met bevel aan de man die woning te verlaten en hem te verbieden deze verder te betreden; te bepalen dat de man aan de vrouw een voorlopige partneralimentatie moet voldoen van € 500,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van het verzoekschrift; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft mondeling verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe. Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen. Ongeveer een jaar geleden zijn partijen gezamenlijk in [land] gaan wonen in een woning van de man. De vrouw is in juli 2025 alleen teruggekeerd naar Nederland. Sindsdien verblijft zij in de echtelijke woning, die eveneens in eigendom is van de man. Volgens de vrouw wil de man de woning verkopen omdat hij niet terug wil keren naar Nederland. De vrouw is op dit moment hard op zoek naar vervangende woonruimte. Zij werkt als schoonmaakster en heeft een maandelijks inkomen van € 800,- waardoor het lastig is om een andere woning te vinden. Voor de duur van de echtscheidingsprocedure verzoekt de vrouw daarom het uitsluitend gebruik van de woning. De man heeft mondeling verweer gevoerd. Hij geeft aan dat alle vaste lasten van de echtelijke woning door hem worden betaald. Omdat de vrouw niet wil bijdragen in deze lasten en hij niet terug wil keren naar Nederland, wil de man de woning verkopen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen, en overweegt daartoe als volgt. Op dit moment verblijft de man in [land] in zijn woning en verblijft de vrouw in de echtelijke woning in Nederland. De man heeft op de zitting desgevraagd aangegeven (voorlopig) niet terug te willen en/of kunnen keren naar Nederland. De vrouw is op zoek naar andere woonruimte maar dit is nog niet gelukt. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toekennen. Wellicht ten overvloede wijst de rechtbank de man erop dat hij op grond van artikel 1:88 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) toestemming nodig heeft van de vrouw om de echtelijke woning te verkopen, ook als deze woning alleen in eigendom is van de man. Voorlopige partneralimentatie De vrouw verzoekt een voorlopige partneralimentatie van € 300,- per maand. Zij stelt een behoefte te hebben van € 1.287,- netto per maand. De man zou voldoende draagkracht hebben om een bedrag van € 300,- per maand te voldoen omdat hij een WIA-uitkering krijgt en daarnaast drie onroerende zaken bezit. Onder deze roerende zaken zit een garagebox die voor € 100.000,- verkocht zou kunnen worden. De man voert verweer. Hij geeft aan dat hij een WIA-uitkering ontvangt van circa € 1.800,- netto per maand en geen partneralimentatie kan betalen omdat hij ook al de vaste lasten van de echtelijke woning voldoet. Daarnaast betwist hij dat de garagebox verkocht kan worden voor een bedrag van € 100.000,-. De rechtbank overweegt dat de vrouw haar stellingen ten aanzien van de onroerende zaken en de garagebox niet nader heeft onderbouwd. De man ontvangt een WIA-uitkering van € 2.346,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. Dit leidt tot een netto besteedbaar inkomen ten behoeve van partneralimentatie van € 1.871,- per maand. Gelet op het forfaitair bedrag voor kosten van levensonderhoud van € 1.310,- en het woonbudget van € 561,- per maand is er geen draagkrachtruimte over. Nu de man geen draagkracht heeft om een voorlopige partneralimentatie te voldoen, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats] , en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 december 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.