← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:26686

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 23-7521 Zaaknummer: C/09/655444 Datum beschikking: 18 december 2025 Hoofdverblijfplaats, gezag, omgangs- c.q. zorgregeling, informatie- en consultatieregeling en alimentatie Beschikking op het op 13 oktober 2023 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. T. Erdal te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.M. van Breemen te Gilze en Rijen. Procedure Bij beschikking van 20 december 2024 van deze rechtbank – voor zover hier van belang –: is het verzoek van de vader tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] afgewezen; is bepaald dat [minderjarige] voorlopig bij de vader zal verblijven: - op 24 december 2024 van 12.00 uur tot 16.00 uur; - vervolgens twee keer, in de oneven weken op zaterdag van 12.00 uur tot 16.00 uur; - vervolgens vier keer, in de oneven weken op zaterdag van 12.00 uur tot 17.30 uur; - vervolgens vier keer, in de oneven weken op zaterdag van 11.00 uur tot 19.00 uur; - vervolgens vier keer, in de oneven weken van zaterdag 11.00 uur tot zondag 11.00 uur; - vervolgens vier keer, in de oneven weken van zaterdag 11.00 uur tot zondag 19.00 uur; is bepaald dat de vader voorlopig een kinderalimentatie van € 324,- per maand voldoet, met ingang van 13 oktober 2023; is de Raad voor de Kinderbescherming verzocht onderzoek te doen; zijn partijen doorverwezen naar Jeugdteams Leidse regio voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling; is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de omgangs- c.q. zorgregeling, de informatie- en consultatieregeling, de dwangsom en de proceskosten pro forma aangehouden. De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 24 april 2025, kenmerk KZ-1-62C0RZA; de terugmelding van [instelling] van 30 april 2025; het F4-formulier van 29 juli 2025 van de zijde van de moeder; F9-formulier van 29 juli 2025 van de zijde van de vader; het F9-formulier van 14 augustus 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 14 augustus 2025 van de zijde van de vader; het F9-formulier van 21 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 27 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen; het F9-formulier van 27 november 2025 van de zijde van de vader, met een aanvullend verzoek en bijlagen; het F9-formulier van 30 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlage. Op 4 december 2025 is de behandeling van de zaak op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat; de vader met zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Aanvullend zelfstandig verzoek De vader heeft aanvullend verzocht: - de moeder te veroordelen om eenmaal per maand de vader per e-mail inhoudelijke informatie van minstens 15 regels getikte tekst te verschaffen over de (school)ontwikkeling en het emotionele en sociale welzijn en de gezondheid van [minderjarige] en om een foto te sturen waarop haar hele gezicht zichtbaar is, zomede om de vader te consulteren in geval relevante medische beslissingen genomen dienen te worden of beslissingen inzake een schoolwissel genomen dienen te worden, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per keer dat de moeder nalaat aan het voorgaande te voldoen, althans een zodanige regeling met een zodanige dwangsom als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. Beoordeling De rechtbank handhaaft al wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Gezag en omgangs- c.q. zorgregeling Op verzoek van de rechtbank heeft de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek gedaan naar zowel het gezag als een omgangs- c.q. zorgregeling. Ten aanzien van de omgangs- c.q. zorgregeling staat in het raadsrapport onder meer vermeld dat de Raad het in het belang van [minderjarige] acht dat zij contact onderhoudt met de vader, maar dat de Raad, kijkend naar de huidige omgangsregeling, van mening is dat daarin te snelle en grote stappen voor [minderjarige] staan, die zij nog niet kan behappen. [minderjarige] moet de tijd krijgen om, met behulp van hulpverlening, op haar eigen tempo te wennen aan een omgangsregeling met de vader. De Raad adviseert daarom in het rapport om een voorlopige omgangsregeling vast te stellen, waarna de Raad na een periode van 3 maanden opnieuw onderzoek wenst te doen naar de omgangsregeling om te bezien welke regeling bij [minderjarige] passend is. In het raadsrapport heeft de Raad daarnaast geadviseerd om het eenhoofdig gezag van de moeder in stand te laten. Er is volgens de Raad een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem of verloren komt te zitten tussen de ouders, nu er sprake is van een slechte verstandhouding tussen de ouders en de communicatie nog altijd verstoord is. Op de zitting is door de Raadsmedewerker naar voren gebracht dat het raadsrapport inmiddels verouderd is. Het is jammer dat het de ouders in de tussentijd niet gelukt is om uitvoering te geven aan de door de Raad voorgestelde regeling. Ook het nader tot elkaar komen via Ouderschap Blijft is de ouders niet gelukt. Inmiddels is het de vraag of het raadsadvies nog passend is. De Raad blijft bij het standpunt dat een voorzichtige vorm van omgang het beste zou zijn, maar dat moet dan niet een te grote impact op het dagelijks leven van [minderjarige] hebben. De Raad hoopt dat er in de toekomst een moment zal komen dat er op een normale manier contact zal zijn tussen [minderjarige] en de vader. Het advies over het gezag blijft hetzelfde, het risico dat [minderjarige] klem of verloren komt te zitten bij toewijzing van het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag is te groot. De vader heeft onder meer aangegeven dat hij aan de ene kant wil hij blijven strijden zodat hij [minderjarige] weer kan zien, maar dat hij zich aan de andere kan afvraagt wat op dit moment in het belang van [minderjarige] is. De vader heeft het idee dat de moeder op [minderjarige] heeft ingepraat en dat zij degene is die niet wil dat [minderjarige] en de vader elkaar zien. [minderjarige] heeft volgens de vader niet genoeg ruimte om eigenheid te ontwikkelen. Daarbij heeft de vader het gevoel dat hij niets kan, zolang de moeder niet wil meewerken. Natuurlijk wil de vader omgang met [minderjarige] , maar hij is inmiddels ook moe en op. De moeder heeft onder meer aangegeven dat zij inmiddels vindt dat er geen omgangsregeling vastgesteld moet worden. [minderjarige] heeft te veel meegekregen en er is eerst hulpverlening nodig, ook voor de moeder zelf. Bij de eerdere omgangsregeling is niet genoeg rekening gehouden met het tempo van [minderjarige] . Doordat de opbouw te snel ging en doordat een incident heeft plaatsgevonden tijdens een overdracht in april jongstleden, geeft [minderjarige] heel duidelijk aan dat ze geen contact meer wil met de vader. De moeder wilde aanvankelijk wel dat er omgang zou zijn, het liefst begeleid, maar ziet daar nu geen ruimte meer voor. Ook zij geeft aan op te zijn. Gezien de huidige situatie kan er volgens de moeder daarnaast geen sprake zijn van gezamenlijk gezag. De rechtbank overweegt dat, gelet op alles wat er gebeurd is, het naar haar oordeel niet mogelijk is om het contact tussen de vader en [minderjarige] te herstellen in een vrijwillig kader. Er is immers geen enkele vorm van samenwerking tussen de ouders en ook het ouderschapsbemiddelingstraject is al geëindigd voordat het echt van start is gegaan. De rechtbank denkt dat het daarom alleen in een verplicht kader mogelijk zal zijn om nog iets te bereiken in het contactherstel. Nog los van de vraag of wordt voldaan aan de wettelijke criteria hiervoor (nu het met [minderjarige] , buiten het feit om dat ze geen contact heeft met haar vader, op dit moment wel goed lijkt te gaan), hebben beide ouders aangeven moegestreden en op te zijn, waardoor de rechtbank ook een verplicht kader op dit moment niet haalbaar acht. De rechtbank acht het daarom voor nu het meest in het belang van [minderjarige] om geen omgangsregeling met de vader vast te stellen. De rechtbank overweegt bij het voorgaande dat zij hoopt dat de situatie in de toekomst wellicht anders zal zijn en dat [minderjarige] dan wel weer contact wil met de vader, zeker omdat zij niet alleen haar vader maar ook haar halfzussen moet missen door de huidige situatie. Met betrekking tot het verzoek over het gezag overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op de verstoorde verstandhouding tussen de ouders en gelet op het feit dat het ouderschapsbemiddelingstraject niet van de grond is gekomen, acht de rechtbank gezamenlijk gezag niet in het belang van [minderjarige] . De kans is te groot dat zij, in hoeverre dat op dit moment nog niet het geval is, klem en verloren zal raken tussen de ouders. De rechtbank wijst daarom de verzoeken ten aanzien van het gezag en de omgangsregeling af. Informatie- en consultatieregeling De vader heeft een informatie- en consultatieregeling verzocht, met daarbij een dwangsom van € 500,- voor elke keer dat de moeder zich niet aan de regeling houdt. De moeder stemt in met de regeling, maar zij vindt een dwangsom niet nodig. De rechtbank zal het verzoek van de vader met betrekking tot de informatie- en consultatieregeling toewijzen, omdat de moeder hier geen bezwaar tegen heeft en de rechtbank dit ook in het belang van [minderjarige] acht. De moeder heeft wel bezwaar tegen de oplegging van een dwangsom, omdat ze alle informatie nu ook al zou sturen naar de vader. De vader zegt juist dat de moeder hem geen informatie geeft over [minderjarige] en dus een dwangsom nodig vindt. De rechtbank overweegt dat zij niets heeft gezien van de informatie die de moeder de afgelopen maanden aan de vader gestuurd zou hebben. Mede gelet op de ernstig verstoorde communicatie en verstandhouding ziet de rechtbank aanleiding om wel een dwangsom op te leggen. De rechtbank zal daarom in redelijkheid bepalen dat de moeder € 150,- moet betalen per keer dat zij zich niet aan de informatie- en consultatieverplichting houdt. Kinderalimentatie Op de zitting is gebleken dat de ouders het eens zijn dat het bij beschikking van 20 december 2024 bepaalde bedrag van € 324,- per maand aan voorlopige kinderalimentatie als definitief wordt opgenomen. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Beslissing De rechtbank: wijst af het verzoek van de vader om mede met het gezamenlijk gezag belast te worden; wijst af het verzoek van de vader om een omgangsregeling te bepalen; bepaalt dat de moeder met ingang van datum beschikking de vader eenmaal per maand per e-mail inhoudelijke informatie van minstens 15 regels getikte tekst dient te verschaffen over de (school)ontwikkeling en het emotionele en sociale welzijn en gezondheid van [minderjarige] en zij moet een foto sturen waarop het hele gezicht van [minderjarige] zichtbaar is, daarbij dient zij de vader te consulteren in geval relevante medische beslissingen genomen dienen te worden of beslissingen inzake een schoolwissel genomen dient te worden, zulks op straffe van een dwangsom van € 150,- per keer dat de moeder nalaat aan het voorgaande te voldoen; bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , van € 324,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, rechter tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 december 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.