Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-7234 Zaaknummer: C/09/673727 Datum beschikking: 18 december 2025 Gezag, hoofdverblijfplaats en vervangende toestemming vakantie Beschikking op het op 3 oktober 2024 ingekomen verzoekschrift van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. F.S.M. Oudijk in Gouda. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, feitelijk verblijvende in Duitsland. Als informant wordt aangemerkt: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, de gecertificeerde instelling. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen; het bericht van 24 oktober 2024 van de vader, met bijlage; het bericht van 28 oktober 2024 van de vader, met bijlage; het bericht van 9 december 2025 van de vader, waarin hij zijn verzoeken aanvult, met bijlage. Op 15 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel de onderhavige verzoeken als het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling (zaak- en rekestnummer C/09/693665 / JE RK 25-1830). Op laatstgenoemde verzoek is op de zitting al mondeling beslist. De schriftelijke uitwerking hiervan wordt in een afzonderlijke beschikking vastgelegd. Op de zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en twee tolken; [naam] namens de gecertificeerde instelling. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Feiten De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 1] . De vader heeft de kinderen erkend. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. De kinderen wonen bij de vader. De ouders en de kinderen hebben de Poolse nationaliteit. Bij mondelinge beslissing van 21 december 2023 heeft de kinderrechter de kinderen van 21 december 2023 tot 21 december 2024 onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland. Bij mondelinge beslissing van 18 december 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de kinderen tot 21 december 2025 verlengd. Verzoek en verweer De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens: te bepalen dat de vader met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast; te bepalen dat de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben; hem vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen op vakantie te gaan naar Polen van 19 december 2025 tot en met 4 januari 2026. De moeder heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de voorliggende verzoeken. Gezag De vader verzoekt om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en hem voortaan met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten. Volgens de vader zijn de omstandigheden gewijzigd en is gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen. De moeder is al zeer lange tijd volledig afwezig, toont geen initiatief en laat niet zien dat er zicht op verbetering is. De moeder woont in Duitsland en is voor de vader niet bereikbaar. Zij heeft op dit moment geen contact met de kinderen en zij is niet betrokken bij de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen. Voor de vader is het daardoor onmogelijk om gezamenlijk met de moeder gezagsbeslissingen te nemen. Omdat beëindiging van het gezamenlijk gezag niet ter vrije bepaling van de ouders staat, zal de rechtbank beoordelen of eenhoofdig gezag door de vader in dit geval in het belang van kinderen moet worden geacht. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd, indien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.