Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-7609 (ontbinding geregistreerd partnerschap) FA RK 25-4756 (verdeling) Zaaknummer: C/09/674551 (ontbinding geregistreerd partnerschap) C/09/687441 (verdeling) Datum beschikking: 19 december 2025 Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 24 oktober 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.G. de Jong te ‘s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het F9-formulier van 12 november 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlagen; - het F9-formulier van 14 november 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlage; - het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken; - het F9-formulier van 17 april 2025 van de zijde van de vrouw; - het verweerschrift op zelfstandige verzoeken, tevens aanvullend verzoekschrift; - het F9-formulier van 10 juni 2025 van de zijde van de man; - het F9-formulier van 26 juni 2025 van de zijde van de vrouw; - het F9-formulier van 12 november 2025 van de zijde van de vrouw, met als bijlage de akte houdende verzochte wijze van verdelen en verrekenen met bijlagen; - het F9-formulier van 13 november 2025 van de zijde van de man, met als bijlage een aanvullend verzoekschrift; - het F9-formulier van 16 november 2025 van de zijde van de man, met bijlagen; - het verweerschrift op aanvullende verzoeken tevens aanvulling en wijziging van verzoeken van de zijde van de vrouw. Op 26 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: - de vrouw met haar advocaat; - de man met zijn advocaat; - [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Door de advocaat van de vrouw is een nieuwe alimentatieberekening overgelegd. Feiten - Partijen zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan op [datum] 2018 te [plaats] . - Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] . - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit. - [de minderjarige] verblijft bij de vrouw. - Deze rechtbank heeft op 8 november 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat met ingang van 9 december 2024: - de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het [adres] ; - de minderjarige aan de vrouw wordt toevertrouwd; - de man gerechtigd is om [de minderjarige] bij zich te hebben om het weekend van vrijdagmiddag uit school tot dinsdagochtend naar school, waarbij de man [de minderjarige] vrijdagmiddag uit school haalt en hem dinsdagochtend naar school brengt; - de man voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] aan de vrouw moet betalen van € 84,- per maand, bij vooruitbetaling. Verzoek en verweer Het verzoek vrouw zoals dat aanvulling en wijziging luidt, strekt tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, met nevenvoorzieningen tot: - vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [de minderjarige] in die zin dat hij eenmaal per twee weken het weekend van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagavond 19.00 uur bij de man verblijft, waarbij de man haalt en brengt; - vaststelling van kinderalimentatie van (tenminste) € 287,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen; - vaststelling van de verdeling van de partnerschapsgemeenschap als volgt: ten aanzien van de woning: - te bepalen dat de man onvoorwaardelijk dient mee te werken aan de verkoop van de woning aan het [adres] ; - te bepalen dat hij met de vrouw onverwijld een opdracht tot verkoop van de woning dient te verstrekken aan [makelaar] te Zoetermeer dient te verschaffen; - volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan alle feitelijke handelingen die de makelaar nodig of nuttig acht om tot verkoop van de woning te komen, waaronder in ieder geval: de woning in schone, opgeruimde, verzorgde en representatieve staat brengen voorafgaande aan de komst van de makelaar en potentiële kopers, de toegang verlenen aan de makelaar en potentiële kopers, niet aanwezig zijn bij de bezichtigingen die de makelaar ten behoeve van de woning organiseert, alle verkoopduidingen die op het erf en/of de woning door de makelaar zullen worden aangebracht ongewijzigd in stand laten en; - een bod op de woning binnen een week nadat deze is uitgebracht te accepteren, zulks indien de makelaar dit adviseert; - te bepalen dat de man na verkoop van de woning onverwijld en onvoorwaardelijk dient mee te werken aan levering van zijn/haar aandeel in van die woning en daarbij te bepalen dat de man na verkoop van de woning en uiterlijk drie weken voor de goederenrechtelijke overdracht van die woning aan de koper(s): - de woning zal hebben ontruimd en verlaten; - de woning in ordentelijke staat en zonder gebreke achter zal laten voor de koper(s); - de sleutels van de woning aan de kopende partij of makelaar zal hebben gegeven; - te bepalen dat indien de man niet meewerkt aan de verkoop en levering van de woning na verkoop, de beschikking in de plaats treedt van de medewerking van de man aan (al) het vorenstaande en aldus de vrouw zonder medewerking van de man de verkoopopdracht kan geven aan het in de beschikking genoemde makelaarskantoor en de volledige eigendom van de woning en grond bij de notaris kan leveren aan de koper(s), zulks op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW; - te bepalen dat de netto verkoopopbrengst zoals die zal staan vermeld in de nota van afrekening van de notaris aan ieder der partijen bij helfte toekomt en dat de notaris die belast is met de overdracht van de woning aan elk van partijen de helft van die netto-opbrengst zal betalen; - althans een verdeling te bepalen die de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren; - te bepalen dat de inboedelgoederen op de in productie 6 overgelegde lijst aan de vrouw worden toebedeeld, en te bepalen dat de overige inboedel aan de man wordt toebedeeld; - te bepalen dat de rekening bij de Rabobank, [rekeningnummer 1] , wordt toebedeeld aan de man, onder verrekening van het saldo bij helfte op de peildatum; - te bepalen dat de rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 2] , wordt toebedeeld aan de vrouw, zonder verrekening van het saldo; - te bepalen dat de rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 3] , wordt toebedeeld aan de vrouw, zonder verrekening van het saldo; - te bepalen dat de rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 4] , wordt toebedeeld aan de man, onder verrekening van het saldo van € 550,- bij helfte; - te bepalen dat de auto wordt toebedeeld aan de vrouw, onder de verplichting dat zij de schuld die is aangegaan voor de lease van de auto voor eigen rekening dient te nemen en als eigen schuld zal voldoen met vrijwaring van de man; - te bepalen dat de fatbike wordt toebedeeld aan de man, onder de verplichting de helft van de waarde van de fatbike, door de vrouw geschat op € 500,-, aan haar te betalen; - te bepalen dat de kat van partijen wordt toegedeeld aan de vrouw; - te bepalen dat de man een bedrag van € 5.838,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van dit verzoek, aan de vrouw moet betalen; - te bepalen dat de vrouw een bedrag van € 1.206,- van de man krijgt aan misgelopen kindgebonden budget, te vermeerderen met wettelijke rente; - voortgezet gebruik van de echtelijke woning; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Bovendien heeft de man na wijziging en aanvulling, zelfstandig verzocht om de ontbinding van het geregistreerd partnerschap, met nevenvoorzieningen tot: - vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw; - vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [de minderjarige] , in die zin dat hij [de minderjarige] vrijdagmiddag uit school op haalt en [de minderjarige] bij hem is tot zondag 20.00 uur, waarbij de vrouw hem bij de man ophaalt, alsmede iedere dinsdag uit de BSO tot 20.00 uur, waarbij de man [de minderjarige] uit de BSO ophaalt en de vrouw [de minderjarige] bij de man ophaalt, alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen, in onderling overleg te verdelen; - te bepalen dat de man een vergoedingsvordering op de gemeenschap heeft van € 52.115,78 in verband met aflossing op de hypotheek uit privévermogen; - vaststelling van de verdeling van de partnerschapsgemeenschap als volgt: - de woning aan het [adres] wordt toebedeeld aan de man, onder de verplichting om de vrouw te doen ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld bij Rabobank (3072971366 en 3072971528) en onder verrekening van de overwaarde (te weten de taxatiewaarde van de woning van € 500.000,- minus de hypothecaire schuld ad € 216.000,- en minus de vergoedingsvordering van de man op de gemeenschap ad € 52.115,78 en te vermeerderen met de waarde van de Rabo OpbouwSpaarrekeningen (1477562753 en 1477562931) op de datum van de notariële overdracht) bij helfte met de vrouw; - de aan de hypothecaire geldleningen gekoppelde OpbouwSpaarrekeningen 1477562753 en 1477562931 aan de man toe te bedelen; - de inboedel te verdelen conform bijlage 6 van de vrouw; - de bankrekeningen toe te bedelen aan de partij op wiens naam de rekening is gesteld zonder verrekening van de saldi; - te bepalen dat de vrouw met ingang van 24 oktober 2024 tot aan de datum van de levering van de woning aan de man (of aan een derde) een bedrag van € 587,- per maand aan de man dient te voldoen ter zake de verrekening van de eigenaarslasten van de woning; - te bepalen dat de vrouw met ingang van 9 december 2024 tot aan de datum van de levering van de woning aan de man (of aan een derde) een bedrag van € 249,06 per maand aan de man dient te voldoen ter zake de gebruikerslasten van de woning; - te bepalen dat de vrouw met ingang van 9 december 2024 tot de datum van de levering van de woning aan de man (of aan een derde) een bedrag van € 400,- per maand aan de man dient te voldoen als gebruiksvergoeding van de woning; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Ontbinding geregistreerd partnerschap Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan Op grond van artikel 815, zesde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt het overleggen van een ouderschapsplan als een processuele vereiste bij een verzoek tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap. De rechtbank kan een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap niet-ontvankelijk verklaren indien een ouderschapsplan ontbreekt, tenzij aannemelijk is dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om een dergelijk plan over te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken dat het voor partijen op dit moment niet mogelijk is om een door hen beiden in zijn geheel akkoord bevonden ouderschapsplan over te leggen. De rechtbank zal partijen dan ook, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, ontvangen in hun verzoeken tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen. Inhoudelijke beoordeling De man en de vrouw hebben beiden gesteld dat hun geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht, zodat de over en weer gedane verzoeken tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap als op de wet gegrond zullen worden toegewezen. Hoofdverblijfplaats De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw te bepalen. De vrouw verzet zich niet hiertegen. De rechtbank zal daarom bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw zal zijn, nu ook niet is gebleken dat zijn belang zich hiertegen verzet. Zorgregeling Ouders zijn het erover eens dat [de minderjarige] om de week van vrijdag uit school tot zondag én elke dinsdag uit de BSO bij de man is. Ouders zijn het alleen niet eens over de eindtijd op de zondag en de dinsdag en wie verantwoordelijk is voor het halen en brengen. De rechtbank bepaalt dat [de minderjarige] bij de man zal zijn om de week van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur en iedere dinsdag uit de BSO tot 19.00 uur. De rechtbank overweegt hierbij dat [de minderjarige] nog jong is en dat een latere eindtijd, mede ook gelet op wat de raadsmedewerker ter zitting hierover zei, niet passend is bij zijn leeftijd. De rechtbank bepaalt daarnaast dat de man verantwoordelijk is voor het ophalen van [de minderjarige] op school en de BSO. De vrouw is verantwoordelijk voor het ophalen van [de minderjarige] bij de man. Hierbij geldt dat als de vrouw [de minderjarige] ophaalt, zij in de auto blijft zitten. De man begeleidt [de minderjarige] tot de voordeur, en loopt niet mee naar de auto. Op die manier worden (hopelijk) confrontaties vermeden. Ouders willen beiden vastgelegd hebben dat de zomervakantie bij helfte verdeeld wordt, waarbij [de minderjarige] in 2026 de eerste drie weken bij de vrouw is, en de laatste drie weken bij de man. Dit wisselt jaarlijks. De kerstvakantie wordt ook bij helfte verdeeld. In 2025 is [de minderjarige] de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man, en ook dit wordt jaarlijks afgewisseld. Voor de overige vakanties geldt dat ouders die in onderling overleg bij helfte verdelen. De ouders hebben op zitting verklaard zich te realiseren dat zij op een goede wijze met elkaar moeten kunnen communiceren om deze zorgregeling uit te kunnen voeren. Beiden hebben daarom op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders en [de minderjarige] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank geeft nog aan de ouders mee dat zij tijdens de gesprekken samen tot andere afspraken kunnen komen, bijvoorbeeld ten aanzien van het halen en brengen en de vakanties. Kinderalimentatie De advocaat van de vrouw heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan de advocaat van de man een nieuwe berekening van de kinderalimentatie gegeven. Ter zitting is deze berekening ook aan de rechtbank overhandigd. De advocaat van de man heeft vervolgens laten weten dat de man instemt met het bedrag van € 60,- aan kinderalimentatie per maand dat uit die berekening volgt. De rechtbank zal daarom bepalen dat de man met ingang van datum beschikking een bedrag van € 60,- per maand aan kinderalimentatie voor [de minderjarige] zal voldoen. De rechtbank neemt daarbij wel op in het dictum van deze beschikking dat, zoals door de vrouw is verzocht, de man uiterlijk op 1 juni 2026 zijn belastingaangifte over 2025 stuurt. Op die manier kan zij nagaan of het vastgestelde bedrag aan kinderalimentatie overeenkomt met de financiële situatie van de man. Voortgezet gebruik De vrouw verzoekt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning. Partijen zijn het erover eens dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft, maar zij heeft nog geen andere plek om met hem naartoe te gaan. De vrouw verzoekt daarom nog zes maanden in de woning, om een andere woonruimte te kunnen vinden. De man heeft zich niet inhoudelijk tegen dit verzoek verweerd. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen en bepalen dat zij nog gedurende zes maanden na inschrijving van deze beschikking in de echtelijke woning mag wonen. De rechtbank overweegt hierbij dat de man zich niet heeft verweerd. Daarnaast vindt de rechtbank het belangrijk dat de vrouw een geschikte woning kan vinden om met [de minderjarige] te wonen, daar is tijd voor nodig. Verdeling De man en de vrouw zijn op [datum] 2018 een geregistreerd partnerschap aangegaan, zodat sprake is van een wettelijk beperkte gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alleen hetgeen de partners tijdens hun partnerschap hebben opgebouwd, alsmede de goederen die vóór het geregistreerd partnerschap aan hen gezamenlijk toebehoorden, tot de gemeenschap behoren. Het vermogen dat ieder van partijen voor het aangaan van het geregistreerd partnerschap had, alsmede schenkingen en erfenissen, blijven behoren tot privévermogen. Peildatum Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden partnerschapsgemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank, namelijk 24 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.