← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:26902

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-944 Zaaknummer: C/09/679930 Datum beschikking: 26 februari 2025 Voorziening in gezag in verband met overlijden gezagsdrager (artikel 1:253g BW) Beschikking op het op 31 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. K. Rozema te Bodegraven. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - de brief van 20 februari 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad); - de brief van 20 februari 2025 van de vader. De minderjarige [minderjarige] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter. Zij heeft een brief geschreven en is ook verschenen om met de kinderrechter te praten. Verzoek Het verzoek strekt ertoe de overlevende ouder, de vader, op grond van artikel 1:253g van het Burgerlijk Wetboek (BW) te belasten met het gezag over de minderjarige [minderjarige], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Feiten - De vader heeft vanaf 1991 een affectieve relatie gehad met [de moeder], geboren op [geboortedatum 1] 1970 te [geboorteplaats 1] (hierna: de moeder). - Uit de moeder is op [geboortedatum 2] 2007 het minderjarige kind [minderjarige] geboren. - De vader heeft [minderjarige] erkend. - De moeder is op [datum] 2024 overleden. - De moeder was van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast. - [minderjarige] verblijft bij de vader. Beoordeling Nu de ouder met gezag is overleden dient in het gezag over [minderjarige] te worden voorzien dan wel een voogd(es) te worden benoemd. Op grond van artikel 1:253g van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter, indien van de ouders diegene overlijdt die het gezag over hun minderjarige kind alleen uitoefende, bepalen dat de overlevende ouder of een derde met het gezag over dit kind wordt belast. Het verzoek om een overlevende ouder met het gezag te belasten, wordt slechts afgewezen, indien de rechter oordeelt dat het belang van de minderjarige zich tegen inwilliging verzet. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die aan de uitoefening van het gezag door de vader in de weg staan. [minderjarige] heeft sinds haar geboorte onafgebroken bij haar beide ouders gewoond. Na het overlijden van de moeder heeft de vader de verzorging en opvoeding van [minderjarige] alleen voortgezet. In het advies van 20 februari 2025 heeft de Raad verklaard geen bezwaren te hebben tegen het toewijzen van het ouderlijk gezag over [minderjarige] aan de vader. [minderjarige] heeft schriftelijk en in haar gesprek met de kinderrechter verklaard dat zij het het fijnst en meest logisch vindt als haar vader met het ouderlijk gezag wordt belast. De kinderrechter heeft geconstateerd dat [minderjarige] en haar vader zich toch wel zorgen hebben gemaakt om het juridische probleem waar ze onlangs tegenaan gelopen zijn. Dat is nergens voor nodig, want [minderjarige] heeft het altijd heel fijn gehad met haar beide ouders. De kinderrechter vindt het heel erg voor [minderjarige] – en haar meerderjarige broer – dat zij op jonge leeftijd al het verlies van hun moeder hebben moeten meemaken. [minderjarige] is heel evenwichtig en vriendelijk. Zij heeft verteld dat zij met kinderen wil gaan werken. De kinderrechter is ervan overtuigd dat zij van grote waarde zal zijn, ook door haar levenservaring. Het is fijn dat zij veel steun ervaart van haar vader. Naar het oordeel van de rechtbank is dus op geen enkele manier gebleken dat het belang van [minderjarige] zich tegen inwilliging van het verzoek verzet. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat aan de vader, [de vader], geboren op [geboortedatum 3] 1967 te [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats 1]; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Huizenga, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.