RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.43296 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Spapens), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. (gemachtigde: mr. M. Smeulders). Procesverloop Bij besluit van 7 september 2025 (bestreden besluit 1) is aan eiser op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode) de toegang geweigerd en bij besluit van diezelfde datum (bestreden besluit 2) is aan eiser op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Eiser heeft tegen de vrijheidsontnemende maatregel beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vw wordt, indien aan de vreemdeling een besluit tot weigering van toegang tot Nederland is uitgereikt, het beroep geacht mede een beroep tegen dit besluit te omvatten. Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk te behandelen. De gemachtigde van eiser heeft op 15 september 2025 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft hierop op 17 september 2025 gereageerd. De rechtbank heeft op 19 september 2025 het onderzoek gesloten. Overwegingen Over bestreden besluit 1 (toegangsweigering) De gemachtigde van eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen de toegangsweigering. Ook anderszins ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de toegangsweigering onrechtmatig is opgelegd. Het beroep wordt, voor zover gericht tegen bestreden besluit 1, ongegrond verklaard. Over bestreden besluit 2 (vrijheidsontnemende maatregel) Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw kan de vreemdeling aan wie toegang tot Nederland is geweigerd worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats die is beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Namens eiser is aangevoerd dat de maatregel onrechtmatig is, nu in het M19-formulier van 7 september 2025 geen motivering is aangekruist bij de zware en lichte gronden, zoals vereist volgens de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 15 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.