← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:26989

Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/689870 / KG ZA 25-803 Vonnis in kort geding van 18 september 2025 in de zaak van [eiseres] B.V. te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. F.H.R. Kuiper te Hattem, tegen: GEMEENTE VOORSCHOTEN te Voorschoten, gedaagde, advocaten mrs. P.B.J. van Oord en D. Britsemmer te Alphen aan den Rijn. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Gemeente’. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 12 augustus 2025; - de akte van [eiseres] van 1 september 2025 houdende overlegging producties 1 tot en met 6; - de op 3 september 2025 door [eiseres] overgelegde productie 7; - de door de Gemeente overgelegde conclusie van antwoord; - de op 4 september 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.
  2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.
  3. De Gemeente heeft, daarbij begeleid door de Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK), een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het vervangen van beschoeiingen en damwanden, inclusief alle bijkomende werkzaamheden (hierna: ‘de Opdracht’). 2.
  4. In het ten behoeve van deze aanbesteding opgestelde aanbestedingsdocument van 5 juni 2025 (hierna: ‘het Aanbestedingsdocument’) zijn onder meer de hoofdstukken 7 en 9 van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) op de aanbesteding van toepassing verklaard. 2.
  5. In het Aanbestedingsdocument valt verder te lezen dat de Opdracht wordt gegund aan de inschrijver die met de laagste prijs heeft ingeschreven. Inschrijvingen dienden uiterlijk op 7 juli 2025 12.00 uur via TenderNed te worden ingediend. In paragraaf 7 van het Aanbestedingsdocument is bepaald dat bij inschrijving dienden te worden aangeleverd een via de online tool van TenderNed ingevuld Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA), een ondertekend inschrijvingsbiljet en een ondertekende inschrijfstaat. In paragraaf 3.2.2 van het Aanbestedingsdocument is bepaald dat de inschrijver door ondertekening van het inschrijvingsbiljet verklaart dat hij instemt met de inhoud van alle aanbestedingsstukken en dat hij alle gegevens op het inschrijvingsbiljet naar waarheid heeft ingevuld. 2.
  6. [eiseres] heeft haar inschrijving op 7 juli 2025 om 11.12 uur digitaal via TenderNed ingediend. Blijkens het proces-verbaal van opening van de inschrijvingen van 8 juli 2025 zijn in totaal drie inschrijvingen ontvangen en heeft [eiseres] ingeschreven met de laagste prijs. In het proces-verbaal valt verder te lezen dat in de inschrijvingen geen in het oog springende onregelmatigheden zijn aangetroffen en dat een uitgebreide toetsing op onregelmatigheden op een later moment zal plaatsvinden. 2.
  7. [eiseres] heeft op 9 juli 2025 om 14.23 uur via TenderNed bericht dat zij heeft geconstateerd dat zij abusievelijk bij haar inschrijving het inschrijvingsbiljet niet heeft ingediend. Bij dit bericht heeft [eiseres] als bijlage een door haar ingevuld en ondertekend inschrijvingsbiljet gevoegd. 2.
  8. Bij voorlopige gunningsbeslissing van 5 augustus 2025 heeft de Gemeente de inschrijving van [eiseres] ongeldig verklaard. Aan deze ongeldigverklaring heeft de Gemeente – kort gezegd – ten grondslag gelegd dat [eiseres] het vereiste inschrijvingsbiljet niet tijdig heeft ingediend en dat dit gebrek in haar inschrijving zich niet leent voor herstel. 3Het geschil 3.
  9. [eiseres] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover uitvoerbaar bij voorraad de Gemeente te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing van 5 augustus 2025 in te trekken en de Gemeente te gebieden de Opdracht – voor zover zij deze nog wenst te vergeven – aan geen ander dan [eiseres] te gunnen, een en ander met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten. 3.
  10. Daartoe voert [eiseres] – samengevat – aan dat het niet bij inschrijving indienen van het inschrijvingsbiljet een duidelijk kenbare omissie betreft, die zich leent voor herstel. Volgens [eiseres] had de Gemeente haar een herstelmogelijkheid moeten bieden althans was de Gemeente verplicht het alsnog door haar ingediende inschrijvingsbiljet te accepteren. Daarbij wijst [eiseres] erop dat met het alsnog ingediende inschrijvingsbiljet haar inschrijving inhoudelijk niet is gewijzigd. Van een schending van het level playing field als gevolg van oneigenlijk genoten concurrentievoordeel is naar haar mening geen sprake. De in artikel 7.14.2 ARW 2016 genoemde informatie was volgens [eiseres] reeds met de op 7 juli 2025 ingediende stukken door haar verstrekt. Daarbij merkt [eiseres] op dat het alsnog op 9 juli 2025 ingediende inschrijvingsbiljet al op 6 juli 2025 door haar is ondertekend. Meer in het bijzonder stelt [eiseres] dat de Gemeente uit hoofde van de ingediende inschrijfstaat reeds bekend was met de door haar geoffreerde prijs. Daarnaast stelt [eiseres] dat uit de op 7 juli 2025 ingediende stukken blijkt van haar wil om op de aanbesteding in te schrijven. Uit het Aanbestedingsdocument volgt niet dat het niet indienen van bepaalde stukken per definitie tot terzijdelegging of ongeldigverklaring zal leiden. Artikel 7.22.1 ARW 2016 biedt volgens [eiseres] een mogelijkheid tot verduidelijking of aanvulling. Hieruit blijkt naar de mening van [eiseres] dat er wel degelijk ruimte bestaat voor herstel van haar omissie. [eiseres] beroept zich in dat verband tevens op twee uitspraken, te weten een vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 17 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:5737) en een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 11 juni 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:8248), waarin is geoordeeld dat sprake is van een voor herstel vatbaar verzuim. Ten slotte stelt [eiseres] dat de Gemeente in de voorlopige gunningsbeslissing ten onrechte geen evenredigheidstoets heeft toegepast. Daarmee kleeft naar de mening van [eiseres] aan de voorlopige gunningsbeslissing een gebrek. 3.
  11. De Gemeente voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4De beoordeling van het geschil 4.
  12. Beoordeeld moet worden of de Gemeente de inschrijving van [eiseres] ongeldig heeft mogen verklaren omdat [eiseres] niet tijdig een door haar ingevuld en ondertekend inschrijvingsbiljet heeft ingediend. 4.
  13. Uitgangspunt is dat een aanbestedende dienst bij de beoordeling van inschrijvingen moet uitgaan van de inschrijvingen zoals deze bij het sluiten van de inschrijvingstermijn zijn ontvangen. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult. Volgens vaste rechtspraak (HvJ EU 29 maart 2012, nr. C-599/10, SAG) kan daar slechts een uitzondering op worden gemaakt indien een inschrijving klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeft of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits de wijziging/aanvulling er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld. Het maken van een dergelijke uitzondering is echter uitgesloten ingeval van een ontbrekend stuk dat op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt (HvJ EU 10 oktober 2013, nr. C-336/12, Manova). 4.
  14. Het inschrijvingsbiljet diende – anders dan [eiseres] stelt – in deze aanbesteding op straffe van uitsluiting bij inschrijving te worden verstrekt. Dit volgt – zoals de Gemeente met juistheid stelt – uit het ARW 2016, waarvan de hoofdstukken 7 en 9 in het Aanbestedingsdocument op deze aanbesteding van toepassing zijn verklaard. In paragraaf 7.14.2 ARW 2016 is bepaald dat elke inschrijving dient te zijn voorzien van een door de inschrijver ondertekend inschrijvingsbiljet. Tevens valt in deze paragraaf te lezen dat de inschrijver door ondertekening verklaart dat de inschrijving wordt gedaan overeenkomstig de bepalingen van het ARW 2016, met inachtneming van de bepalingen en de gegevens zoals deze zijn omschreven in de toepasselijke aanbestedingsstukken. In paragraaf 3.2.2 van het Aanbestedingsdocument is bepaald dat de inschrijver door ondertekening van het inschrijvingsbiljet verklaart in te stemmen met de inhoud van alle aanbestedingsstukken en verklaart alle gegevens naar waarheid te hebben ingevuld. Uit paragraaf 7.14.6 ARW 2016 volgt dat een inschrijving slechts geldig is indien het inschrijvingsbiljet en alle gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijving uiterlijk op het uiterste tijdstip voor de ontvangst van de inschrijvingen door de aanbesteder zijn ontvangen. In paragraaf 7.21.1 ARW 2016 is bepaald dat een inschrijving die niet voldoet aan – kort gezegd – de in het ARW 2016 en de aanbestedingsstukken gestelde eisen, ongeldig is. 4.
  15. Uit de hiervoor aangehaalde bepalingen uit het ARW 2016 volgt dat het inschrijvingsbiljet op straffe van ongeldigheid uiterlijk op 7 juli 2025 om 12.00 uur door inschrijvers moest worden ingediend. [eiseres] heeft haar inschrijvingsbiljet op 9 juli 2025 om 14.23 uur en daarmee dus niet tijdig ingediend. Als gevolg van het feit dat [eiseres] het vereiste inschrijvingsbiljet niet tijdig heeft ingediend, was de Gemeente gehouden om de inschrijving van [eiseres] ongeldig te verklaren. Dit volgt uit het hiervoor aangehaalde Manova-arrest, waarin is bepaald dat bij het ontbreken van een op straffe van uitsluiting verlangd stuk geen uitzondering kan worden aanvaard op het uitgangspunt dat een aanbestedende dienst bij de beoordeling van inschrijvingen moet uitgaan van de inschrijvingen, zoals deze bij het sluiten van de inschrijvingstermijn zijn ontvangen. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich daartegen. Reeds op grond hiervan was het de Gemeente niet toegestaan om met gebruikmaking van haar in paragraaf 7.22.1 ARW 2016 geregelde bevoegdheid [eiseres] gelegenheid te bieden het ontbrekende inschrijvingsbiljet alsnog in te dienen c.q. het alsnog door [eiseres] ingediende inschrijvingsbiljet te accepteren. Dit volgt ook uit artikel 7.22.1 ARW 2016, waarin is bepaald dat uitsluitend van die bevoegdheid gebruik gemaakt mag worden maken voor zover de beginselen van het aanbestedingsrecht daardoor niet worden geschonden. Voor een toetsing van die uitsluiting aan het evenredigheidsbeginsel is – zoals de Gemeente met juistheid heeft gesteld – bij die stand van zaken geen ruimte (vgl. HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1096). 4.
  16. Voor zover [eiseres] zich op het standpunt stelt dat zij er op basis van het proces-verbaal van opening van de inschrijvingen gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat haar inschrijving geldig was, dient dit standpunt te worden verworpen. In het proces-verbaal is immers uitdrukkelijk vermeld dat er nog een uitgebreide toetsing op onregelmatigheden zal plaatsvinden. Het beroep van [eiseres] op de twee door haar aangehaalde uitspraken, waarin een herstelmogelijkheid wel aangewezen is geacht, kan [eiseres] ten slotte evenmin baten, nu in die zaken sprake was van een niet-vergelijkbaar feitencomplex. 4.
  17. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiseres] niet toewijsbaar is. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van de Gemeente worden begroot op: - griffierecht € 714,-- - salaris advocaat € 1.107,-- - nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.999,-- 4.
  18. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De voorzieningenrechter: 5.
  19. wijst het gevorderde af; 5.
  20. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van de Gemeente ad € 1.999,--, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,-- extra betalen, plus de kosten van betekening; 5.
  21. veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; 5.
  22. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.