← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:26994

Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/689079 / KG ZA 25-746 Vonnis in kort geding van 7 oktober 2025 in de zaak van 1 [partij 1] te [woonplaats 1], [land 1], 2. [partij 2 sub 1] & [partij 2 sub 2] te [woonplaats 2], [land 1], 3. [partij 3 sub 1] & [partij 3 sub 2] te [woonplaats 3], 4. [partij 4] te [woonplaats 4], [land 2], 5. [partij 5] te [woonplaats 5], 6. [partij 6 sub 1] & [partij 6 sub 2] te [woonplaats 5], 7. [partij 7] te [woonplaats 6], 8. [partij 8 sub 1] & [partij 8 sub 2] te [woonplaats 7], 9. [partij 9 sub 1] & [partij 9 sub 2] te [woonplaats 8], 10. [partij 10] te [woonplaats 9], 11. [partij 11 sub 1] & [partij 11 sub 2] te [woonplaats 10], 12. [partij 12] te [woonplaats 11], 13. [partij 13] te [woonplaats 12], [land 2], 14. [partij 14 sub 1] & [partij 14 sub 2] te [woonplaats 13], 15. [partij 15 sub 1] & [partij 15 sub 2] te [woonplaats 14], 16. [partij 16] te [woonplaats 15], 17. [partij 17 sub 1] & [partij 17 sub 2] te [woonplaats 7], 18. [partij 18 sub 1] & [partij 18 sub 2] te [woonplaats 16], [land 2], 19. [partij 19] te [woonplaats 4], [land 2], 20. [partij 20] te [woonplaats 17], 21. [partij 21] te [woonplaats 18], 22. [partij 22] te [woonplaats 5], 23. [partij 23] te [woonplaats 4], [land 2], 24. [partij 24 sub 1] & [partij 24 sub 2] te [woonplaats 19], [land 1], eisers, advocaat mr. R.H.U. Keizer te Roosendaal, tegen: GREENPOINT DEVELOPMENTS B.V. te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. M.G. Hop te Dreischor. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de bungaloweigenaren’ en ‘Greenpoint’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 15 augustus 2025, met producties 1 tot en met 7; - de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 18; - de akte houdende een wijziging van eis; - de op 15 september 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Greenpoint is zowel eigenaar als exploitant van het vakantiepark ‘[naam park 1]’ (voorheen ‘[naam park 2]’) te [plaats], [gemeente]. Op dit vakantiepark bevinden zich onder meer 47 bungalows. Van deze 47 bungalows heeft Greenpoint er zes in eigendom. De overige van deze 47 bungalows zijn eigendom van derden, waaronder de bungaloweigenaren die in deze procedure als eisers optreden. 2.2. De bungaloweigenaren zijn een jaarlijkse parkbijdrage aan Greenpoint verschuldigd. Greenpoint heeft deze parkbijdrage per bungalow vastgesteld op € 770,-- voor 2019, € 1.050,-- voor 2020, € 1.125,-- voor 2021, € 1.170,-- voor 2022 en € 1.287,-- voor 2023 en 2024, telkens inclusief BTW. De bungaloweigenaren hebben aan Greenpoint kenbaar gemaakt dat zij de door Greenpoint doorgevoerde verhogingen van de parkbijdrage niet zijn verschuldigd. 2.3. Greenpoint heeft bungaloweigenaar [partij 5] (in deze procedure eiser sub 5) op 5 april 2022 gedagvaard in een procedure bij de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda. In die procedure vorderde Greenpoint onder meer betaling door [partij 5] van de doorgevoerde, onbetaald gebleven verhogingen van de parkbijdrage. Bij tussenvonnis van 8 maart 2023 heeft de kantonrechter – voor zover thans van belang – overwogen dat de parkbijdrage van € 770,-- vanaf 2020 mag worden geïndexeerd aan de hand van het Consumentenprijsindexcijfer (CPI) zoals dat wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De kantonrechter heeft de vordering van Greenpoint ten aanzien van de parkbijdrage voor het overige niet toewijsbaar geacht omdat Greenpoint onvoldoende onderbouwing heeft gegeven van wat onder ieder van de voor de jaren 2020 en 2021 opgevoerde posten is begrepen en waarom die zijn aan te merken als parkkosten die aan [partij 5] kunnen worden toegerekend. Greenpoint heeft tegen het eindvonnis van de kantonrechter van 22 november 2023 hoger beroep ingesteld. 2.4. Bij brief van 27 juni 2024 heeft de advocaat van de bungaloweigenaren Greenpoint in gebreke gesteld en haar gesommeerd om – voor zover thans van belang – uiterlijk op 30 juni 2024

  1. a)de verkoop van huisafvalzakken,
  2. b)het ophalen van huisvuil en
  3. c)het afvoeren van klein tuinafval te hervatten en
  4. d)bepaalde bungaloweigenaren weer toegang tot de receptie te verlenen. 2.5. Bij brief van 5 juli 2024 heeft de advocaat van Greenpoint zich in reactie op voormelde sommatie en ingebrekestelling op het standpunt gesteld dat Greenpoint de verkoop van huisvuilzakken, het ophalen daarvan en het afvoeren van klein tuinafval op de voet van artikel 6:52 BW rechtsgeldig heeft opgeschort voor bungaloweigenaren die een achterstand hebben in de betaling van de parkbijdrage. 2.6. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij inmiddels onherroepelijk arrest van 14 januari 2025 ten aanzien van de parkbijdrage overwogen dat tussen (de rechtsvoorgangers van) Greenpoint en [partij 5] nooit een mondelinge of schriftelijke overeenkomst met betrekking tot de door Greenpoint te verlenen diensten en service en de daarvoor te betalen parkbijdrage is gesloten. Wel is volgens het hof door bestendige gedragingen over en weer tussen Greenpoint en [partij 5] een rechtsverhouding ontstaan die kwalificeert als een overeenkomst en die inhoudt dat Greenpoint gehouden is jegens [partij 5] als bungaloweigenaar een aantal diensten en service te verlenen waarvoor [partij 5] een parkbijdrage dient te betalen. Het hof heeft de stelling van [partij 5] verworpen dat Greenpoint voor onbepaalde tijd gehouden is de diensten en service te verlenen tegen een parkbijdrage van € 770,-- per jaar, inclusief BTW. Het hof heeft verder overwogen dat tussen Greenpoint en [partij 5] niet in geschil is dat Greenpoint gehouden is de volgende diensten en service te verlenen: Evenmin is volgens het hof tussen Greenpoint en [partij 5] in geschil dat de hoogte van de door [partij 5] verschuldigde parkbijdrage afhankelijk is van de kosten die Greenpoint voor de diensten en service maakt, voor zover die aan [partij 5] als bungaloweigenaar zijn toe te rekenen. Nu tussen Greenpoint en [partij 5] geen afspraken zijn gemaakt over de hoogte van de parkbijdrage is volgens het hof sprake van een leemte in de tussen hen bestaande overeenkomst, die op basis van de redelijkheid en billijkheid dient te worden ingevuld. Het is volgens het hof aan Greenpoint om te onderbouwen dat de door haar over de jaren 2020 tot en met 2023 in rekening gebrachte bedragen zijn gebaseerd op
  5. a)door Greenpoint voor de diensten en service gemaakte kosten, die
  6. b)aan [partij 5] als bungaloweigenaar zijn toe te rekenen. Die kosten dienen redelijk te zijn en moeten in redelijkheid aan [partij 5] als bungaloweigenaar zijn toe te rekenen. Greenpoint heeft in dat verband een rapport van [adviesbureau] (hierna: ‘[adviesbureau]’) van 17 mei 2023 overgelegd. Het hof heeft geoordeeld dat de noodzakelijke onderbouwing met het rapport van [adviesbureau] niet is gegeven en dat als gevolg daarvan de facturen voor de verhoogde parkbijdrage over de jaren 2020 tot en met 2023 een deugdelijke grondslag ontberen en dat de vordering tot betaling van het onbetaald gelaten deel van die facturen niet toewijsbaar is. Het hof heeft ten slotte nog het volgende overwogen: 2.7. Bij brief van 20 juni 2025 heeft de advocaat van de bungaloweigenaren Greenpoint onder verwijzing naar het arrest van 14 januari 2025 opnieuw in gebreke gesteld en haar gesommeerd de levering van alle diensten uiterlijk 1 juli 2025 te hervatten, waaronder begrepen
  7. a)de ongelimiteerde verkoop van huisvuilzakken,
  8. b)de afvoer van huisafval gedurende het gehele jaar,
  9. c)de openstelling van de milieustraat op minstens één dag per week gedurende drie aaneengesloten uren,
  10. d)de terbeschikkingstelling van de CAI en
  11. e)het verlenen van toegang tot de receptie. 2.8. Bij brief van 2 juli 2025 heeft de advocaat van Greenpoint onder meer als volgt aan de advocaat van de bungaloweigenaren bericht: “Het Hof heeft vastgesteld dat er tussen cliënte en [partij 5] geen service-overeenkomst is gesloten. De service en de mate van service hangt derhalve af van de vraag of partijen voor de geleverde diensten op grond van de omstandigheden van het geval noodzakelijkerwijs op elkaar zijn aangewezen voor het verkrijgen van deze diensten, zulks aan de hand van de redelijkheid en billijkheid. Zo behoren tenminste water, riool, elektriciteit, het onderhoud van de wegen en de groenvoorziening tot de wederzijdse afhankelijkheid, doch voor de overige diensten geldt dat niet. Teneinde de discussie omtrent de parkbijdrage te stroomlijnen wil cliënte vanaf 2025 differentiëren in drie verschillende pakketten van serviceniveau: laag, middel en hoog (danwel in nog een andere te kiezen benaming). Zij zal dit deze maand aan de bungalowbewoners voorleggen. (…) Vanzelfsprekend heeft elk serviceniveau een ander prijsniveau. In de versie van het laagste serviceniveau is het ophalen van vuilnis, oud papier en glas en het inleveren van tuinafval niet inbegrepen. (…) Tot slot geldt dat het afvoeren van vuilnis en tuinafval eenvoudig door uw cliënten zelf kan worden gedaan, zonder dat dit voor uw cliënten tot onoverkomelijke bezwaren leidt. (…) De Centrale Antenne Installatie is vorig jaar buiten werking gesteld en behoort sinds de buitenwerkingstelling niet meer tot het servicepakket. Dit is geen essentieel onderdeel van service welke gelet op een eventuele plaatselijke verwevenheid noodzakelijkerwijs aan uw cliënten geleverd zou moeten worden omdat uw cliënten hierin eenvoudig individueel zelf kunnen voorzien. Cliënte gaat deze nagenoeg in ongebruik geraakte voorziening omdat velen al zelf voorzagen in een dergelijke aansluiting, niet opnieuw invoeren.” 2.9. Op 25 juli 2025 heeft Greenpoint een e-mail aan de bungaloweigenaren verstuurd met daarin het verzoek uiterlijk 7 augustus 2025 een keuze te maken uit drie serviceniveau-pakketten, te weten 1) het basisabonnement van € 775,--, inclusief BTW of 2) het midden-abonnement van € 1.357,--, inclusief BTW 3) dan wel het all-in-abonnement van € 2.300,--, inclusief BTW. Daarbij heeft Greenpoint vermeld dat aan bungaloweigenaren die geen keuze maken, het basispakket zal worden aangeboden. Tevens heeft Greenpoint vermeld dat de abonnementsprijzen jaarlijks zullen worden geïndexeerd. Het midden-abonnement omvat – voor zover thans van belang – de volgende diensten: 3Het geschil 3.1. De bungaloweigenaren vorderen – na wijziging van eis – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad een veroordeling van Greenpoint om op straffe van een dwangsom binnen 48 uur na betekening van dit vonnis alle onder randnummer 11 van de dagvaarding opgesomde diensten en service weer onvoorwaardelijk aan hen te verlenen, zulks met veroordeling van Greenpoint in de proceskosten. 3.2. Daartoe voeren de bungaloweigenaren – samengevat – het volgende aan. Uit het arrest van 14 januari 2025 volgt dat Greenpoint uit hoofde van een tussen haar en [partij 5] bestaande overeenkomst gehouden is de in het arrest genoemde diensten en service aan [partij 5] te verlenen en dat voor de in de jaren 2020 tot en met 2023 door Greenpoint doorgevoerde verhogingen van de parkbijdrage een deugdelijke onderbouwing ontbreekt. Nu ten aanzien van alle bungaloweigenaren sprake is van dezelfde bestendige gedragingen over en weer als in de verhouding tussen Greenpoint en [partij 5], mag er volgens de overige parkeigenaren vanuit worden gegaan dat in een rechterlijke procedure tussen hen en Greenpoint dienaangaande hetzelfde zal worden beslist. De bungaloweigenaren vorderen nakoming door Greenpoint van de uit hoofde van de tussen hen bestaande overeenkomsten op Greenpoint rustende verplichting tot het verlenen van bedoelde diensten en service. Bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing van de doorgevoerde verhogingen van de parkbijdrage is Greenpoint volgens de bungaloweigenaren niet gerechtigd om de nakoming van die verplichting op te schorten wegens het niet betalen van die verhogingen. Greenpoint handelt volgens de bungaloweigenaren eveneens in strijd met de bestaande overeenkomsten door hen thans een deel van bedoelde diensten en service te onthouden omdat zij geen keuze hebben gemaakt uit de in juli 2025 door Greenpoint gepresenteerde abonnementen. Het arrest van het hof laat volgens de bungaloweigenaren geen ruimte voor Greenpoint om eenzijdig te besluiten minder diensten en service te verlenen dan waar zij op grond van de bestaande overeenkomsten toe gehouden is. Daarbij wijzen de bungaloweigenaren erop dat het – anders dan Greenpoint betoogt – gaat om diensten en service waarvoor zij bij gebreke van redelijke alternatieven vanwege de plaatselijke verwevenheid noodzakelijkerwijs op Greenpoint zijn aangewezen. 3.3. Greenpoint voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4De beoordeling van het geschil 4.1. Beoordeeld moet worden of er aanleiding bestaat om Greenpoint te veroordelen om aan de bungaloweigenaren de diensten en service te verlenen als genoemd in randnummer 11 van de dagvaarding. Randnummer 11 van de dagvaarding behelst een opsomming van de volgende diensten en service: 4.2. Greenpoint voert in de eerste plaats als verweer dat de vordering van de bungaloweigenaren wegens het ontbreken van spoedeisend belang moet worden afgewezen. Dit verweer slaagt niet voor wat betreft de vorderingen tot het ophalen van huisvuil, het afvoeren van tuinafval en het aanbieden van wifi en de CAI. Ten aanzien van de overige in randnummer 11 van de dagvaarding genoemde diensten en service staat niet ter discussie dat Greenpoint deze diensten en service tot op heden zonder het stellen van aanvullende voorwaarden aan/ten behoeve van alle bungaloweigenaren levert. Uit hetgeen hierna wordt overwogen zal blijken dat Greenpoint daartoe ook verplicht is. Er is voorshands dan ook geen aanleiding om – zoals de bungaloweigenaren betogen – aan te nemen dat Greenpoint de levering van deze diensten en service zal staken. Aldus ontbreekt het de bungaloweigenaren aan spoedeisend belang bij een veroordeling van Greenpoint tot het onvoorwaardelijk verlenen van die diensten en service. Bij hun vordering tot het ophalen van huisvuil, het afvoeren van tuinafval en het aanbieden van wifi en de CAI hebben de bungaloweigenaren wel voldoende spoedeisend belang. Hoewel Greenpoint deze diensten/service al geruime tijd opschort, valt te begrijpen dat de bungaloweigenaren eerst een onherroepelijk oordeel over de verschuldigdheid van de parkbijdrageverhogingen over de jaren 2020 tot en met 2023 hebben afgewacht alvorens Greenpoint in rechte te betrekken. Greenpoint heeft zich immers op een opschortingsrecht beroepen en dit beroep zou aan toewijzing van een vordering in een eerder door de bungaloweigenaren gestarte procedure in de weg hebben kunnen staan. Met het onherroepelijke arrest is eveneens duidelijkheid verkregen over de gegrondheid van het door Greenpoint gedane beroep op opschorting. De termijn om cassatie in te stellen tegen het arrest van 14 januari 2025 verstreek op 14 april 2025. Het valt eveneens te billijken dat de bungaloweigenaren Greenpoint nog enige tijd hebben gegeven om na kennisneming van het arrest de verlening van deze diensten/service op eigen initiatief te hervatten. Toen dit niet gebeurde zijn de bungaloweigenaren naar het oordeel van de voorzieningenrechter – nadat zij Greenpoint op 20 juni opnieuw in gebreke hebben gesteld – voldoende voortvarend overgegaan tot het dagvaarden van Greenpoint in deze procedure. 4.3. In het kader van de beoordeling of Greenpoint gehouden is het ophalen van huisvuil, het afvoeren van tuinafval en het aanbieden van wifi en de CAI ten aanzien van de bungaloweigenaren te hervatten, neemt de voorzieningenrechter het arrest van 14 januari 2025 als uitgangspunt. Nu Greenpoint niet heeft weersproken dat tussen haar en de overige bungaloweigenaren sprake is van dezelfde bestendige gedragingen als tussen haar en [partij 5], moet het er in deze kortgedingprocedure voor worden gehouden dat tussen Greenpoint en de overige bungaloweigenaren eveneens een rechtsverhouding bestaat die kwalificeert als een overeenkomst. Net als in de verhouding met [partij 5] verplichten ook die overeenkomsten Greenpoint in beginsel tot het verlenen van de door het hof genoemde diensten en service, waaronder het ophalen van huisvuil, het afvoeren van tuinafval en het aanbieden van wifi en de CAI. De bungaloweigenaren zijn op hun beurt gehouden hiervoor een parkbijdrage aan Greenpoint te betalen. Niet ter discussie staat dat de bungaloweigenaren vanaf 2019 jaarlijks een parkbijdrage van € 770,-- aan Greenpoint hebben voldaan. Het hof heeft overwogen dat Greenpoint de door haar doorgevoerde verhogingen van de parkbijdrage over de jaren 2020 tot en met 2023 niet deugdelijk heeft onderbouwd en heeft om die reden de vordering jegens [partij 5] tot betaling van die verhogingen afgewezen. Het hof heeft in rov 3.17 van het arrest geschetst op welke wijze Greenpoint (alsnog) in een deugdelijke onderbouwing van de volgens haar reële verhogingen van de parkbijdrage kan voorzien. Greenpoint heeft te kennen gegeven dat de kosten om tot die onderbouwing te komen aanzienlijk zijn en dat zij – mede in het licht van de reeds ten behoeve van het rapport van [adviesbureau] gemaakte kosten – ervoor heeft gekozen om die extra kosten niet te maken. Dit betekent dat een deugdelijke onderbouwing van die verhogingen nog altijd ontbreekt en dat Greenpoint in haar verhouding tot de bungaloweigenaren het ophalen van huisvuil, het afvoeren van tuinafval en het aanbieden van wifi en de CAI dus niet kan opschorten op de grond dat de bungaloweigenaren de doorgevoerde parkbijdrageverhogingen over de jaren 2020 tot en met 2023 niet hebben voldaan. Greenpoint kan de bungaloweigenaren deze diensten en service naar voorshands oordeel evenmin onthouden met het argument dat zij hebben geweigerd het door haar aangeboden midden-abonnement af te nemen. De prijs van het midden-abonnement (€ 1.357,-- inclusief BTW) ligt immers aanmerkelijk hoger dan de parkbijdrage van € 770,-- die de bungaloweigenaren tot op heden betalen en uit het voorgaande volgt dat een deugdelijke onderbouwing voor een verhoging van de parkbijdrage in die orde van grootte (nog altijd) ontbreekt. 4.4. Het voorgaande laat onverlet dat – zoals Greenpoint terecht stelt – de rechtsverhouding tussen Greenpoint en de bungaloweigenaren (mede) wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid die partijen over en weer jegens elkaar dienen te betrachten. In dat kader stelt Greenpoint terecht dat van haar in redelijkheid niet meer kan worden gevergd dat zij ten behoeve van de bungaloweigenaren voorziet in het aanbieden van wifi en de CAI. De bungaloweigenaren hebben onvoldoende gemotiveerd weersproken dat – zoals Greenpoint stelt – de wifi en CAI door vrijwel niemand meer werden gebruikt als gevolg van de talloze mogelijkheden die inmiddels voorhanden zijn om zelf in deze diensten te voorzien. Hierdoor is voldoende aannemelijk dat partijen voor wat betreft die diensten niet vanwege de plaatselijke verwevenheid op elkaar zijn aangewezen. Die verwevenheid is daarentegen naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten aanzien van het ophalen van huisvuil en het afvoeren van tuinafval nog onverkort aanwezig. Van de bungaloweigenaren kan in redelijkheid niet worden gevergd dat zij – zoals Greenpoint betoogt – hiervoor zelf zorgdragen door het huis- en tuinafval mee naar huis te nemen of in te leveren bij de milieustraat van de [gemeente]. Greenpoint zal dan ook worden veroordeeld om deze dienstverlening ten behoeve van de bungaloweigenaren binnen de gevorderde 48 uur na betekening van dit vonnis te hervatten. 4.5. Voor wat betreft het huisvuil stelt Greenpoint dat zij dit vanaf 2019 uitsluitend gedurende het vakantieseizoen, te weten vanaf half maart tot en met de eerste week van november, wekelijks op maandag en gedurende de maanden juli en augustus wekelijks op zowel maandag als donderdag ophaalt, waarbij het huisvuil moet worden aangeboden in zakken die voor € 1,50 per stuk bij de receptie kunnen worden aangeschaft. De bungaloweigenaren hebben in het licht van de betwisting door Greenpoint onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Greenpoint in het verleden het huisvuil gedurende het gehele jaar heeft opgehaald. Die stelling wordt dan ook gepasseerd. Hetzelfde lot treft de stelling van de bungaloweigenaren dat het huisvuil in andere zakken dan die Greenpoint bij de receptie verkoopt mocht worden aangeboden en de stelling dat Greenpoint voor de aan de receptie gekochte zakken niet € 1,50 maar € 1,-- in rekening bracht. Ook die stellingen hebben de bungaloweigenaren onvoldoende onderbouwd. Dit betekent dat Greenpoint voor wat betreft het huisvuil zal worden veroordeeld in de dienstverlening zoals zij die vanaf 2019 stelt te hebben geboden. 4.6. Het klein tuinafval kan volgens Greenpoint sinds 2019 gedurende het vakantieseizoen, te weten vanaf half maart tot en met de eerste week van november, wekelijks op zaterdag bij de milieustraat worden gebracht. Aanvankelijk werd de milieustraat hiervoor gedurende één uur opengesteld maar dit is volgens Greenpoint in de loop der tijd teruggebracht tot een half uur (12.30 uur tot 13.00 uur), omdat dit ruim voldoende bleek te zijn. De bungaloweigenaren hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Greenpoint in het verleden ten behoeve van hen heeft voorzien in de mogelijkheid om gedurende het gehele jaar klein tuinafval bij de milieustraat te brengen, zodat die stelling zal worden gepasseerd. Evenmin hebben de bungaloweigenaren gemotiveerd weersproken dat een half uur openstelling van de milieustraat per week voor het brengen van klein tuinafval voor hen niet volstaat. Van een noodzaak tot het bepalen van een ruimer tijdslot is dan ook niet gebleken. De bungaloweigenaren hebben nog betoogd dat zij in het verleden ook ander afval bij de milieustraat mochten brengen. Nog daargelaten dat zij die stelling niet van een onderbouwing hebben voorzien, constateert de voorzieningenrechter dat een daartoe strekkende vordering van de bungaloweigenaren ontbreekt. 4.7. In de dagvaarding maakt een aantal bungaloweigenaren ten slotte nog bezwaar tegen de ontzegging van toegang tot de receptie wegens vermeend wangedrag. Nu hieraan in het petitum door de desbetreffende bungaloweigenaren geen vordering tot toelating tot de receptie is gekoppeld, komt de voorzieningenrechter aan een inhoudelijke beoordeling van dit bezwaar niet toe. 4.8. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gemaximeerd. 4.9. Greenpoint is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de bungaloweigenaren worden begroot op: - dagvaarding € 148,04 - griffierecht € 331,-- - salaris advocaat € 1.107,-- - nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.764,04 5De beslissing De voorzieningenrechter: 5.1. veroordeelt Greenpoint om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de volgende diensten ten behoeve van de bungaloweigenaren te hervatten: het ophalen van het huisvuil gedurende het vakantieseizoen, te weten vanaf half maart tot en met de eerste week van november, wekelijks op maandag en gedurende de maanden juli en augustus wekelijks op zowel maandag als donderdag, waarbij het huisvuil door de bungaloweigenaren moet worden aangeboden in zakken die door hen voor € 1,50 per stuk bij de receptie kunnen worden aangeschaft; het bieden van gelegenheid om gedurende het vakantieseizoen, te weten vanaf half maart tot en met de eerste week van november, wekelijks op zaterdag tussen 12.30 uur en 13.00 uur, klein tuinafval bij de milieustraat te brengen; 5.2. bepaalt dat Greenpoint een dwangsom verbeurt van € 500,-- voor iedere dag dat zij in gebreke blijft om aan de veroordeling onder 5.1 te voldoen, zulks met een maximum van € 10.000,--; 5.3. veroordeelt Greenpoint in de proceskosten van de bungaloweigenaren ad € 1.764,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Greenpoint niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,-- extra betalen, plus de kosten van betekening; 5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.5. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025. mw

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.