← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:27025

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-8706 Zaaknummer: C/09/676748 Datum beschikking: 23 december 2025 Wijziging kinderalimentatie Beschikking op het op 5 december 2024 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.L.J. Kapteijn in Alphen aan den Rijn. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M. Braat in ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de moeder; het bericht met bijlagen van 24 november 2025 van de vader; het bericht met bijlagen van 24 november 2025 van de moeder; het bericht met bijlagen van 2 december 2025 van de vader. Op 4 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat en de moeder bijgestaan door haar advocaat. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd. Feiten Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] . De vader heeft [de minderjarige 1] erkend. Bij beschikking van 20 februari 2015 zijn de ouders gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] . Bij beschikking van 29 november 2011 is een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie vastgesteld op € 150,- per maand. Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de door de vader te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige 1] sinds 1 januari 2025 € 198,- per maand. Verzoek en verweer Het verzoek van de vader luidt – met wijziging van de beschikking van 29 november 2011 van deze rechtbank – met ingang van 20 juli 2018, subsidiair 13 mei 2024, meer subsidiair: de datum van indiening van het verzoekschrift: de kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] te wijzigen naar € 58,- per maand; de moeder te veroordelen in de proceskosten; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht om de onderling afgesproken kinderalimentatie te wijzigen in die zin dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie zal voldoen van € 324,- per maand, met als ingangsdatum 20 juli 2018 danwel 13 mei 2024, meer subsidiair datum indiening van het verzoekschrift, alsmede de vader te veroordelen in de proceskosten. Beoordeling Ontvankelijkheid Een rechterlijke beslissing of overeenkomst inzake alimentatie kan worden gewijzigd op de grond dat sprake is van een wijziging van omstandigheden waardoor het aanvankelijke bedrag niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet (artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek). Tussen de ouders is niet in geschil dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. De vader is op 24 augustus 2016 vader geworden van [de minderjarige 2] . De moeder heeft samen met de heer [naam] een dochter gekregen genaamd [de minderjarige 3] , die geboren is op 16 augustus

  1. Daarnaast zijn de moeder en de heer [naam] getrouwd op [datum] 2019 waardoor de heer [naam] onderhoudsplichtig is geworden voor [de minderjarige 1] . Ingangsdatum Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De vader verzoekt wijziging van de kinderalimentatie primair vanaf 20 juli 2018, en subsidiair 13 mei 2024 (de datum eerste brief met verzoek tot overleggen financiële stukken). Meer subsidiair verzoekt de vader de kinderalimentatie te wijzigen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift. De moeder is van mening dat het verzoek van de vader wat de verschillende ingangsdata gevolgd moet worden en zij verzoekt op haar beurt aan de rechtbank uit te gaan van diezelfde data, en indien blijkt dat er te weinig kinderalimentatie betaald is dit alsnog moet worden voldaan. Als een lager bedrag wordt vastgesteld moet er volgens de moeder geen terugbetalingsverplichting komen, omdat dit geld al is uitgegeven. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 eerste lid BW een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum van de (gewijzigde) kinderalimentatie. Hierbij geldt dat volgens vaste jurisprudentie het uitgangspunt is dat de rechter terughoudend moet omgaan met zijn bevoegdheid tot wijziging van de kinderalimentatie met ingang van een datum gelegen voor zijn uitspraak. In het door de vader aangevoerde ziet de rechtbank te weinig om zo ver in het verleden de ingangsdatum te bepalen. De rechtbank zal aansluiting zoeken bij de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 5 december
  2. Beide ouders hebben vanaf dat moment rekening kunnen houden met een gewijzigde kinderalimentatie. Samenloop Er is sprake van een samenloop van onderhoudsverplichtingen. De ouders zijn beiden onderhoudsplichtig voor hun kind [de minderjarige 1] . De vader is daarnaast met zijn ex-partner onderhoudsplichtig voor de in 2016 geboren [de minderjarige 2] . De moeder is samen met de heer [naam] onderhoudsplichtig voor de in 2015 geboren [de minderjarige 3] . Doordat de moeder is getrouwd met de heer [naam] zijn zij samen ook onderhoudsplichtig voor [de minderjarige 1] . De onderhoudsplicht voor [de minderjarige 1] is van gelijke rang als die voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Bij een samenloop moet de rechtbank beoordelen of de ouders in staat zijn om aan al hun onderhoudsverplichtingen te voldoen. Tijdens de zitting is met de ouders besproken dat er verschillende methodes zijn ten aanzien van de verdeling van draagkracht bij samengestelde gezinnen. De rechtbank zal een andere methode hanteren dan de methode die door de ouders wordt gebruikt. De rechtbank zal de zuivere draagkracht van de vader en de moeder per gezin berekenen, in plaats van de afgeleide draagkracht op basis van de twee kinderen waarvoor zij beiden onderhoudsplichtig zijn. Dit wordt ook wel de ‘verhoudingenmethode’ genoemd. Voor zover de vader of de moeder een tekort heeft om in het totaal van de aandelen van de kinderen te kunnen voorzien, wordt dit naar rato van dit tekort over de aandelen omgeslagen. Behoefte [de minderjarige 1] De ouders zijn het erover eens dat de behoefte van [de minderjarige 1] € 613,- per maand bedraagt in
  3. Behoefte [de minderjarige 2] Omdat de vader ook onderhoudsplichtig is voor [de minderjarige 2] , zal de rechtbank zijn behoefte vaststellen. In de door de vader overgelegde beschikking van 20 maart 2023 van deze rechtbank met zaak- en rekestnummer C/09/635902 FA RK 22-6480 is kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 2] vastgesteld. Hierbij is de behoefte van [de minderjarige 2] op basis van de inkomensgegevens van de vader en zijn ex-partner berekend. De vader stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de behoefte van [de minderjarige 2] opnieuw moet worden berekend, en dat moet worden uitgegaan van de actuele inkomensgegevens van de vader. Zijn inkomen is immers gestegen en bij de behoefte van [de minderjarige 1] wordt ook van de actuele inkomensgegevens uitgegaan. De moeder betwist het door de vader gestelde. De behoefte van [de minderjarige 2] moet alleen opnieuw worden berekend als het inkomen van de vader boven het NBGI uit komt. Dit is niet het geval waardoor volgens de moeder moet worden uitgegaan van de reeds vastgestelde behoefte. De rechtbank overweegt dat door de vader niet is aangetoond dat zijn huidige inkomen hoger is dan het drempelinkomen, op basis waarvan de behoefte van [de minderjarige 2] opnieuw berekend moet worden. De rechtbank zal daarom uitgaan van de behoefte van [de minderjarige 2] zoals deze is berekend in de beschikking van 20 maart 2023 van deze rechtbank. De behoefte van [de minderjarige 2] is vastgesteld op € 452,- per maand in
  4. Dit bedraag bestaat uit een tabelbedrag van € 416,- per maand, vermeerderd met € 36,- per maand aan bijzondere zorgkosten vanwege het gehoor van [de minderjarige 2] . De totale behoefte van [de minderjarige 2] bedraagt dus € 452,- per maand in
  5. Geïndexeerd naar 2024 bedraagt de behoefte van [de minderjarige 2] € 480,- per maand. Behoefte [de minderjarige 3] Omdat de moeder ook onderhoudsplichtig is voor [de minderjarige 3] , zal de rechtbank ook haar behoefte berekenen. Voor het bepalen van de behoefte van [de minderjarige 3] moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van de moeder en de heer [naam] worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de moeder en de heer [naam] samen, inclusief eventueel kindgebonden budget. De rechtbank neemt daarbij 2024 als uitgangspunt omdat de inkomensgegevens van dit jaar zijn overgelegd. Voor het berekenen van het inkomen van de moeder in 2024, gaat de rechtbank uit van een jaarinkomen van € 48.942,- bruto in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave
  6. De rechtbank gaat daarnaast uit van de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting; de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de moeder op € 3.376,- per maand in
  7. Aan de zijde van de heer [naam] gaat de rechtbank uit van een jaarinkomen van € 61.655,- bruto in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave
  8. De rechtbank zal conform het Rapport Alimentatienormen geen rekening houden met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak en daarom het salaris volgens de jaaropgave corrigeren met de daarin verwerkte fiscale bijtelling zoals die blijkt uit de overgelegd salarisstroken van (12 x € 749 =) € 8.
  9. Daarnaast gaat de rechtbank uit van de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de heer [naam] op € 3.285,- per maand in
  10. Het NBGI van de moeder en de heer [naam] bedraagt dan (3.376 + 3.285 =) € 6.661,- per maand. Zij hebben bij dit bedrag geen recht op een kindgebonden budget. De rechtbank zal bij de tabel ‘Eigen Aandeel Kosten Kinderen’ uitgaan van twee kinderen, nu [de minderjarige 1] ook in dit gezin opgroeit. Dit levert een behoefte op van € 1.470,- per maand, te weten € 735,- per maand. De behoefte van [de minderjarige 3] bedraagt dus € 735,- per maand in
  11. Draagkracht moeder Voor de berekening van de draagkracht van de moeder gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.858,- bruto per maand, te vermeerderen met € 636,- per maand aan Individueel Keuze Budget (IKB), zoals volgt uit de salarisspecificaties van augustus tot en met oktober
  12. Verder houdt de rechtbank rekening met een pensioenpremie van € 265,- per maand en een aanvullende pensioenpremie van € 5,- per maand. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende fiscale kortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting; de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Uit de behoefteberekening van [de minderjarige 3] volgt dat de moeder en de heer [naam] op basis van hun inkomensgegevens geen recht hebben op een kindgebonden budget. De rechtbank zal bij de draagkracht, net als bij de behoefte, hier dan ook geen rekening mee houden. Op de zitting is door de vader gesteld dat aan de zijde van de moeder gerekend moet worden met een woonbudget van 15% omdat zij samen met de heer [naam] de woonlasten kan delen. De moeder heeft verweer gevoerd. De rechtbank overweegt als volgt. Doordat de vader dit standpunt rijkelijk laat heeft ingenomen, is de moeder de kans ontnomen om haar woonlasten (en die van de heer [naam] ) nader te onderbouwen. De rechtbank zal daarom voorbij gaan aan het standpunt van de vader en rekening houden met een woonbudget van 30%. Op basis van deze uitgangspunten berekent de rechtbank het huidige NBI van de moeder op € 3.448,- per maand. De draagkracht van de moeder bedraagt € 801,- per maand in
  13. Draagkracht vader Voor de berekening van de draagkracht van de vader houdt de rechtbank rekening met een inkomen van € 4.823,- per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie van januari
  14. Verder houdt de rechtbank rekening met de pensioenpremie van € 168,- per maand. De rechtbank zal conform het Rapport Alimentatienormen geen rekening houden met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak. De vader betaalt conform de beschikking van 20 maart 2023 van deze rechtbank een kinderalimentatie voor [de minderjarige 2] van € 110,- per maand. Geïndexeerd naar 2024 bedraagt de kinderalimentatie € 117,- per maand. Daarnaast is [de minderjarige 2] de helft van de tijd bij de vader waardoor hij recht heeft op een zorgkorting van 35% van de behoefte (het tabelbedrag, dus zonder de verhogende kosten). Dit betekent dat de zorgkorting (0,35 x 416 =) € 146,- per maand was in
  15. Geïndexeerd naar 2024 bedraagt de zorgkorting € 155,- per maand, wat leidt tot totale kosten voor [de minderjarige 2] van (117 + 115 =) € 272,- per maand, zodat de rechtbank hiermee rekening zal houden. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende fiscale kortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het huidige NBI van de vader op € 3.610,- per maand. De draagkracht van de vader bedraagt € 608,- per maand. Draagkracht echtgenoot moeder (de heer [naam] ) Bij de berekening van de draagkracht van de heer [naam] gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 4.744,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie van augustus tot en met oktober
  16. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met een pensioenpremie van € 383,- per maand en een WGA-premie van € 15,- per maand. De rechtbank houdt verder rekening met de volgende fiscale kortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. Net als bij de behoefte en de draagkracht van de vader houdt de rechtbank geen rekening met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak. Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het huidige NBI van de heer [naam] op € 3.445,- per maand. De draagkracht bedraagt € 799,- per maand. Verdeling van de kosten De rechtbank zal – zoals hierboven is overwogen – een draagkrachtvergelijking maken met de ‘zuivere’ draagkracht van de ouders, om zo de aandelen te bepalen. De rechtbank hanteert deze methode omdat zij het redelijk acht dat de financiële verantwoordelijkheid voor een kind met name komt te liggen bij de ouders van het desbetreffende kind. Ten aanzien van [de minderjarige 2] zal de rechtbank geen draagkrachtvergelijking maken tussen de vader en de ex-partner, omdat bij de berekening van de draagkracht van de vader rekening is gehouden met een door hem te betalen kinderalimentatie (inclusief zorgkorting) van € 272,- per maand. De rechtbank zal de volgende formule gebruiken: draagkracht ouder / totale draagkracht moeder en vader x behoefte van het kind. Aandeel vader en moeder voor [de minderjarige 1] aandeel vader: 608 / 1.409 x 613 = 265 aandeel moeder: 801 / 1.409 x 613 = 348 samen: 613 Aandeel moeder en de heer [naam] voor [de minderjarige 3] aandeel moeder: 801 / 1.600 x 735 = 368 aandeel de heer [naam] : 799 / 1.600 x 735 = 367 samen: 735 Op basis van de bovenstaande draagkrachtvergelijkingen dient de vader voor [de minderjarige 1] € 265,- per maand bij te dragen. Hij is daartoe financieel in staat nu zijn draagkracht € 608,- per maand bedraagt. De moeder dient voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 3] (348 + 368 =) € 716,- per maand bij te dragen. Daartoe is zij financieel in staat omdat haar draagkracht € 801,- per maand bedraagt. De heer [naam] dient voor [de minderjarige 3] € 367,- per maand bij te dragen. Hij is daartoe in staat nu zijn draagkracht € 799,- per maand is. Zorgkorting De rechtbank zal geen rekening houden met een zorgkorting omdat er geen contact is tussen [de minderjarige 1] en de vader. Conclusie De rechtbank zal bepalen dat de vader aan de moeder, met ingang van 5 december 2024, een kinderalimentatie moet voldoen van € 265,- per maand. Proceskosten Beide ouders hebben verzocht om elkaar te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank overweegt dat in verzoekschriftprocedures tussen ex-partners terughoudend wordt omgegaan met een proceskostenveroordeling, om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat de partij de eigen proceskosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het hierboven omschreven uitgangspunt, en zal de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld. Beslissing De rechtbank – met wijziging van de beschikking van 29 november 2011 van deze rechtbank – : * bepaalt de door de vader, met ingang van 5 december 2024, te betalen kinderalimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , op € 265,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen; * verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; * bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december
  17. Partij Moeder

(676748)Zaak Moeder
(676748)/ de heer [naam]
(676748)(C/09/676748) Berekening Behoefteberekening N Tarieven 2024-2 Datum uitdraai 17-12-2025 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon volgens jaaropgaaf
(60)60 Loon volgens jaaropgaaf € 48.942 Op het bruto loon ingehouden 59 Inkomsten (transport) € 48.942 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 48.942 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 48.942 - Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020) € 14.084 - Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517 € 4.009 95 Inkomensheffing box 1 € 18.093 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 48.942 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 18.093 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 9.661 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 8.432 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 40.510 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.763 jaar Arbeidskorting € 4.948 jaar Combinatiekorting € 2.950 jaar Totale inkomsten € 40.510 120 Besteedbaar inkomen € 40.510 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 40.510 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.376 Partij de heer [naam]
(676748)Zaak Moeder
(676748)/ de heer [naam]
(676748)(C/09/676748) Berekening Behoefteberekening N Tarieven 2024-2 Datum uitdraai 17-12-2025 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon volgens jaaropgaaf
(60)60 Loon volgens jaaropgaaf € 61.655 In het loon volgens jaaropgaaf begrepen - fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto - € 8.988 Op het bruto loon ingehouden 59 Inkomsten (transport) € 52.667 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 52.667 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 52.667 - Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020) € 14.084 - Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517 € 5.386 95 Inkomensheffing box 1 € 19.470 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 52.667 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 19.470 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 6.221 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 13.249 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 39.418 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.516 jaar Arbeidskorting € 4.705 jaar Totale inkomsten € 39.418 120 Besteedbaar inkomen € 39.418 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 39.418 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.285 NBGI voor scheiding Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding NBI voor scheiding Moeder
(676748)€ 3.376 NBI voor scheiding de heer [naam]
(676748)€ 3.285 Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding € 6.661 Eigen aandeel kosten kinderen Eigen aandeel kosten kinderen Ouders hebben in gezinsverband geleefd ja NBGI voor scheiding € 6.661 Tabel aantal kinderen 2 Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel € 1.470 # Indexeren nee Partij Vader
(676748)Zaak Vader
(676748)/ Moeder
(676748)(C/09/676748) Berekening Draagkrachtberekening Tarieven 2024-2 Datum uitdraai 16-12-2025 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 57.876 44 Vakantietoeslag € 4.630 Bruto inkomsten € 62.506 Premies (51-59) Pensioenpremie 51 Ingehouden pensioenpremie - € 2.016 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 60.490 59 Inkomsten € 60.490 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 60.490 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 60.490 - Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020) € 14.084 - Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517 € 8.278 95 Inkomensheffing box 1 € 22.362 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 60.490 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 22.362 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 5.193 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 17.169 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 43.321 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 997 jaar Arbeidskorting € 4.196 jaar 120 Besteedbaar inkomen € 43.321 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 43.321 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.610 Draagkracht tbv kinderalimentatie Draagkracht tbv kinderalimentatie 120a Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie € 3.610 Draagkracht wordt berekend op basis van Formule 122a Kosten van levensonderhoud € 1.270 123a Woonbudget € 1.083 135a Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie € 2.353 136a Draagkrachtruimte € 1.257 137a Draagkrachtpercentage % 70 Beschikbaar € 880 138a Af: Bijdrage aan andere kinderen - € 272 140a Draagkracht tbv kinderalimentatie € 608 Specificaties voor post: 138a (Optellen) Kosten [de minderjarige 2] € 3.264 jaar Partij Moeder
(676748)Zaak Vader
(676748)/ Moeder
(676748)(C/09/676748) Berekening Draagkrachtberekening Tarieven 2024-2 Datum uitdraai 16-12-2025 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 46.296 49c Individueel keuze budget (IKB/PKB) € 7.632 Bruto inkomsten € 53.928 Premies (51-59) Pensioenpremie 51 Ingehouden pensioenpremie - € 3.180 53 Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat - € 60 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 50.688 59 Inkomsten € 50.688 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 50.688 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 50.688 - Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020) € 14.084 - Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517 € 4.654 95 Inkomensheffing box 1 € 18.738 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 50.688 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 18.738 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 9.431 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 9.307 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 41.381 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.647 jaar Arbeidskorting € 4.834 jaar Combinatiekorting € 2.950 jaar 120 Besteedbaar inkomen € 41.381 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 41.381 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.448 Draagkracht tbv kinderalimentatie Draagkracht tbv kinderalimentatie 120a Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie € 3.448 Draagkracht wordt berekend op basis van Formule 122a Kosten van levensonderhoud € 1.270 123a Woonbudget € 1.034 135a Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie € 2.304 136a Draagkrachtruimte € 1.144 137a Draagkrachtpercentage % 70 Beschikbaar € 801 140a Draagkracht tbv kinderalimentatie € 801 Partij de heer [naam] Zaak Vader
(676748)/ Moeder
(676748)(C/09/676748) Berekening Draagkrachtberekening Tarieven 2024-2 Datum uitdraai 16-12-2025 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 56.928 44 Vakantietoeslag € 4.554 Bruto inkomsten € 61.482 Premies (51-59) Pensioenpremie 51 Ingehouden pensioenpremie - € 4.596 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 56.886 59 Inkomsten € 56.886 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 56.886 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 56.886 - Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020) € 14.084 - Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517 € 6.946 95 Inkomensheffing box 1 € 21.030 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 56.886 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 21.030 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 5.666 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 15.364 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 41.522 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.236 jaar Arbeidskorting € 4.430 jaar Af: Netto premie (WGA/WHK) € 180 120 Besteedbaar inkomen € 41.342 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 41.342 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.445 Draagkracht tbv kinderalimentatie Draagkracht tbv kinderalimentatie 120a Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie € 3.445 Draagkracht wordt berekend op basis van Formule 122a Kosten van levensonderhoud € 1.270 123a Woonbudget € 1.034 135a Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie € 2.304 136a Draagkrachtruimte € 1.141 137a Draagkrachtpercentage % 70 Beschikbaar € 799 140a Draagkracht tbv kinderalimentatie € 799

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.