RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 25/10743 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: C. Sluijter), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verzoekster heeft een beroep ingediend, omdat de minister niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van verzoekster voor een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: de aanvraag). Op 18 juni 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster haar beroep ingetrokken. Zij heeft daarbij het verzoek gedaan om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De minister heeft het verzoek afgewezen. Overwegingen
- De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.
- Als een indiener het beroep intrekt, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan diens beroepschrift, dan kan de bestuursrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten van de indiener.
- Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop, is de minister tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. De minister heeft immers alsnog een besluit op de aanvraag van verzoekster genomen.
- Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Volgens het Bpb is een veroordeling in de proceskosten mogelijk indien er kosten zijn gemaakt door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De gemachtigde van verzoekster kan niet als zodanig worden aangemerkt. Hierdoor komt de gemaakte rechtsbijstand niet in aanmerking voor de vergoeding van de kosten als bedoelt in het Bpb. Beslissing Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb, in samenhang met het Besluit Proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 1, onder a, van de Bpb.