Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-7688 Zaaknummer: C/09/692914 Datum beschikking: 30 december 2025 Hoofdverblijfplaats en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 10 oktober 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. G.H. Zijlstra te Soesterberg. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek. Op 2 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten - De moeder en de vader hebben tot april 2025 een affectieve relatie gehad. - Zij zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] . - De vader heeft [de minderjarige] erkend. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit. - [de minderjarige] is in de Basisregistratie Persoonsgegevens geregistreerd op het woonadres van de moeder. Verzoek en verweer De moeder verzoekt de rechtbank in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] vast te stellen bij de moeder en te bepalen dat [de minderjarige] in de Basisregistratie Persoonsgegevens op het adres van de moeder ingeschreven zal staan, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken en verzoekt zelfstandig om vaststelling van een verdeling van zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling). De vader verzoekt: primair: de vader de komende 4 weken, de ene week op zondagmiddag en de andere week op zaterdagmiddag van 9.00 tot 12.00 uur de zorg voor [de minderjarige] zal hebben, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op een door moeder te kiezen openbare gelegenheid, waarbij het eveneens mogelijk is dat de moeder van de vader hierbij aanwezig is, dan wel de overdracht voor haar rekening neemt;de vader de daarop volgende vier weken, de ene week op zondagmiddag en de andere week op zaterdagmiddag van 9.00 tot 17.00 uur de zorg voor [de minderjarige] zal hebben, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op een door moeder te kiezen openbare gelegenheid, waarbij het eveneens mogelijk is dat de moeder van de vader hierbij aanwezig is, dan wel de overdracht voor haar rekening neemt;de vader de daarop volgende vier weken, van zaterdag 9.00 uur tot zondagochtend 10.00 uur de zorg voor [de minderjarige] zal hebben, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op een door moeder te kiezen openbare gelegenheid;de vader daarna elk even weekend van zaterdag 9.00 uur tot zondagavond 17.00 uur de zorg voor [de minderjarige] zal hebben, alsmede de helft van de vakanties en de feestdagen, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op een door moeder te kiezen openbare gelegenheid;dan wel een andere door de rechtbank in goede justitie vast te stellen zorgregeling; subsidiair: de vader minimaal een keer per twee weken contact met [de minderjarige] zal hebben bij het Omgangshuis ’t Zorghuisje en dat partijen gehouden zijn zich daarvoor aan te melden, het intake proces te volgen en daarna medewerking te verlenen aan het door het Zorghuisje te bepalen ondersteuningstraject;dan wel een andere door de rechtbank aan te wijzen hulpverleningsinstantie, op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen wijze. Beoordeling Hoofdverblijfplaats en inschrijving in de Basisregistratie Persoonsgegevens De vader stemt in met het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder te bepalen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder in zoverre toewijzen en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder bepalen, ook omdat het belang van [de minderjarige] zich daartegen niet verzet. De moeder heeft de rechtbank ook verzocht te bepalen dat [de minderjarige] in de Basisregistatie Persoonsgegevens wordt ingeschreven op het adres van de moeder. Omdat [de minderjarige] al op het adres van de moeder staat ingeschreven in de Basisregistratie Persoonsgegevens, hoeft de rechtbank hier geen beslissing over nemen. Zorgregeling Op de zitting is met de ouders gesproken over het gebrek aan contact tussen de vader en [de minderjarige] . Ook is besproken dat de ouders geen contact meer hebben. [de minderjarige] en de vader hebben elkaar in de afgelopen maanden slechts een paar keer gezien. De rechtbank stelt voorop dat het in het belang van de evenwichtige ontwikkeling van [de minderjarige] is dat hij regelmatig contact heeft met zijn beide ouders. De moeder heeft tijdens de zitting ook aangegeven dat zij begrijpt dat er contact moet komen tussen [de minderjarige] en de vader, maar dat zij het vanwege het verleden lastig vindt om daarover afspraken te maken met de vader. De ouders hebben aangegeven dat zij open staan voor hulpverlening, om hun onderlinge communicatie te verbeteren en het contact tussen [de minderjarige] en de vader weer op te bouwen. Beide ouders op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan de trajecten ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding. De rechtbank zal de ouders en [de minderjarige] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan deze trajecten, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemde trajecten en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank geeft de ouders en de begeleidende instantie mee dat zij moeten toewerken naar een voorlopige zorgregeling waarbij [de minderjarige] in ieder geval iedere zondag van 9.00 uur tot 17.00 uur bij de vader is. De overdracht kan plaatsvinden op een door de moeder te bepalen locatie. De rechtbank heeft met de ouders besproken dat deze voorlopige zorgregeling binnen acht contactmomenten na aanvang van de omgangsbegeleiding gerealiseerd moet worden. In het kader van de omgangsbegeleiding en ouderschapsbemiddeling kunnen de ouders verdere afspraken maken over de invulling van een definitieve zorgregeling. De rechtbank zal daarom de beslissing over de definitieve zorgregeling aanhouden in afwachting van het verloop van de hulptrajecten. De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van de trajecten. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. De Raad wordt in dat geval verzocht om de volgende vraag te beantwoorden: - Welke zorgregeling (aard, frequentie en duur) is het meest in het belang van [de minderjarige] ? Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder; * stelt vast dat partijen, te weten: [de vader] (de vader) wonende op de [adres] , en [de moeder] , (de moeder) wonende op een geheim adres, bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan de trajecten Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie(s); beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg; en de Raad voor de Kinderbescherming; bepaalt dat partijen de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren omtrent het verloop van voornoemd traject; bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad voor de Kinderbescherming stuurt; bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt; verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen; verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad; houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 1 juli 2026 pro forma. Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 december 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.