RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Den Haag FV/b Zaaknummer: 11801753 RP VERZ 25-50531 Datum: 4 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap WIZZCONCEPT B.V., gevestigd te Den Haag, verzoekende partij, gemachtigde: mr. J. Roose. tegen [verweerder], wonende te [woonplaats], verwerende partij, gemachtigde: mr. P.H. Mahieu. Partijen worden hierna aangeduid als “Wizzconcept” en “[verweerder]”. 1Het procesverloop 1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - het op 19 juni 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties; - het verweerschrift met producties. 1.2 Op 7 oktober 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Namens Wizzconcept zijn verschenen [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door mr. Roose. [verweerder] is verschenen, bijgestaan door mr. Mahieu. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt die zich tevens in het procesdossier bevinden. 1.3 De uitspraak is bepaald op heden. 2De feiten 2.1 Op 3 december 2024 heeft de kantonrechter te Den Haag voor recht verklaard dat [verweerder] nog altijd in dienst is van Wizzconcept en haar veroordeeld tot loondoorbetaling vanaf 1 september 2024 totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal zijn geëindigd. 2.2 Op 5 juni 2025 heeft de kantonrechter te Den Haag in een kortgedingprocedure de tenuitvoerlegging van voornoemd vonnis in stand gelaten, behalve voor zover die ziet op loon vanaf 1 maart 2025. 3Het verzoek Wizzconcept verzoekt de kantonrechter bij beschikking de beschikking van 3 december 2024 te herroepen, en opnieuw recht doende te verklaren dat Wizzconcept over de periode van september 2024 tot en met maart 2025 geen salaris verschuldigd is en [verweerder] te veroordelen tot terugbetaling van hetgeen Wizzconcept op grond van die beschikking aan hem heeft betaald, met proceskosten. [verweerder] heeft ter zitting van 3 december 2024 verklaard dat hij zo nu en dan elders tegen betaling werkzaamheden verrichtte om in zijn levensonderhoud te voorzien, terwijl hij in werkelijkheid een dienstverband had bij een andere werkgever van 36 per week. [verweerder] heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan bedrog, althans heeft opzettelijk stukken van beslissende aard achtergehouden. Het oordeel van de kantonrechter zou anders zijn uitgevallen indien hij ermee bekend was geweest dan [verweerder] elders in loondienst was, omdat onder die omstandigheden geen recht op loondoorbetaling bestaat, aldus Wizzconcept. 4Het verweer [verweerder] erkent dat hij ter zitting van 3 december 2024 heeft verklaard dat hij elders werkzaamheden verrichtte. Hij ontkent dat hij heeft gezegd dat hij deze werkzaamheden zo nu en dan verrichtte. Hij voert aan dat hij nog altijd bereid was bij Wizzconcept de bedongen arbeid te verrichten en betwist dat de kantonrechter de loonvordering zou hebben gematigd. 5De beoordeling 5.1 Het draait in deze zaak om de vraag of de kantonrechter op 3 december 2024 anders zou hebben beslist indien hij had geweten dat [verweerder] een dienstverband van 36 uur per week was aangegaan met een andere werkgever. Het antwoord op die vraag is nee. 5.2 Ook als hij dat had geweten, dan zou de kantonrechter voor recht hebben verklaard dat [verweerder] nog altijd in dienst was van Wizzconcept en haar hebben veroordeeld tot loondoorbetaling vanaf 1 september 2024 totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zou zijn geëindigd. De omstandigheid dat [verweerder] een dienstverband van 36 uur per week was aangegaan met een andere werkgever leidt immers niet tot een einde van het dienstverband met Wizzconcept en zolang het dienstverband met haar bestond was Wizzconcept gehouden loon te betalen. Alleen wanneer in redelijkheid voor rekening van een werknemer behoort te komen dat hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht is een werkgever niet verplicht loon te voldoen (art 7:628 BW). Die uitzonderingssituatie doet zich in de onderhavige zaak niet voor. Wizzconcept heeft immers het onhoudbare standpunt ingenomen dat op en na 1 september 2024 geen arbeidsovereenkomst meer bestond tussen [verweerder] en haar. Het is volledig aan haar te wijten dat [verweerder] sindsdien geen arbeid meer voor haar heeft verricht. Dat wordt niet anders omdat hij vervolgens een dienstverband van 36 uur per week met een andere werkgever is aangegaan, want dat is slechts het gevolg van de financiële problemen waarin Wizzconcept hem moet hebben gebracht door ten onrechte geen loon te betalen. 5.3 Wizzconcept heeft nog aangevoerd dat [verweerder] feitelijk niet beschikbaar was om arbeid te verrichten voor Wizzconcept door zich op 3 december 2025 ziek te melden en tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 1 maart 2025 ziekgemeld te blijven. Ook dat standpunt faalt. Wizzconcept heeft direct na de beslissing van de kantonrechter op 3 december 2024 aangestuurd op werkhervatting, terwijl zij [verweerder] eerst uit had moeten nodigen voor een gesprek om een en ander uit te praten en de relatie te herstellen. Uit zijn ziekmelding kan niet worden afgeleid dat hij niet beschikbaar was, maar slechts dat hij op deze manier niet in staat was de bedongen arbeid te verrichten. Bovendien gaat het om gebeurtenissen die zich na de beslissing van 3 december 2024 hebben voorgedaan, dus niet kunnen leiden tot herroeping van die beslissing. 5.4 De vordering van Wizzconcept wordt afgewezen. Zij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [verweerder]. Het gaat op dit moment nog te ver om te spreken van misbruik van procesrecht. De kosten worden daarom begroot op een bedrag van € 814,00 als salaris van de gemachtigde van [verweerder] (tegenspraak eenvoudig). 6De beslissing De kantonrechter: 6.1 wijst het verzoek van Wizzconcept af; 6.2 veroordeelt Wizzconcept in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] begroot op € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Wizzconcept niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 6.3 verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. F.A.M. Veraart en uitgesproken ter openbare zitting van 4 november 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.