← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:27720

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/1269 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 op het verzoek om een proceskostenveroordeling in de zaak tussen [verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster (gemachtigde: mr. M.M. Dezfouli), en het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde]). Inleiding

  1. Verzoekster kwam in deze zaak op tegen het besluit van verweerder van 21 december
  2. Op 20 november 2025 heeft verweerder het besluit herzien, waardoor aan verzoekster tegemoet werd gekomen en haar alsnog bijstand zal worden nabetaald. 1.
  3. De rechtbank heeft de zaak inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 november
  4. Verzoekster en haar gemachtigde waren niet aanwezig. De rechtbank heeft de zitting geschorst, omdat er op dat moment nog geen reactie was op de vraag van de rechtbank of verzoekster wenste het beroep in te trekken gezien de tegemoetkoming door verweerder. Verzoekster heeft haar beroep op 3 december 2025 alsnog ingetrokken. 1.
  5. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij het instellen van beroep en herhaald bij de intrekking van het beroep. 1.
  6. De rechtbank heeft verweerder ter zitting in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Volgens verweerder is hij verplicht de proceskosten te vergoeden. 1.
  7. De rechtbank doet uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank
  8. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
  9. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
  10. De rechtbank moet eerst beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. 4.
  11. Op 1 februari 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van verweerder van 21 december 2023 waarin verweerder besloot dat verzoekster in augustus 2023 geen recht had op bijstand. Verweerder heeft dit besluit op 20 november 2025 herzien en heeft beslist dat belanghebbende alsnog bijstand zal worden nabetaald over augustus
  12. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
  13. De rechtbank wijst het verzoek toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten en verweerder moet deze vergoeding betalen. 5.
  14. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, waardoor er sprake is van één proceshandeling. Behandeling van een zaak in de beroepsprocedure behoort in beginsel tot de categorie gemiddeld met wegingsfactor 1, tenzij er duidelijke redenen zijn om hiervan af te wijken. Met toepassing van wegingsfactor 1 bedraagt de vergoeding in deze zaak in totaal € 907,-. Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
  15. In deze zaak werd het beroep ingetrokken omdat verweerder aan verzoekster is tegemoetgekomen. De rechtbank wijst erop dat verweerder in dit geval verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- aan haar te vergoeden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling aan verzoekster van € 907,- aan proceskosten en € 51,- aan griffierecht. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E. van Essen, rechter, in aanwezigheid van mr.M.M. Wesselo, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 december
  16. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.