← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:27807

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL25.3487 V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [belanghebbende] , belanghebbende (gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep. Dit beroep was gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen de weigering tot het verlenen van een visum kort verblijf. 1.1 Verweerder heeft gereageerd op het verzoek. 1.2 Het bezwaarschrift is op 11 februari 2025 kennelijk ongegrond verklaard. Vervolgens heeft belanghebbende zijn beroep ingetrokken en verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. 1.3 De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden. Beoordeling door de rechtbank
  2. Belanghebbende heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Belanghebbende hoeft dus geen griffierecht te betalen.
  3. De rechtbank moet beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
  4. Belanghebbende heeft op 1 februari 2024 bezwaar gemaakt tegen de weigering van verweerder om aan belanghebbende een visum kort verblijf te verlenen. Verweerder heeft de ontvangst van het bezwaarschrift op 6 februari 2024 bevestigd. Op 2 januari 2025 heeft belanghebbende verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Belanghebbende heeft hierna op 23 januari 2025 beroep ingesteld. Verweerder heeft vervolgens op 11 februari 2025 het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
  5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het nemen van het besluit op bezwaar is tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 453,
  6. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Özçelik, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van de Awb. Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.