RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer: C/09/673474 / HA ZA 24-850 Vonnis van 9 april 2025 in de zaak van YSF BOUW B.V., te Amsterdam, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: YSF Bouw, advocaat: mr. E. El Assrouti, tegen [partij B] , te [woonplaats], gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij B], advocaat: mr. V.J. Verhulst. 1De zaak in het kort 1.
- Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor de verbouwing van de woning van [partij B] door YSF Bouw. YSF Bouw stelt dat [partij B] de aannemingsovereenkomst heeft opgezegd en dat [partij B] daarom een vergoeding aan haar verschuldigd is. [partij B] betwist dat hij de overeenkomst heeft opgezegd. Hij stelt daarnaast onder andere dat YSF Bouw het werk niet heeft afgemaakt en ondeugdelijk werk heeft verricht, op grond waarvan hij schadevergoeding vordert van YSF Bouw. De rechtbank komt tot de conclusie dat [partij B] de overeenkomst heeft opgezegd en een vergoeding verschuldigd is aan YSF Bouw van € 36.466,
- Dat wordt in dit vonnis nader besproken. 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 15 december 2023, met producties 1 tot en met 10,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 11, - het vonnis in incident van de rechtbank Amsterdam van 22 mei 2024, waarbij die rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard, - het herstelvonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2024, - het tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 18 december 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 1 tot en met
- 2.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 maart
- Daarbij waren (vertegenwoordigers van) partijen en hun advocaten aanwezig. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen vragen van de rechtbank beantwoord en hun standpunten verder toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. 2.
- Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 3De feiten 3.
- [partij B] is eigenaar van een woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning). 3.
- Partijen hebben op 9 oktober 2023 een aannemingsovereenkomst gesloten (hierna: de aannemingsovereenkomst). In opdracht van [partij B] zou YSF Bouw verbouwingen verrichten aan de woning zoals gespecificeerd in de door YSF Bouw uitgebrachte offerte van 25 september
- De werkzaamheden bestonden onder andere uit het realiseren van een uitbouw aan de achterzijde van de woning en het realiseren van een dakopbouw. 3.
- In de aannemingsovereenkomst is een totale aanneemsom opgenomen van € 168.869,50 (inclusief BTW). Partijen zijn vervolgens een korting overeengekomen waarna de totale aanneemsom € 154.909,75 bedroeg. 3.
- Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden heeft [partij B] een aanbetaling verricht aan YSF Bouw van € 8.443,
- 3.
- YSF Bouw heeft de werkzaamheden volledig uitbesteed aan een onderaannemer. 3.
- Op 30 oktober 2023 is de onderaannemer van YSF Bouw gestart met de werkzaamheden. Voor [partij B] werd op dat moment duidelijk dat de werkzaamheden door een onderaannemer werden verricht. Tussen 30 oktober 2023 en 3 november 2023 heeft de onderaannemer sloopwerkzaamheden verricht aan de achtergevel van de woning en een stalen steunbalk in de achtergevel geplaatst. Voor de post slopen en afvoeren is een bedrag van € 12.000,- (exclusief BTW) in de offerte opgenomen. 3.
- Op 3 november 2023 heeft [partij B] telefonisch contact opgenomen met YSF Bouw waarna partijen via WhatsApp verder contact hebben gehad. Hieronder is een deel van dat WhatsApp gesprek weergegeven: “YSF Bouw: je kan langs komen op kantoor YSF Bouw: ik ben hier [partij B]: ik heb nu geen maar waarom moet ik komen ? [partij B]: Tijd YSF Bouw: Oké YSF Bouw: Je wilt onze overeenkomst beëindigen YSF Bouw: Hoe zie je dat voor je YSF Bouw: Daar ben ik even benieuwd naar YSF Bouw: Dit wou ik met je bespreken [partij B]: Hoe zie ik het voor mij, die jongens hebben een balk geplaatst en die zijn weg. Ik denk dat die aanbetaling van mij voldoende moet zijn. YSF Bouw: Dat is niet voldoende YSF Bouw: Wij hebben aanbetaling en kosten gemaakt verder staat er nog een vergoeding tegenover YSF Bouw: Doe daar maar een voorstel voor los van de kosten [partij B]: Maar die jongens zijn weg. Ik heb met ze gesproken, ze hebben helemaal geen aanbetaling ontvangen. Ik kan je nog iets geven dat het totaal bedrag 10,000 wordt met aanbetaling, maar verder ga ik niet boven. YSF Bouw: ik ben een aannemer en mag conform overeenkomst onderaannemers inhuren voor werkzaamheden, wil je onze samenwerking beëindigen omdat je er geen gevoel bij hebt dan is dat zo maar hier zijn wel kosten aan verbonden.
- de kosten en aanbetalingen die ik heb gedaan.
- de vergoeding voor het ontbinden van het contract. Graag een realistisch bedrag conform aanneemsom.” 3.
- Op 4 november 2023 heeft [partij B] weer via WhatsApp contact opgenomen met YSF Bouw. Hieronder is een deel van dat gesprek weergegeven: “[partij B]: Goedemorgen, je hebt een grote constructieve fout gemaakt. De balk is op de muur gezet tussen mij en de buren wat niet is geheid. Dit is weer een grote reden erbij waarom ik je niet meer vertrouw. Om deze recht te zetten moet ik extra kosten maken. Graag zou ik een deel van mijn aanbetaling terug willen hebben. Deze moet opgelost worden voordat gemeente het komt controleren. (…) YSF Bouw: Kerel ik weet niet wat je allemaal probeert maar wij zijn niet eens klaar en je hebt mijn werkzaamheden abrupt stopgezet. Je wilt niet meer verder met mij dat is prima maar de consequenties voor het ontbinden van deze contract heb ik je gisteren voorgelegd. Graag duidelijkheid daarop gezien mijn aanbod tot vandaag geldig is. [partij B]: Waar heb je het over van stopgezet? Die jongens dus jouw werknemers hebben het werk stop gezet, omdat ze niet met jouw over eens zijn gekomen. Kijk wat voor hoofdpijn je mij hebt bezorgd. (…) YSF Bouw: Hij belde mij gieten dat je niet verder mij wilt werken toch YSF Bouw: Jij YSF Bouw: Gisteren [partij B]: Ja, maar wat heeft dat te maken ?? Die jongens waren al gestopt met werkzaamheden (…) Hun hebben het werk stop gezet YSF Bouw: We gaan verder niet meer in discussie YSF Bouw: Ik ben duidelijk geweest [partij B]: Ik heb alles aan mijn advocaat doorgegeven en ik ga vandaag gemeente informeren over deze fout van jouw. YSF Bouw: Top doe ik ook [partij B]: Ik had van jouw tenminste verwacht dat je je fout zou erkennen maar nee, dit is voor mij weer een teken dat ik zeker niet verder met jouw moet gaan.” 3.
- Na 3 november 2023 heeft (de onderaannemer van) YSF Bouw geen werkzaamheden meer verricht aan de woning. Op 15 november 2023 heeft de juridisch adviseur van [partij B] per brief YSF Bouw gesommeerd om de werkzaamheden voort te zetten en om het door [partij B] gestelde gebrek aan de stalen steunbalk te verhelpen. In deze brief is onder andere opgenomen: “Ongeveer 2 weken geleden bent u gestart met de bouw. U liet de werkzaamheden uitvoeren door een onderaannemer. Uw onderaannemer heeft inmiddels echter de werkzaamheden gestaakt. Cliënt heeft daarop aan u medegedeeld dat hij de aannemingsovereenkomst wenst te beëindigen. (…) Cliënt wenst de aannemingsovereenkomst niet op te zeggen, nu u een voor cliënt onaanvaardbaar hoge vergoeding wenst.” 3.
- Op 20 november 2023 heeft de advocaat van YSF Bouw per e-mail op de onder 3.9 bedoelde brief gereageerd en gesteld dat de aannemingsovereenkomst is opgezegd en dat [partij B] een vergoeding verschuldigd is aan YSF Bouw. 3.
- Als reactie op de onder 3.10 bedoelde e-mail heeft de juridisch adviseur van [partij B] op 27 november 2023 YSF Bouw nogmaals gesommeerd om de werkzaamheden te hervatten. In die brief is onder andere opgenomen: “Zoals gezegd: Cliënt heeft de aannemingsovereenkomst niet opgezegd, niet mondeling en ook niet schriftelijk. Cliënt heeft slechts meegedeeld dat hij de aannemingsovereenkomst wenst te beëindigen, en cliënt heeft daarbij niet meegedeeld of hij kiest voor beëindiging door opzegging of voor beëindiging door ontbinding. Op 3 november 2023 om 14.44 uur heeft cliënt telefonisch aan uw cliënte meegedeeld dat hij de overeenkomst wil beëindigen omdat de onderaannemer van uw cliënte het werk heeft neergelegd.” 3.
- YSF Bouw heeft de werkzaamheden niet voortgezet en [partij B] heeft een andere aannemer ingeschakeld om het werk verder af te maken. 4Het geschil In conventie 4.
- YSF Bouw vordert – samengevat – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst door [partij B] rechtsgeldig is opgezegd per 3 november 2023; II. [partij B] veroordeelt tot betaling van € 91.466,27 te voldoen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, dan wel een door de rechtbank te bepalen termijn, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 4 december 2023 tot de dag van algehele voldoening; en III. [partij B] veroordeelt in de kosten van deze procedure, alsmede de buitengerechtelijke kosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 4.
- YSF Bouw legt aan de vorderingen kort gezegd het volgende ten grondslag. [partij B] heeft de aannemingsovereenkomst opgezegd op 3 november
- Als gevolg daarvan maakt YSF Bouw aanspraak op een vergoeding op grond van artikel 7:764 lid 2 BW. Deze vergoeding bestaat uit de volledige aanneemsom van € 154.909,75 verminderd met eventuele besparingen van YSF Bouw en verminderd met de reeds door [partij B] gedane aanbetaling. Deze besparingen bestaan uit het bedrag dat YSF Bouw als gevolg van de opzegging niet aan haar onderaannemer hoeft te betalen, namelijk € 55.000,
- 4.
- [partij B] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van YSF Bouw. Hij betwist dat hij de aannemingsovereenkomst heeft opgezegd en betoogt dat hij alleen de mogelijkheden wilde bespreken om de aannemingsovereenkomst te beëindigen. Indien sprake zou zijn van opzegging, dan geldt volgens [partij B] dat de door YSF Bouw gevorderde vergoeding te hoog is. In (voorwaardelijke) reconventie 4.
- [partij B] vordert – samengevat – dat de rechtbank, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst ontbindt; II. YSF Bouw veroordeelt om binnen veertien dagen na de datum van het vonnis aan [partij B] het bedrag van € 28.963,48 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot de dag der algehele voldoening; en III. YSF Bouw veroordeelt in de kosten van deze procedure, alsmede de nakosten. 4.
- [partij B] legt aan de vorderingen kort gezegd het volgende ten grondslag. YSF Bouw is tekortgekomen in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. YSF Bouw (of haar onderaannemer) heeft de werkzaamheden een paar dagen na aanvang van het werk gestaakt en de werkzaamheden die zij wel heeft verricht niet goed uitgevoerd. [partij B] vordert ontbinding van de aannemingsovereenkomst en vergoeding van de door hem geleden schade. 4.
- Tijdens de mondelinge behandeling heeft (de advocaat van) [partij B] desgevraagd verklaard dat de vorderingen in reconventie voorwaardelijk zijn in die zin dat deze alleen kunnen worden toegewezen als in conventie wordt geoordeeld dat geen sprake is van opzegging van de aannemingsovereenkomst. 4.
- YSF Bouw concludeert tot afwijzing van de vorderingen in reconventie. YSF Bouw stelt dat de aannemingsovereenkomst is opgezegd door [partij B] en dat van ontbinding dus geen sprake kan zijn. Van een tekortkoming in de nakoming van het verrichte werk is volgens YSF Bouw geen sprake. Het werk was namelijk nog niet afgerond. In conventie en (voorwaardelijke) reconventie 4.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling In conventie Inleiding 5.
- Partijen hebben een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten zoals bedoeld in artikel 7:750 BW. Een overeenkomst tot aanneming van werk kan op grond van artikel 7:764 BW te allen tijde door de opdrachtgever worden opgezegd. In dat geval is de opdrachtgever een vergoeding verschuldigd aan de aannemer op grond van artikel 7:764 lid 2 BW. Die vergoeding bestaat kort gezegd uit de aanneemsom minus de besparingen (bespaarde kosten voor wat betreft materiaal en arbeid en eventueel een vergoeding voor niet gelopen risico). Tussen partijen is in geschil of de overeenkomst door [partij B] is opgezegd en of YSF Bouw aanspraak op een vergoeding als hiervoor bedoeld kan maken. [partij B] heeft de aannemingsovereenkomst opgezegd 5.
- De rechtbank stelt voorop dat voor beantwoording van de vraag of een overeenkomst is opgezegd, de verklaringen en gedragingen van [partij B] relevant zijn en hoe YSF Bouw deze verklaringen en gedragingen redelijkerwijs mocht opvatten. Niet doorslaggevend is of [partij B] het woord ‘opzeggen’ heeft gebruikt. 5.
- De rechtbank overweegt dat YSF Bouw gemotiveerd heeft gesteld dat [partij B] de aannemingsovereenkomst heeft opgezegd, welke stelling door [partij B] onvoldoende gemotiveerd is betwist. De rechtbank wijst in dat verband op het volgende. a. [partij B] heeft op 3 en 4 november 2023 met YSF Bouw telefonisch en per WhatsApp gesproken over beëindiging van de overeenkomst. Onder meer uit het WhatsApp bericht van 4 november 2023 ‘dit is voor mij weer een teken dat ik zeker niet verder met jouw moet gaan’ volgt dat hij de overeenkomst wenste te beëindigen. [partij B] heeft op 3 november 2023 een vergoeding aangeboden aan YSF Bouw in verband met de door hem gewenste beëindiging van de aannemingsovereenkomst. [partij B] heeft tussen 3 november en 14 november 2023 YSF Bouw niet verzocht om de werkzaamheden te hervatten. 5.
- YSF Bouw heeft de wens van [partij B] om de aannemingsovereenkomst te beëindigen gezien het voorgaande redelijkerwijs mogen opvatten als opzegging. Uit de genoemde omstandigheden blijkt niet dat [partij B], zoals hij in deze procedure betoogt, alleen de mogelijkheid wilde bespreken om de aannemingsovereenkomst te beëindigen, zonder dat daar consequenties aan verbonden zouden zijn. Dat volgt niet uit de overgelegde WhatsApp-conversatie en ook anderszins is die stelling niet onderbouwd. 5.
- De conclusie is dat [partij B] de aannemingsovereenkomst op 3 november 2023 heeft opgezegd. De door YSF Bouw gevorderde verklaring voor recht dat de aannemingsovereenkomst is opgezegd, zal worden afgewezen. [partij B] zal worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding, zodat voldoende belang bij (toewijzing van) de gevraagde verklaring voor recht als bedoeld in artikel 3:303 BW ontbreekt. [partij B] moet een vergoeding betalen aan YSF Bouw 5.
- Op grond van artikel 7:764 lid 2 BW moet de opdrachtgever in het geval van opzegging aan de aannemer de voor het gehele werk geldende prijs betalen, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien. Vast staat dat partijen een vaste aanneemsom van € 154.909,75 zijn overeengekomen. Partijen twisten over de hoogte van de hiervoor bedoelde besparingen. De stelplicht en bewijslast ter zake het bestaan en de omvang van die besparingen liggen bij [partij B]. Op YSF Bouw rust een belangrijke mededelingsplicht om feitelijke gegevens te verstrekken over de besparingen. 5.
- YSF Bouw heeft de werkzaamheden volledig uitbesteed aan een onderaannemer. 5.
- YSF Bouw heeft een ondertekende aannemingsovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat zij met haar onderaannemer een (onder)aanneemsom van € 110.000,00 is overeengekomen voor het hele project. [partij B] betwist dat deze overeenkomst daadwerkelijk is gesloten, maar heeft dat niet (voldoende) onderbouwd. De rechtbank gaat er dus van uit dat YSF Bouw met haar onderaannemer een vast bedrag van € 110.000,00 is overeengekomen. 5.
- YSF Bouw voert aan dat zij een bedrag van € 55.000,00 moet betalen aan haar onderaannemer (de helft van de overeengekomen aanneemsom). Volgens YSF Bouw is de onderaannemer uiteindelijk akkoord gegaan met 50% van de overeengekomen aanneemsom van € 110.000,-. Daartoe zijn de volgende WhatsApp-berichten uit 2023 overgelegd waarin is vermeld: “[naam] kan je goed kijken naar je besparing of je er 50% van kan maken”. “Is goed geen prb dit kan ik doen om dat we samen zo lang werken en nooit prb gehad maar wel binnen korten tijd me geld hebben.” Niet gebleken is dat de onderaannemer het genoemde bedrag (of enig ander bedrag) daadwerkelijk van YSF Bouw vordert of bijvoorbeeld daarvoor een factuur heeft verzonden aan YSF Bouw. Ook is niet gebleken dat YSF Bouw een onderbouwing heeft gevraagd of gekregen van haar onderaannemer waarin besparingen gespecificeerd zijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft YSF Bouw alleen verklaard dat een vordering voor het genoemde bedrag ‘boven haar hoofd hangt’. De rechtbank acht dit onvoldoende om een betalingsverplichting van YSF Bouw jegens de onderaannemer op te baseren. Het had op de weg van YSF Bouw gelegen om in het kader van de op haar rustende mededelingsplicht nader te onderbouwen dat zij daadwerkelijk € 55.000,00 verschuldigd is aan haar onderaannemer. Bij deze stand van zaken kan niet worden aangenomen dat YSF Bouw enig bedrag aan haar onderaannemer verschuldigd is als gevolg van de opzegging. De rechtbank merkt daarom de volledige overeengekomen (onder)aanneemsom van € 110.000,00 aan als besparing die voor YSF Bouw uit de opzegging voortvloeit. 5.
- YSF Bouw heeft er nog op gewezen dat zij op 20 oktober 2023 een aanbetaling heeft verricht aan haar onderaannemer van € 16.000,
- Deze aanbetaling aan de onderaannemer voorafgaand aan de start van de werkzaamheden staat echter los van de vergoeding die YSF Bouw eventueel aan de onderaannemer verschuldigd is als gevolg van de opzegging. De rechtbank is van oordeel dat niet met objectief verifieerbare bewijsstukken aannemelijk is gemaakt dat die aanbetaling zag op het onderhavige project. Conclusie 5.
- Samenvattend geldt dat [partij B] nog een bedrag verschuldigd is aan YSF Bouw van € 36.466,
- Dat bedrag is als volgt berekend: - de volledige aanneemsom € 154.909,75; - verminderd met een bedrag aan besparingen van € 110.000,00; en - verminderd met de aanbetaling van € 8.443,
- 5.
- YSF Bouw vordert dat de door [partij B] te betalen vergoeding dient te worden voldaan binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De rechtbank zal dat toewijzen zoals gevorderd. Wettelijke rente 5.
- YSF Bouw vordert dat de door [partij B] verschuldigde vergoeding wordt vermeerderd met wettelijke rente indien [partij B] de vergoeding niet voldoet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De wettelijke rente dient volgens YSF Bouw te worden berekend met ingang van 4 december
- Niet gesteld of gebleken is dat [partij B] al vanaf die datum in verzuim is met de betaling van de vergoeding. De rechtbank zal daarom de ingangsdatum van de wettelijke rente bepalen op veertien dagen na betekening van het vonnis. Buitengerechtelijke kosten 5.
- YSF Bouw vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Niet gesteld is dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De vordering is dan ook niet toewijsbaar. Proceskosten 5.
- [partij B] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van YSF Bouw worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 107,84 - griffierecht € 2.889,00 - salaris advocaat € 1.572,00 (2 punten × € 786,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.746,84 5.
- YSF Bouw vordert vergoeding van de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal dat toewijzen zoals gevorderd. In (voorwaardelijke) reconventie 5.
- De vorderingen in reconventie zijn voorwaardelijk in die zin dat deze alleen kunnen worden toegewezen als geen sprake is van opzegging van de aannemingsovereenkomst. Uit de beslissing in conventie vloeit voort dat deze voorwaarde niet is vervuld, zodat op de vorderingen in reconventie geen beslissing hoeft te worden gegeven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 6De beslissing De rechtbank: In conventie 6.
- veroordeelt [partij B] om aan YSF Bouw te betalen een bedrag van € 36.466,27 te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis tot de dag van volledige betaling, 6.
- veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 4.746,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend, 6.
- veroordeelt [partij B] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, 6.
- verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 6.1, 6.2 en 6.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. de Keuning en in het openbaar uitgesproken op 9 april
- type: 3557