vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/653882 / HA ZA 23-821 Vonnis van 15 januari 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. R. Brekhoff te Amsterdam, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN, zetelende te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. M.F.H. Hirsch Ballin te Den Haag. Partijen zullen hierna [eiser] en de Staat worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 31 augustus 2023 met producties 1 tot en met 12; de op 26 september 2023 namens [eiser] bij de griffie van deze rechtbank in depot gegeven USB-stick met een videobestand; de conclusie van antwoord van 20 december 2023 met producties 1 tot en met 3; het tussenvonnis van 1 mei 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bevolen. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2024. Verschenen zijn [eiser] en mr. Brekhoff voornoemd, alsmede mevrouw [naam] van de Raad voor de rechtspraak en mr. Hirsch Ballin voornoemd. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de relevante delen van het hierboven genoemde videobestand bekeken en hebben de advocaten van partijen het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van het verhandelde ter zitting. 1.3. Nadat de zaak naar de rol was verwezen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de mogelijkheid van een minnelijke schikking nader te onderzoeken en partijen later te kennen hadden gegeven dat een minnelijke schikking niet tot stand was gekomen, is een datum voor vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] is freelance (foto)journalist. Hij schrijft artikelen over en verzamelt beeldmateriaal van lokale nieuwsgebeurtenissen. Hij verkoopt zijn werk aan onder meer RTV Rijnmond, de Telegraaf, AD, NOS, Hart van Nederland en RTL Nieuws. Daarnaast exploiteert [eiser] een website met lokaal nieuws genaamd [website] . [eiser] is in het bezit van een (politie)perskaart. 2.2. Op 2 december 2022 zijn in een woning aan de [straat 1] te Kinderdijk schoten gelost ten gevolge waarvan een 74-jarige man is overleden. Kort daarna kwam een (eveneens) bejaarde klusjesman als verdachte in beeld. 2.3. In de avond van 5 december 2022 heeft onder leiding van de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Rotterdam een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van genoemde klusjesman aan de [straat 2] te Alblasserdam (hierna: de huiszoeking). 2.4. Korte tijd voordat de rechter-commissaris en de hem vergezellende opsporingsambtenaren werkelijk de onder 2.3 genoemde woning (hierna: de woning) binnentraden, had [eiser] de tip gekregen dat er in de [straat 2] te Alblasserdam “iets gaande was”. [eiser] heeft zich direct op zijn motor naar die straat begeven. Op de schouderband van de tas waarin zijn fotocamera zat, had hij een bodycam bevestigd die hij, voordat hij op zijn motor stapte, had aangezet. 2.5. Nadat [eiser] was gearriveerd in de [straat 2] , van zijn motor was gestapt en zijn fotocamera uit zijn tas had gehaald, is hij afgelopen op een aantal personen die bij elkaar stonden. Het betrof opsporingsbeambten in burger die in afwachting waren van het binnentreden van de woning. Op grond van de beelden die met de bodycam van [eiser] zijn gemaakt, is duidelijk dat zich vervolgens het volgende heeft voorgedaan: [vanaf 1 minuut en 27 seconden na start opname:] [eiser] : Hoi, hallo allemaal. opsporingsbeambten: Hoi, goedendag. [eiser] : Hallo. Een bekend gezicht, of niet? Nee, toch niet. Nee, ik dacht dat jij uit de rechtbank kwam. Nee, laat maar. Je leek er een beetje op. Haha… op een bode. Nee, ik ben van het nieuws trouwens: [website] . Mensen belden dat ze wat zagen, dus … opsporingsbeamte I: Mensen belden dat ze wat zagen? Ok. [eiser] : Ja. opsporingsbeamte I: Wil je mij niet opnemen alsjeblieft? [eiser] : O, ja, nee, dat is goed. [de rechter-commissaris heeft zich inmiddels bij [eiser] en de opsporingsbeambten vervoegd. Dit is vanaf 1 minuut en 55 seconden na start opname:] rechter-commissaris: En u bent van? [eiser] : Hallo. Ik ben van [website] . rechter-commissaris: Geen foto’s waar mensen op staan. opsporingsbeambte I: U bent nu aan het opnemen, dus … [eiser] : Ja, maar ik sta hier op de openbare weg. opsporingsbeambte I: Nee, maar je bent mij aan het opnemen, dus eeuh, dat vraag ik je. rechter-commissaris: Bent u aan het opnemen? Ik vraag u nu om die camera uit te zetten. [eiser] : Nee, dat doe ik niet. rechter-commissaris: Dat doet u wel. Ik ben de rechter-commissaris. [eiser] : Ja, dat zal best, maar ik sta hier op de openbare weg. rechter-commissaris: Neem maar in beslag. De camera wordt nu in beslag genomen, op uitspraak van de kantonrechter dat media worden afgenomen. [eiser] : We staan op de openbare weg. Ik laat u nog één keer mijn politieperskaart zien. 2.6. Uit de opname valt verder op te maken dat direct daarna opsporingsbeambte I tracht om de bodycam van [eiser] van de schouderband van de cameratas af te halen. [eiser] heeft opsporingsbeamte I vervolgens gefotografeerd, waarop deze beambte te kennen geeft dat ook de fotocamera in beslag zal worden genomen. In een discussie die volgt wordt tegen [eiser] onder meer gezegd: “Ga jij de beelden verwijderen zodat ik er niet herkenbaar op ben?”. Nadat [eiser] te kennen heeft gegeven hier niet aan te willen voldoen, zegt de rechter-commissaris tegen [eiser] : “U heeft nu de keuze: of deze meneer, die u kent, waar u rustig een gesprek mee hebt, laat u de beelden zien en die worden gewist in uw bijzijn”. Na een verdere discussie vervolgt de rechter-commissaris: “Dan wordt u aangehouden”. Vervolgens worden de fotocamera en de bodycam, onder protest van [eiser] , van [eiser] afgenomen. 2.7. De foto’s waarop opsporingsbeamte I stond afgebeeld zijn vervolgens ter plekke op straat uit de fotocamera van [eiser] verwijderd, waarna de fotocamera aan [eiser] is teruggegeven. Korte tijd later zijn in de woning door de politie de gegevens op de bodycam van [eiser] bekeken. De zojuist deels getranscribeerde opname van de bodycam is gewist. [eiser] heeft daarna ook de bodycam teruggekregen. [eiser] heeft de zojuist deels uitgewerkte opname kunnen terughalen door de toepassing van digitale herstelhandelingen. 2.8. De rechter-commissaris en de griffier hebben op 6 december 2022 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt van het voorval, waarin de gang van zaken tot de beslissing tot inbeslagname als volgt wordt beschreven: “Op 05 december 2022 heeft de officier van justitie mondeling gevorderd dat een doorzoeking zal worden verricht in (onder meer) de woning van verdachte […] Bij mondelinge beschikking is de vordering toegewezen en is bepaald dat de woning zal worden doorzocht. Teneinde de woning te doorzoeken waren meerdere politieambtenaren, de officier van justitie, de hulpofficier van justitie en de rechter-commissaris en de griffier in afwachting van het verschaffen van toegang, aanwezig voor de woning. Een aantal politieambtenaren stond op de stoep aan de overzijde. Terwijl werd gewacht op het openen van de deur begaf een persoon zich op de stoep aan de overkant van de woning zich richting de daar aanwezige politieambtenaren en liep hen voorbij. De rechter-commissaris en de griffier bevonden zich toen op de stoep voor de woning. Wij hoorden dat iemand meermalen luid en duidelijk vroeg om hem niet te filmen. Wij zagen dat één van de aanwezige politieambtenaren op zeer korte afstand stond van de persoon die eerder voorbij was gelopen. De rechter-commissaris en de griffier zagen dat deze persoon op zijn kleding een camera had bevestigd op welke camera een rood lampje knipperde. De rechter-commissaris en de griffier zagen dat deze persoon op korte tot zeer korte afstand van de politieambtenaar stond. De rechter-commissaris en de griffier zagen ook dat deze persoon een fotocamera aan een camerariem droeg en daarmee kennelijk opnames maakte. Onderwijl hoorden de rechter-commissaris en de griffier dat de politieambtenaar opnieuw vroeg om geen opnames van hem te maken. De rechter-commissaris is naar de overzijde gelopen en heeft meermalen verzocht om geen opnames te maken van de politieambtenaar omdat die daardoor in zijn werkzaamheden kon worden gehinderd. De persoon met de camera’s gaf daaraan geen gehoor . Deze persoon reageerde met stemverheffing en zei – samengevat en zakelijk weergegeven – dat hij op de openbare weg mocht filmen wat hij wilde. De rechter-commissaris heeft daarop geantwoord dat dit niet onbegrensd kon, dat een politieambtenaar niet in zijn werk mag worden gehinderd en dat, indien dat zou leiden tot het beletten van ambtshandelingen, maatregelen genomen zouden kunnen worden. De rechter-commissaris heeft de persoon verzocht eventuele beelden van de politieambtenaar die van dichtbij waren gemaakt of zodanig waren dat deze de politieambtenaar konden hinderen in diens werk, te wissen. De rechter-commissaris heeft, nadat die persoon bleef volhouden dat hij mocht filmen wat hij wilde, ook gezegd dat er een uitspraak is waarin de inbeslagneming van gegevensdragers is toegestaan omdat daarop beelden zouden staan van politieambtenaren die door die beelden in hun (toekomstige) werk zouden worden gehinderd. De persoon riep dat hij “rechten had gedaan” en “een opleiding journalistiek” had gevolgd en hij opnames mocht maken. De rechter-commissaris heeft verzocht de beelden te wissen waarop de politieambtenaar in beeld was en heeft ook verzocht daaraan mee te werken, in het bijzijn van de rechter-commissaris. Een andere politieambtenaar is daarbij gekomen en heeft deze persoon verzocht mee te werken en te luisteren naar de rechter-commissaris om eventuele beelden te wissen. De persoon in kwestie was niet voor rede vatbaar. Hij bleef, veelal met stemverheffing uiten dat hij mocht filmen, dat hij geen beelden zou wissen, dat beelden en camera’s zijn bezit waren en meer woorden van soortgelijke strekking. De rechter-commissaris heeft andermaal gezegd dat indien er beelden waren die de politieambtenaar zouden hinderen in de uitvoering van diens werkzaamheden, die gewist moesten worden of de geheugenkaarten zouden in beslag worden genomen. De persoon in kwestie vertelde dat hij journalist was en dat hij geen beelden zou wissen en zijn geheugenkaarten niet zou afgeven. De rechter-commissaris heeft daarop gezegd dat de geheugenkaarten dan in beslag zouden worden genomen om eventuele de politieambtenaar hinderende beelden te wissen.” 2.9. Op de website van RTV Rijnmond is op 6 december 2022 over het voorval bericht. In het nieuwsbericht is onder meer het volgende opgenomen: “Nog goed uitzoeken De Rotterdamse rechtbank laat in een verklaring weten dat de zaak nog goed moet worden uitgezocht. Daarvoor is meer overleg nodig met de betrokken fotograaf en de politie. Volgens de rechtbank is de persfotograaf maandagavond herhaaldelijk gevraagd om de bij de huiszoeking betrokken ambtenaren niet te filmen. “In de discussie die daarop volgde zijn gegevensdragers in beslag genomen en beelden gewist waarop een ambtenaar herkenbaar op beeld te zien was. De journalist heeft hierover zijn beklag bij de rechtbank en de politie gedaan. Journalistieke vrijheid is een groot goed en de rechtbank vindt het belangrijk dat journalisten hun werk goed kunnen doen.” ‘Tegen de afspraken in’ De politie bevestigt dat agenten in opdracht van de rechter-commissaris de apparatuur van de persfotograaf in beslag hebben genomen. “Dat is tegen de afspraken in die gemaakt zijn tussen de politie en de NVJ. Persvrijheid is een groot goed en journalisten moeten ongehinderd hun werk kunnen doen. In goed contact met de fotograaf, betrokken agenten en de rechtbank kijken we hoe we dit recht kunnen zetten.”” 2.10. Op de website nu.nl is op 6 december 2022 ook over het voorval bericht en wel als volgt: “De politie heeft maandagavond bij een huiszoeking in Alblasserdam beelden van een persfotograaf bekeken en deels gewist in opdracht van de rechter-commissaris. Dat bevestigen woordvoerders van de politie en de rechtbank Rotterdam na berichtgeving van RTV Rijnmond. Journalistenvakbond NVJ noemt de gang van zaken “volstrekt tegen de regels” en heeft een advocaat ingehuurd. De fotograaf stond op de openbare weg beelden te maken van het huis dat doorzocht werd. Volgens de woordvoerder van de rechtbank Rotterdam maakte hij foto’s van ambtenaren die daar aan het werk waren. “Telkens is gevraagd dat niet te doen, en dat heeft hij niet opgevolgd. De rechter-commissaris heeft toen besloten dat de beelden gewist moesten worden”, zegt een woordvoerder van de rechtbank. Wel benadrukt de woordvoerder het belang van persvrijheid: “Het is superbelangrijk dat journalisten hun werk kunnen doen”. Volgens de Rotterdamse rechtbank moet de zaak nog verder worden uitgezocht. Ook de politie bevestigt dat de apparatuur van de fotograaf in opdracht van de rechter-commissaris in beslag is genomen. Dit is tegen de afspraken tussen de politie en de NVJ in gebeurd.” 2.11. [eiser] heeft zijn beklag gedaan bij zowel de politie als bij de rechtbank Rotterdam, kort gezegd omdat de gang van zaken volgens hem in strijd is met de in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermde vrije nieuwsgaring. [eiser] heeft tijdens een gesprek op 20 december 2022 de kwestie met de politie in der minne geschikt. [eiser] is de betaling van een geldsom toegezegd, maar de politie heeft daarbij wel uitdrukkelijk aansprakelijkheid afgewezen, omdat de inbeslagname op instructie van de rechter-commissaris was geschied. Op 19 januari 2023 heeft een bespreking plaatsgevonden op de rechtbank Rotterdam waarbij, naast [eiser] , de rechter-commissaris, zijn griffier en een persvoorlichter aanwezig waren. Dit gesprek heeft niet geresulteerd in een minnelijke regeling. 2.12. Bij brief van 7 februari 2023 heeft [eiser] het bestuur van de rechtbank Rotterdam verzocht aansprakelijkheid te erkennen. Bij brief van 6 maart 2023 is die aansprakelijkheid van de hand gewezen. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. voor recht zal verklaren dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] door hem te bevelen zijn camera uit te schakelen; II. voor recht zal verklaren dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser door de bodycam en fotocamera van eiser in beslag te (laten) nemen; III. voor recht zal verklaren dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] door het geheugenkaartje in de bodycam van [eiser] op een laptop uit te lezen en te bekijken en beelden op de fotocamera van [eiser] te bekijken; IV. voor recht zal verklaren dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] door beelden op geheugenkaartjes van de fotocamera en bodycam van [eiser] (te trachten) te (laten) wissen; V. de Staat zal veroordelen om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis een rectificatie te publiceren in de nieuwsrubriek op www.rechtspraak.nl met een inhoud van de volgende strekking: “Onrechtmatig handelen jegens fotojournalist Bij vonnis van [heden] heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld dat de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam bij een huiszoeking op 5 december 2022 te Alblasserdam onrechtmatig heeft gehandeld jegens een fotojournalist. In opdracht van de rechter-commissaris heeft de politie toen beelden van een persfotograaf bekeken en deels gewist. Daarvoor bestond geen juridische grondslag en het handelen van de rechter-commissaris was in strijd met artikel 10 EVRM. Ten onrechte wekte de rechtbank Rotterdam in de daaropvolgende mediaberichtgeving de indruk als zou de fotograaf de gang van zaken aan zichzelf te wijten hebben gehad. Het stond de fotograaf vrij om op de openbare weg zijn werkzaamheden uit te oefenen.” VI. de Staat zal veroordelen in de kosten van dit geding. 3.2. [eiser] legt aan zijn vorderingen kort gezegd het volgende ten grondslag. [eiser] stelt dat hij op 5 december 2022 ernstig in zijn werkzaamheden als (foto)journalist is gehinderd. Op het moment waarop [eiser] op de openbare weg fotoverslag wilde doen van de gebeurtenissen kreeg hij het bevel om zijn camera uit te schakelen en zijn vervolgens zijn fototoestel en zijn bodycam in beslag genomen en is materiaal op deze gegevensdragers bekeken en met gedeeltelijk succes gewist. Deze gang van zaken maakt volgens [eiser] op ontoelaatbare wijze inbreuk op de in artikel 10 van het EVRM beschermde vrijheid van nieuwsgaring. Naast materiële schade – [eiser] heeft geen foto’s kunnen maken die hij had kunnen verkopen – heeft [eiser] immatiële schade geleden vanwege een ernstig gevoel van onveiligheid door de gang van zaken dat tot op heden niet is afgenomen. 3.3. De Staat concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] en veroordeling van [eiser] in de (na)kosten van dit geding met rente. 3.4. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In deze zaak ligt de vraag voor of de rechter-commissaris onrechtmatig heeft gehandeld. Het optreden van de politie valt buiten het bereik van deze zaak, nu de kwestie tussen de politie en [eiser] in der minne is geschikt. Bedoelde vraag spitst zich dan ook toe op de vraag of onrechtmatig is (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.