← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:698

RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/676670 / JE RK 24-2181 Datum uitspraak: 9 januari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] , hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. B.S. Bernard te Soest, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. P.L.J. Woesthoff te Huizen. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 december 2024; het verweerschrift van de vader, met zelfstandig verzoek, met bijlagen van 3 januari 2025; het e-mailbericht van de advocaat van de vader van 7 januari 2025; de brief van de advocaat van de vader met bijlage van 8 januari 2025; de brief van de advocaat van de moeder van 8 januari
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari
  4. Daarbij waren aanwezig: [naam] namens de gecertificeerde instelling; de vader met zijn advocaat; - de advocaat van de moeder. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 2De feiten 2.
  5. De vader en moeder hebben een geregistreerd partnerschap. 2.
  6. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gedurende het geregistreerd partnerschap van de vader en de moeder geboren. 2.
  7. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
  8. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 januari 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 18 januari
  10. 2.
  11. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 juli 2024 de machtiging verlengd [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de moeder tot 18 januari
  12. 3Het verzoek 3.
  13. De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  14. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er zijn zorgen over de structurele veiligheid van de kinderen. Zij hebben een belast verleden doordat zij traumatische gebeurtenissen, waaronder huiselijk geweld tussen de vader en de moeder, hebben meegemaakt. De moeder heeft inmiddels een eigen woning, waar zij met de kinderen verblijft. Wegens het gebrek aan een vaste jeugdbeschermer is er nog geen gedegen analyse gemaakt van de problematiek. Op dit moment is het daardoor onvoldoende duidelijk hoe het met de kinderen gaat, hoe hun ontwikkeling verloopt en in hoeverre de kinderen in hun ontwikkeling worden bedreigd. De afgelopen periode is individuele hulpverlening voor de moeder ingezet en is Cardea gestart met Bobi, specialistische jeugdhulp in de thuissituatie. Dit zal binnenkort positief worden afgerond. Daarnaast is de individuele hulp voor [minderjarige 2] afgerond. [minderjarige 1] is aangemeld voor speltherapie. Het contact tussen de vader en de gecertificeerde instelling verloopt moeizaam, waardoor er nog geen individuele hulpverlening voor de vader is ingezet. Daarnaast wenst de gecertificeerde instelling hulpverlening in te zetten om de relatie en communicatie tussen de vader en de moeder te verbeteren. Daarvoor is de medewerking van beide ouders vereist. De verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk zodat zicht kan worden verkregen op de opvoedsituatie bij de vader en de mogelijke problematiek van de kinderen, alsmede de communicatie tussen de ouders te verbeteren en passende hulpverlening kan worden ingezet en voortgezet. 4De standpunten 4.
  15. Door en namens de vader is verweer gevoerd tegen het verzochte. De vader stelt dat verlenging van de ondertoezichtstelling alleen toelaatbaar is als er zicht is op terugkeer van de kinderen naar de vader. Bij de vorige gecertificeerde instelling was sprake van partijdigheid, omdat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. De huidige gecertificeerde instelling heeft de informatie van de vorige gecertificeerde instelling overgenomen zonder eigen onderzoek te doen. Verder heeft de huidige gecertificeerde instelling het afgelopen jaar niets gedaan. De vader heeft geprobeerd contact op te nemen met de gecertificeerde instelling, maar dit is niet gelukt. De vader heeft geen vertrouwen meer in de gecertificeerde instelling en ziet geen aanleiding om met hen in gesprek te gaan. De vader staat wel open voor hulpverlening, maar niet binnen het kader van de ondertoezichtstelling. 4.
  16. Bij wege van zelfstandig verzoek, verzoekt de vader om te gelasten dat de kinderen per datum van de beschikking teruggaan naar de vader. De kinderen zijn door de uithuisplaatsing uit hun vertrouwde omgeving gehaald. Hierdoor heeft de vader zijn kinderen het afgelopen jaar weinig kunnen zien. Bovendien is het voor de vader lastig om met de kinderen te communiceren. De moeder spreekt alleen Russisch met de kinderen, waardoor zij geen Nederlands meer spreken. De moeder investeert dus niet in een langdurig verblijf in Nederland. De vader is bezorgd dat de moeder zich met de kinderen in Letland wil vestigen en stelt dat zij meerdere ontvoeringspogingen heeft gedaan. De vader stelt dat de kinderen meerdere keren hebben aangegeven dat zij bij de vader willen wonen. Het is in het belang van de kinderen om terug te keren naar de vertrouwde omgeving waarin zij zijn opgegroeid. Gelet op de aflopende termijn van de huidige machtiging tot uithuisplaatsing en het gebrek aan een verzoek tot verlenging van die machtiging zullen de kinderen op 18 januari 2025 terug naar de vader moeten. 4.
  17. Namens de moeder is geen verweer gevoerd tegen het verzochte. De advocaat van de moeder heeft naar voren gebracht dat zij het eens is met verlenging van de ondertoezichtstelling. Daarnaast is het voor de moeder onduidelijk bij wie zij terecht kan voor vragen. Tot slot betwist de advocaat van de moeder de feiten zoals deze door en namens de vader naar voren worden gebracht. 4.
  18. Namens de moeder is geen uitdrukkelijk verweer gevoerd tegen het zelfstandig verzoek van de vader. 4.
  19. Ten aanzien van het zelfstandig verzoek van de vader heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat een zorgregeling is vastgesteld, waarbij de kinderen bij de moeder wonen en eens per veertien dagen van vrijdag tot zondag bij de vader verblijven. Daarmee is de feitelijke hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder komen te liggen. Een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder is daarom niet noodzakelijk voor het verblijf van de kinderen bij de moeder en om die reden niet gevraagd. 5De beoordeling 5.
  20. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 5.
  21. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er zijn nog steeds zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. Het lukt de vader en de moeder op dit moment onvoldoende om op een constructieve manier over de kinderen te communiceren en afspraken te maken. Het is daarom belangrijk dat hulpverlening voor de relatie tussen de vader en de moeder wordt ingezet. Zowel de vader als de moeder zullen daaraan moeten meewerken. Gelet op de jonge leeftijd van de kinderen is een goede communicatie tussen de vader en de moeder van groot belang. Het vertrouwen tussen de vader en de moeder is momenteel echter ernstig verstoord. In dat kader is het belangrijk dat zowel de vader als de moeder de andere ouder op de hoogte stellen van informatie over de kinderen. Verder is het belangrijk dat [minderjarige 1] speltherapie krijgt, zodat zij de gebeurtenissen uit haar verleden kan verwerken. De betrokkenheid van de gecertificeerde instelling is daarom nodig om de benodigde hulpverlening in te zetten en te continueren. De kinderrechter zal het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling dan ook toewijzen. 5.
  22. De kinderrechter overweegt verder dat indien de gecertificeerde instelling na verloop van tijd een nieuw verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling indient, de rechtbank op de hoogte gesteld dient te worden over het verloop van de hulpverlening. Daarnaast begrijpt de kinderrechter de frustratie van de vader en de moeder over het gebrek aan een vaste jeugdbeschermer. Een optimale invulling van de ondertoezichtstelling is gebaat bij de inzet van een betrokken jeugdbeschermer. De kinderrechter begrijpt echter van de gecertificeerde instelling dat zij wel degelijk aandacht hebben voor de vader, de moeder en de kinderen en de hulpverlening die moet worden ingezet. Het afgelopen jaar is ook wel degelijk hulpverlening ingezet, zoals blijkt uit de toelichting van de gecertificeerde instelling. Een vast aanspreekpunt voor de ouders ontbreekt echter nog en is van groot belang om het uit elkaar gaan van de ouders zo min mogelijk schadelijk te laten zijn voor de kinderen. 5.
  23. Ten aanzien van het zelfstandig verzoek van de vader overweegt de kinderrechter als volgt. Tijdens de zitting is gebleken dat de rechtbank in Utrecht op 12 december 2024 een zorgregeling heeft vastgesteld, waarbij de kinderen bij de moeder wonen en eens per veertien dagen van de vrijdag tot de zondag bij de vader verblijven. Gelet op het feit dat zowel de vader als de moeder het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefenen, en het feit dat uit de zorgregeling blijkt dat het zwaartepunt van de zorgverdeling bij de moeder ligt, is een machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder niet noodzakelijk om dit verblijf te waarborgen. De kinderrechter zal de vader daarom niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek. 5.
  24. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  25. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 18 januari 2026; 6.
  26. verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn zelfstandig verzoek; 6.
  27. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  28. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2025 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van M.J.W. Straatsma als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari
  29. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.