Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummers: FA RK 24-399 (echtscheiding) FA RK 24-8647 (verdeling) Zaaknummers: C/09/660069 (echtscheiding) C/09/676623 (verdeling) Datum beschikking: 29 april 2025 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 18 januari 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N.M. Zeeman te Zoetermeer. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. D. Rezaie te Amsterdam. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het bericht van 24 januari 2024 van de vrouw, met bijlagen; het verweerschrift; het bericht van 22 augustus 2024 van de vrouw met aanvullende verzoeken, met bijlagen; het verweerschrift van de man op de aanvullende verzoeken van de vrouw, met bijlagen; het bericht van 10 maart 2025 van de man met aanvullende verzoeken, met bijlagen; het bericht van 11 maart 2025 van de man, met bijlagen; het bericht van 23 maart 2025 van de man met aanvullend verweer, met bijlagen; het bericht van 26 maart 2025 van de vrouw, met bijlagen; het bericht van 28 maart 2025 van de man, met bijlagen. Op 1 april 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man, bijgestaan door hun advocaten. Feiten - Partijen zijn voor de wet gehuwd op [datum] 2019 te Zoetermeer. - Partijen hebben blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. - Partijen zijn beiden in Afghanistan geboren. - Deze rechtbank heeft op 7 november 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat de man bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats 1] aan het [adres] , met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot: - bepaling dat de vrouw in de gelegenheid wordt gesteld om de echtelijke woning over te nemen met uitkoop van de man, dat ter bepaling van de waarde waartegen de vrouw de woning mag overnemen, het navolgende spoorboekje zal worden gevolgd. Binnen twee weken na de door de rechtbank te wijzen echtscheidingsbeschikking zal de man een lijst met drie NWWI-taxateurs bij de vrouw aandragen en de vrouw zal binnen twee weken nadat zij voornoemde lijst heeft ontvangen een keuze maken voor een taxateur. Uiterlijk binnen één week nadat de vrouw de keuze voor de taxateur bij de man kenbaar heeft gemaakt, geven partijen die taxateur gezamenlijk opdracht om de woning te taxeren tegen de marktwaarde. De getaxeerde waarde is de waarde waartegen de woning door de vrouw mag worden overgenomen; - bepaling dat aan de vrouw wordt toegescheiden onder uitsluiting van de man per direct althans binnen twee weken na datum echtscheidingsbeschikking, althans per datum inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, althans binnen een in goede justitie te bepalen termijn, de bewoning van de echtelijke woning; - te bepalen dat de auto Toyota Aygo met kenteken [kenteken 1] en 232.000 kilometer op de teller, aan de man wordt toegescheiden en dat de man aan de vrouw in het kader van de overbedeling een bedrag ad € 1.450,-, dan wel een in goede justitie te bepalen vergoeding, dient te voldoen; - te bepalen dat de onderneming “ [bedrijfsnaam 1] ” zonder nadere verrekening aan de vrouw wordt toegescheiden; - te bepalen dat ter zake van de onderneming “ [bedrijfsnaam 2] ” een deskundige wordt benoemd teneinde de waarde van de onderneming per peildatum te bepalen; - te bepalen dat de man inzage dient te geven in al zijn bankrekeningen en de saldi per peildatum; - te bepalen dat in het kader van de afwikkeling van de Nikkah de man gehouden is 114 munten tegen marktwaarde in euro’s ten tijde van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand aan de vrouw dient te voldoen, dan wel een goede in justitie een beslissing te nemen over de afwikkeling van de Nikkah; - te bepalen dat de man gehouden is alle sieraden die de vrouw ten tijde van het religieus huwelijk heeft ontvangen, aan de vrouw dient terug te geven, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man refereert zich ten aanzien van de echtscheiding en voert –verweer tegen het overige, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt hij zelfstandig te bepalen dat: de man in de gelegenheid wordt gesteld om de echtelijke woning over te nemen met uitkoop van de vrouw, waarbij geldt dat de conform het spoorboekje getaxeerde waarde de waarde is waartegen de woning door de man mag worden overgenomen; een achttiende deel van de getaxeerde waarde van de woning enkel aan de man toekomt en dat de getaxeerde waarde minus het aan de man toekomend een achttiende deel van de getaxeerde waarde van de woning tussen partijen dient te worden verdeeld; de auto Fiat 500 met kenteken [kenteken 2] aan de vrouw wordt toegescheiden en dat de vrouw aan de man in het kader van overbedeling een bedrag ad € 3.205,- dient te voldoen; de vrouw in het kader van de overbedeling ten aanzien van de auto, Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 3] € 3.000,- aan de man dient te betalen; de vrouw alle door haar meegenomen inboedelgoederen aan de man terug dient te geven; de vrouw in het kader van de overbedeling ten aanzien van het goud van partijen € 12.500,- aan de man dient te betalen; de vrouw in het kader van de verdeling van de gemeenschapsschulden € 10.000,- aan de man dient te vergoeden, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Beoordeling Echtscheiding Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland en de Nederlandse nationaliteit hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen. Inhoudelijke beoordeling De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist. Het verzoek tot echtscheiding van de vrouw zal daarom als op de wet gegrond worden toegewezen. Verdeling huwelijksgemeenschap Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels). Niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen. Krachtens artikel 4, tweede lid, onder 1, van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130, wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Nederlandse recht, als het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, nu Nederland de in artikel 5 van genoemd verdrag bedoelde verklaring heeft afgelegd en de werking daarvan niet door het tweede lid van dat artikel is uitgesloten. Inhoudelijke beoordeling Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Zij zijn op of na 1 januari 2018 met elkaar gehuwd, zodat gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke beperkte gemeenschap van goederen bestond. De rechtbank overweegt dat nu de echtgenoten gehuwd zijn in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen, de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van artikel 1:94, lid 2 en lid 7 BW bestaat uit de goederen en schulden die voor het huwelijk reeds gemeenschappelijk waren en uit de goederen die tijdens het huwelijk (en voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) zijn verkregen, dan wel schulden die tijdens het huwelijk (en voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) zijn aangegaan, voor zover deze niet betrekking hebben op goederen die buiten de wettelijke beperkte gemeenschap vallen. Bij de verdeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen moet als uitgangspunt worden genomen dat de echtgenoten in gelijke mate delen in de baten van de gemeenschap, terwijl ieder de lasten van de gemeenschap voor de helft moet dragen. Peildatum Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 18 januari 2024, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling. Omvang Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht: de echtelijke woning aan het [adres] ( [postcode] ) te [plaats 1] ; de inboedel; de personenauto Fiat 500 met kenteken [kenteken 2] en de personenauto Toyota Aygo met kenteken [kenteken 1] ; e onderneming “ [bedrijfsnaam 1] ” en de onderneming “ [bedrijfsnaam 2] ”; de bankrekeningen: a. SNS Internet Sparen met rekeningnummer [rekeningnummer 1] , met saldo op peildatum € 880,57; b. SNS Compleet met rekeningnummer [rekeningnummer 2] , met saldo op peildatum € -37,73; c. SNS bankrekening op naam van [de vrouw] met rekeningnummer [rekeningnummer 3] , met saldo op peildatum € 7,71, de schulden van partijen, inhoudende geldleningen van in totaal € 20.000,-; de sieraden c.q. het goud. Ad. a. de echtelijke woning Partijen willen allebei de echtelijke woning toegedeeld krijgen en hebben hierover geen overeenstemming kunnen bereiken. De rechtbank is van oordeel dat beide partijen door middel van de door hen overgelegde producties voldoende hebben aangetoond dat zij allebei waarschijnlijk financieel in staat zijn de echtelijke woning over te nemen. Partijen hebben beiden aangevoerd een groter belang te hebben om de woning over te nemen dan de ander. Voor de vrouw is dit omdat zij al haar hele leven in Zoetermeer woont en haar werkzaamheden in de thuiszorg in Zoetermeer verricht. Bovendien is de echtelijke woning tegenover het huis van haar moeder, waar de vrouw nu zelf verblijft. Zij wil daarom de woning graag behouden en vind het niet prettig als de man de woning overneemt. De man stelt op zijn beurt dat hij naast privéredenen ook een zakelijk belang heeft bij het overnemen van de echtelijke woning, omdat hij zijn bedrijf heeft ingeschreven op dit adres. Hij heeft een autohandelbedrijf en op dit adres moet hij zijn klanten ontvangen en vinden de keuringen van de RDW plaats. De man heeft bovendien als voorlopige voorziening het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gekregen en verblijft er nu al een jaar alleen. Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat geen van beide partijen, boven de andere partij, een overstijgend belang heeft bij het overnemen van de woning. De belangen van partijen zijn voor de rechtbank van gelijke waarde. Vaststaat dat er momenteel een overwaarde op de echtelijke woning rust. De rechtbank oordeelt daarom dat de echtelijke woning verkocht moet worden, zodat partijen de verkoopopbrengst van de overwaarde kunnen delen. Dit stelt hen beiden in staat een nieuwe woning te kopen. Het staat partijen overigens vrij om mee te bieden bij de verkoop van de woning. De rechtbank zal gelet op het voorgaande ten aanzien van de echtelijke woning de wijze van verdeling vaststellen conform het in het dictum vermelde spoorboekje. De man heeft daarnaast aangevoerd dat hij bij de aankoop van de echtelijke woning € 10.000,- aan eigen middelen heeft ingelegd. Dit was toen 1/18e deel van de aankoopwaarde van de woning. Op grond van de beleggingsleer verzoekt te man te bepalen dat hij uit de verkoopwaarde eerst 1/18e deel vergoed krijgt, alvorens de overwaarde van de woning tussen partijen bij helfte wordt verdeeld. De vrouw betwist dat de man € 10.000,- uit eigen geld heeft ingebracht in de echtelijke woning. Met de vrouw is de rechtbank van oordeel dat de man niet heeft onderbouwd dat hij een bedrag van € 10.000,- uit eigen geld bij de aankoop van de echtelijke woning heeft ingelegd. De rechtbank kan dit daarom niet vaststellen en zal bepalen dat de overwaarde bij helfte wordt verdeeld. Ad. b. de inboedel De vrouw heeft verzocht de wasmachine, de slaapkamer set, de gordijnen en de vloerkleden aan haar toe te delen. De man heeft hiermee ingestemd, met de kanttekening dat de vrouw de persoonlijke spullen van de man, die zij volgens hem heeft meegenomen naar haar moeder, aan de man moet teruggeven. De man heeft geen ander voorstel voor een verdeling van de inboedel gedaan. Daarnaar gevraagd op zitting kon de man niet onderbouwen welke persoonlijke spullen de vrouw heeft meegenomen naar haar moeder. De rechtbank zal bij gebrek aan onderbouwing van het standpunt van de man de verdelingslijst van de vrouw volgen. Ad. c. de personenauto’s De vrouw verzoekt de Toyota Aygo met kenteken [kenteken 1] aan de man toe te delen, onder verrekening van de waarde. Zij schat de waarde op € 2.900,- zodat de man nog € 1.450,- aan haar moet voldoen. De man betwist dit en stelt dat de auto ouder is dan achttien jaar, waardoor de waarde niet via de ANWB-koerslijst kan worden vastgesteld. De man heeft op de zitting aangegeven dat hij de auto op niet meer dan € 500,- schat. Omdat de vrouw dit verzoek doet en op haar dus de stelplicht en bewijslast rust, lag het op haar weg om de waarde van de Toyota Aygo te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten. Zonder verdere onderbouwing zal de rechtbank vaststellen dat de Toyota Aygo een waarde van € 500,- heeft, zodat de man nog € 250,- aan de vrouw dient te voldoen. De man verzoekt de Fiat 500 met kenteken [kenteken 2] aan de vrouw toe te delen, onder verrekening van de waarde. Ter onderbouwing van de waarde heeft hij een waardering volgens de ANWB koerslijst ingebracht, waaruit een waarde van € 6.050,- volgt. De vrouw voert ten aanzien van de Fiat 500 aan dat deze buiten de gemeenschap valt, omdat het een gift van de man aan de vrouw was op Valentijnsdag. De man betwist dit en stelt dat de Fiat 500 in de gemeenschap valt en verdeeld moet worden. Met de man is de rechtbank van oordeel dat de Fiat 500 niet aantoonbaar als gift aan de vrouw is gegeven. De auto is tijdens het huwelijk door de gemeenschap aangeschaft voor gebruik in de gemeenschap. De rechtbank zal de Fiat 500 aan de vrouw toedelen. De man heeft aangetoond dat de waarde van de Fiat 500 € 6.050,- is, op grond waarvan de vrouw de man nog € 3.025,- dient te voldoen. Ten aanzien van de Volkswagen Polo heeft de man gesteld dat hij deze auto in het huwelijk heeft gebracht en hier de gemeenschap mee heeft bevoordeeld, op grond waarvan de vrouw een vergoeding hiervoor aan de man moet betalen. De vrouw betwist dit. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij de Volkswagen Polo tijdens het huwelijk heeft verkocht en een andere auto heeft gekocht. De Volkswagen Polo bevindt zich dus niet meer in de gemeenschap en kan niet worden verdeeld, noch kan een waarde worden bepaald waarmee de gemeenschap bevoordeeld zou zijn door de verkoop van de auto. De rechtbank wijst het verzoek van de man af. Ad. d. de ondernemingen De rechtbank zal de onderneming [bedrijfsnaam 1] aan de vrouw toebedelen. De vrouw heeft gesteld dat de waarde van de onderneming nihil is, zodat er niets te verrekenen is met de man. De man betwist dit en stelt dat de vrouw ook nog een nagelstudio heeft die waarde vertegenwoordigt, welke met de man verrekend moet worden. De rechtbank stelt vast dat de onderneming [bedrijfsnaam 1] het thuiszorgbedrijf van de vrouw is dat alleen uit haar eigen arbeid bestaat. Uit niets is gebleken dat de onderneming verder enige waarde vertegenwoordigt, zodat er niets aan waarde te verrekenen is. Van een nagelstudio is niet gebleken. De rechtbank zal de onderneming [bedrijfsnaam 2] aan de man toebedelen. De vrouw heeft verzocht een deskundige te benoemen om de waarde van de onderneming vast te stellen. De man stelt dat dit niet nodig is en stelt dat de waarde nihil is. Hij geeft aan in de periode rondom de peildatum geen winst te hebben gemaakt. Blijkens de jaarrekening 2023 had de onderneming [bedrijfsnaam 2] op 31 december 2023 een eigen vermogen van € 24.566,-. Dit eigen vermogen bestaat uit € 32.404,- op een ING bankrekening en € 8.679 kortlopende schulden. Omdat uit verder niets blijkt wat de waarde van de onderneming zou zijn op de peildatum, gaat de rechtbank uit van de waarde van de onderneming op 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.