RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.5105 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. M. Taheri), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. G. Erdal). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Zij heeft op 17 maart 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 januari 2025 deze aanvraag afgewezen.
- De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, S.L. Moallemzadah als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over?
- Eiseres heeft de Iraanse nationaliteit en is geboren op [datum]
- Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij door de Iraanse autoriteiten tijdens een huiszoeking is mishandeld. Zij waren op zoek naar informatie over de zoon van eiseres en wilden dat zij hem zou waarschuwen geen politieke activiteiten meer te verrichten. Toen eiseres uit het ziekenhuis kwam, heeft zij twee keer deelgenomen aan demonstraties en heeft zij op het balkon leuzen geroepen tijdens demonstraties. Ook heeft eiseres tijdens een demonstratie demonstranten binnengelaten in de parkeergarage bij haar woning. Eiseres is toen door agenten van de autoriteiten mishandeld.
- Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven. - identiteit, nationaliteit en herkomst; - problemen met de Iraanse autoriteiten; - afvalligheid. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig gevonden. De problemen met de Iraanse autoriteiten heeft verweerder niet geloofwaardig gevonden, omdat eiseres deze problemen niet heeft onderbouwd met documenten en haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft zij wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over de omstandigheden rond het tweede incident en over haar deelname aan demonstraties. Ook valt volgens verweerder niet in te zien dat zij na de eerste inval is gaan deelnemen aan demonstraties met haar zoon, heeft zij bevreemdende en onlogische verklaringen afgelegd en heeft zij het land zonder problemen op legale wijze verlaten. Verder vindt verweerder de afvalligheid van eiseres geloofwaardig. Dat betekent echter niet dat eiseres is aan te merken als vluchteling als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Wat vindt eiseres in beroep?
- Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Ten aanzien van de wisselende en tegenstrijdige verklaringen voert eiseres aan dat haar verklaringen bij de AVIM ten onrechte als wisselend en tegenstrijdig worden aangemerkt. Er is niet wisselend verklaard maar het is een verkeerde interpretatie van de tolk in het AVIM gehoor geweest. Bovendien is hetgeen tijdens het AVIM gehoor is verklaard zonder de rechtsbijstand van een advocaat geweest en zonder voorbereidingsdag. Dit mag dan ook niet als zodanig tegen eiseres worden gebruikt. Ditzelfde geldt met betrekking tot de verklaringen over haar deelname aan de demonstraties. Tijdens het AVIM gehoor was er geen tijd om dit toe te lichten. De bedoeling van eiseres is niet volledig bij verweerder aangekomen. Dat eiseres heeft verklaard dat zij uit angst niet alles bij de AVIM heeft verteld, is niet wat zij heeft bedoeld. Eiseres heeft bedoeld dat zij de setting met de politie confronterend en angstig vond waardoor zij niet op haar gemak was. Hierbij had moeten worden gelet op de leeftijd en referentiekader van eiseres. Eiseres is wellicht niet volledig of duidelijk geweest, maar zij heeft niet gelogen. Tijdens het nader gehoor was er pas ruimte om hierover meer te verklaren. Ten aanzien van de inval en demonstratie voert eiseres aan dat zij consistent heeft aangegeven waarom zij deel heeft genomen aan de demonstraties. Verweerder heeft miskend dat de beweging na de dood van [naam] een revolutie was waar de meerderheid van de bevolking mee te maken had en waarbij iedereen elkaar aanmoedigde. Eiseres heeft ondanks haar referentiekader duidelijk aangegeven wat haar gedachtegang was en wat de plotselinge redenen waren om een grote ommezwaai te maken. Verder voert eiseres aan dat zij niet onlogisch heeft verklaard. Ten aanzien van de afvalligheid voert eiseres aan dat de uiting van de afvalligheid een deel is van haar spirituele identiteit. Haar afvalligheid is anders dan verweerder stelt juist de kern van het asielrelaas waardoor zij vreest voor vervolging. Zij uit deze afvalligheid maar deze wordt ook aan haar toegedicht. Verder betoogt eiseres dat zij bij het aanmeldgehoor uit gewoonte heeft verteld dat zij moslim is, maar dat zij zich verder niet voorzichtig uit. Er is ook hier geen rekening gehouden met het feit dat eiseres analfabeet is en zich niet goed kan uiten. Verder geeft eiseres aan dat zij in Iran met mensen wil spreken over de Islam en de doorgedraaide politiek. Hoewel eiseres vanwege haar fysieke gesteldheid niet actief mee kan doen aan demonstraties, uit zij zich wel degelijk. Hierdoor staat zij in de negatieve aandacht van de autoriteiten en zal haar afvalligheid worden toegedicht. Tot slot voert eiseres aan dat zij bij terugkeer bovendien een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege de activiteiten van haar zonen. Wat is het oordeel van de rechtbank? Problemen met de Iraanse autoriteiten
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder de problemen met de Iraanse autoriteiten ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Hierbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiseres wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over de omstandigheden rond het tweede incident en over haar deelname aan de demonstraties. De stelling van eiseres dat niet wisselend is verklaard, maar dat het een verkeerde interpretatie is geweest van de tolk volgt de rechtbank niet. Eiseres heeft niet alleen in het AVIM gehoor, maar ook in het aanmeldgehoor en dus op twee verschillende momenten verklaard dat de politie erachter is gekomen dat zij demonstranten heeft binnengelaten. In het nader gehoor verklaart eiseres echter dat de politie de demonstranten achtervolgde en direct achter de demonstranten de deur openduwde. Ook heeft verweerder aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij tijdens het AVIM gehoor heeft verklaard dat zij niet heeft deelgenomen aan demonstraties. Tijdens het nader gehoor heeft eiseres echter verklaard dat zij wel heeft deelgenomen aan demonstraties. Dat eiseres de setting met de politie confronterend en spannend zou hebben gevonden, maakt dit niet anders. Verweerder heeft er hierbij terecht op gewezen dat eiseres zich uit eigen beweging heeft gewend tot de Nederlandse autoriteiten voor bescherming en dat ze meerdere keren in Nederland is geweest en heeft kunnen zien hoe de autoriteiten werkzaam zijn. Dat er tijdens het AVIM gehoor minder tijd was om alles toe te lichten maakt ook niet dat eiseres niet wisselend heeft verklaard. Verweerder heeft alle verklaringen in onderlinge samenhang bezien. Verweerder heeft zich verder op het standpunt kunnen stellen dat niet valt in te zien dat eiseres na de eerste aanval is gaan deelnemen aan demonstraties met haar zoon. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij vanwege de politieke activiteiten van haar zoon in Nederland is mishandeld. Eiseres heeft verklaard dat zij na deze aanval tegen haar zoon in Iran zou hebben gezegd dat hij niet meer moest deelnemen aan demonstraties, omdat het gevaarlijk was. Ook heeft ze uitdrukkelijk tegen hem gezegd dat hij in de gaten gehouden werd en daarom een tijdje moest afwachten. Eiseres is een korte tijd later echter zelf voor het eerst gaan demonstreren. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de omstandigheden voor haar plotseling een reden waren om een grote ommezwaai te maken. Dat er wegens de dood van [naam] een beweging in Iran gaande was, heeft verweerder een onvoldoende verklaring kunnen vinden. Verder heeft verweerder bevreemdend kunnen vinden dat eiseres niet kan verklaren over wat bij beide incidenten is meegenomen. Op basis hiervan en gelet op het voorgaande heeft verweerder de problemen met de Iraanse autoriteiten ongeloofwaardig mogen vinden. Afvalligheid
- Zoals blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) moet de minister bij afvalligheid, onderzoeken en beoordelen of de vreemdeling gevaar loopt bij terugkeer naar Iran omdat hij zich heeft afgewend van de islam. In informatiebericht (IB) 2023/35 (risico bij terugkeer naar Iran voor (toegedicht) afvalligen) is onder meer opgenomen dat wordt onderzocht en beoordeeld of de uitingen van de afvalligheid van vreemdelingen van wie de afvalligheid geloofwaardig is geacht die ervoor zouden zorgen dat zij in de negatieve aandacht zouden komen te staan van belang zijn voor het behoud van hun religieuze identiteit, hoe en waarom de vreemdelingen in het land van herkomst uiting gaven aan hun overtuiging en zij dit in Nederland hebben gedaan en of en waarom zij dit bij terugkeer (anders) zouden willen doen. 7.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft, nu uit haar verklaringen niet blijkt dat zij haar afwending van de islam in Iran actief heeft uitgedragen of dat zij dit in de toekomst actief wil uitdragen. Verweerder heeft hierbij terecht betrokken dat eiseres enkel aan mensen die zij kende heeft verteld over hoe zij over de islam dacht. Hetgeen eiseres nu doet is vergelijkbaar met wat zij in Iran reeds heeft gedaan. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor in de negatieve aandacht van de autoriteiten is komen te staan. Daarbij heeft verweerder terecht gewezen op het ambtsbericht van september 2023 waaruit blijkt dat iemand die zich van de islam heeft afgewend niet op voorhand in de problemen komt. Verder heeft eiseres verklaard dat zij haar mening over het islamitisch regime wil delen met mensen op straat. Verweerder heeft dit niet aannemelijk mogen vinden. Eiseres heeft dit immers in het verleden nooit gedaan en doet dit in Nederland ook niet. Dat eiseres in Iran leuzen op haar balkon/dak zou willen gaan roepen heeft verweerder niet aannemelijk mogen vinden nu eiseres zelf heeft verklaard dat zij dit niet kan vanwege haar fysieke klachten. Dat eiseres naar eigen zeggen vroeger wel leuzen heeft geroepen, maakt ook niet dat zij in de negatieve aandacht zal komen te staan nu dit eerder ook niet tot problemen heeft geleid. Dat eiseres ervoor vreest om eruit gepikt te zullen worden door de moraalpolitie als zij geen hoofddoek draagt, maakt het voorgaande niet anders. Eiseres heeft immers verklaard dat zij niet altijd haar hoofddoek heeft gedragen en dat zij daardoor geen problemen heeft ondervonden. Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de uiting van de afvalligheid geen deel uitmaakt van de religieuze identiteit van eiseres. 7.
- Om die reden heeft verweerder zich tevens op het standpunt mogen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij dusdanig in haar persoonlijke levenssfeer/religieuze identiteit wordt geraakt dat zij bij terugkeer niet anders kan dan zichzelf als afvallige te uiten als haar bij terugkeer vragen over haar religie worden gesteld door of namens de Iraanse autoriteiten. 7.
- Het betoog van eiseres dat aan haar afvalligheid zal worden toegedicht vanwege haar zonen en zij daarom een reëel risico loopt op ernstige schade, behoeft geen verdere bespreking. De problemen van eiseres met de Iraanse autoriteiten heeft verweerder immers ongeloofwaardig mogen achten. In het licht van het voorgaande heeft verweerder dan ook geen reden hoeven zien om de procedure van de zoon van eiseres af te wachten. Conclusie en gevolgen
- Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:93.