RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.4246 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], eiseres (gemachtigde: mr. E.J.P. Cats), en de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. I. van Es). Samenvatting
- Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.
- De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), met als doel verblijf bij de echtgenoot, terecht is afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan het vereiste van het behalen van het inburgeringsexamen. Er zijn op dit moment geen redenen op grond waarvan eiseres van dit vereiste vrijgesteld moet worden. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
- Eiseres heeft een (tweede) aanvraag ingediend voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 3 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 31 december 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.
- Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.
- De rechtbank heeft het beroep op 11 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de echtgenoot van eiseres (referent), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank
- Eiseres is geboren op [geboortedatum] en heeft de Kosovaarse nationaliteit. Ze is op [datum] getrouwd met referent. Referent komt uit Kosovo en heeft de Nederlandse nationaliteit. Eind 2022 heeft eiseres haar eerste aanvraag voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’ ingediend. Deze aanvraag is op 7 april 2023 afgewezen. Op 26 oktober 2023 is de onderhavige aanvraag ingediend. Eiseres wil bij haar echtgenoot in Nederland verblijven.
- De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet aan het inburgeringsvereiste voldoet. Eiseres had in het jaar vóór het indienen van de mvv-aanvraag geslaagd moeten zijn voor het basisexamen inburgering buitenland (het examen). Het examen bestaat uit de onderdelen Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS), Spreekvaardigheid (SV) en Leesvaardigheid (LV). Eiseres heeft enkel het onderdeel KNS afgelegd en behaald. Eiseres komt niet in aanmerking voor een vrijstelling van de overige onderdelen op grond van bijzondere individuele omstandigheden. Het zijn van analfabeet is daarvoor onvoldoende. Deze omstandigheid is ook al meegewogen in de besluiten van 7 april 2023 (de eerdere procedure) en van 3 mei 2024 (het primaire besluit). Daarnaast is het aan eiseres om haar inspanningen ten aanzien van haar pogingen om het examen te halen aannemelijk te maken door uitleg en het overleggen van bewijsstukken. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij passende inspanningen heeft verricht om zich voor te bereiden op de onderdelen LV en SV en hiervoor te slagen. Ook is de weigering om de gevraagde mvv te verlenen niet in strijd met het recht op respect voor familie- en gezinsleven uit artikel 8 van het EVRM. De belangenafweging valt in het nadeel van eiseres uit. De minister stelt dat er geen objectieve belemmering is om het gezinsleven met de eiseres in Kosovo uit te oefenen. Dat eiseres en referent hun gezinsleven op afstand vorm moeten geven totdat er aan alle voorwaarden wordt voldaan, is een feitelijke voortzetting van de door hen gekozen gezinssituatie waarvan wordt verwacht dat deze tijdelijk is, het is immers mogelijk om binnen een redelijke termijn alsnog aan de voorwaarden te voldoen. Beroepsgronden
- Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte vasthoudt aan het inburgeringsvereiste. Zij wijst erop, dat zij niet geschoold en analfabeet is. Desondanks heeft zij na onevenredig intensieve en lange voorbereiding het onderdeel KNS gehaald. Eiseres meent echter, dat het onderdeel SV voor haar onevenredig veel moeite zal kosten. Het is nagenoeg onmogelijk om dit onderdeel voor te bereiden. Het onderdeel LV kan eiseres in het geheel niet voorbereiden, nu zij als analfabete niet kan lezen en schrijven. Eiseres kan in haar eigen taal al niet goed lezen of schrijven. In de Nederlandse taal is het helemaal onmogelijk. Eiseres heeft alle moeite gedaan die in dit verband van haar verwacht mag worden. Door te volharden in de inburgeringseis wordt voor eiseres en referent gezinsvorming dan wel gezinshereniging in Nederland onmogelijk gemaakt. Eiseres is desondanks van plan om na overkomst naar Nederland alsnog in alle rust te pogen om de inburgercursus te volgen. Ter zitting heeft referent aangevuld dat hij dan in staat is om haar te helpen. 5.
- Eiseres en referent menen dat artikel 8 van het EVRM voor de minister de positieve verplichting meebrengt om verblijf van eiseres bij haar echtgenoot in Nederland toe te staan. Blijvende uitoefening van het gezinsleven op afstand kan niet van hen als echtgenoten verwacht worden. De belangenafweging dient dan ook in het voordeel van eiseres uit te vallen. Bovendien is er wel degelijk een objectief beletsel om het gezinsleven in Kosovo uit te oefenen, omdat referent een minderjarige zoon uit zijn vorige huwelijk heeft. Deze zoon heeft de Nederlandse nationaliteit en woont bij zijn moeder in Nederland. De zoon is één weekend per twee weken en de helft van de vakanties en feestdagen bij referent. Referent heeft wezenlijke zorg- en opvoedingstaken voor hem. Indien referent zou worden genoodzaakt om naar Kosovo te gaan om daar met eiseres gezinsleven uit te oefenen, zou een situatie ontstaan die juist volgens het arrest Chavez-Vilchez moet worden voorkomen. Het besluit is dan ook in strijd met artikel 3 van het IVRK. Beoordeling van de beroepsgronden 6.
- De aanvraag voor een mvv wordt afgewezen als niet wordt voldaan aan de voorwaarden van het beoogde verblijfsdoel. Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt afgewezen, als een inburgeringsplichtige vreemdeling niet beschikt over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en de Nederlandse maatschappij, tenzij de vreemdeling is vrijgesteld of ontheven van deze verplichting. Niet in geschil is dat eiseres inburgeringsplichtig is, en dat zij het inburgeringsexamen niet heeft gehaald. 6.
- In geschil is of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan eiseres had moeten worden ontheven van het inburgeringsvereiste, omdat gezinshereniging voor haar anders onmogelijk of uiterst moeilijk wordt. De minister betrekt bij de beoordeling van die vraag de getoonde wil van de vreemdeling om voor het examen te slagen en de inspanningen die geleverd zijn om het examen voor te bereiden en om te slagen voor het examen. Daarbij mogen de gevraagde inspanningen van de vreemdeling niet zo lang duren dat uitoefening van het recht op gezinshereniging onmogelijk of uiterst moeilijk wordt gemaakt. Of daarvan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van wat de vreemdeling hierover heeft aangevoerd. 6.
- De rechtbank is van oordeel dat de minister geen aanleiding heeft behoeven te zien om eiseres vrij te stellen van het inburgeringsvereiste. De minister heeft gemotiveerd waarom zij vindt dat van eiseres kan worden verlangd dat zij het examen (al dan niet in delen) aflegt. Hoewel eiseres ongeletterd is heeft de minister mogen stellen dat uit de overgelegde informatie niet volgt dat eiseres vanwege deze ongeletterdheid niet in staat is om examen te doen en daarvoor te slagen. De minister heeft terechtgewezen op het bestaan van gratis zelfstudiepakketten die geschikt zijn voor niet-geletterden. Bovendien heeft eiseres het onderdeel KNS gehaald met een 10, zodat niet zonder meer kan worden gezegd dat zij niet in staat is om ook de andere onderdelen te halen De minister heeft terecht gesteld dat van inspanningen voor de onderdelen LS en SV niet is gebleken, terwijl dit wel van eiseres mag worden verwacht. De minister heeft zich, gelet op de motivering in het bestreden besluit, op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van (een combinatie van) bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan eiseres zou moeten worden ontheven van de inburgeringsplicht. 6.
- In verband met het door eiseres beoogde verblijfsdoel heeft de minister een belangenafweging gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM. Hierbij heeft de minister het belang van de Nederlandse overheid bij een terughoudend toelatingsbeleid afgewogen tegen het persoonlijk belang van eiseres en referent bij toelating. Alle relevante feiten en omstandigheden (waaronder die van het minderjarig kind van referent en de eerbiediging van diens rechten) zijn in de beoordeling betrokken. De minister heeft in het nadeel van eiseres kunnen meewegen dat zij nooit een verblijfsvergunning in Nederland heeft gehad, dus ook niet toen zij het gezinsleven met referent startte. Bovendien heeft eiseres nooit samengeleefd met referent. Verder is niet gebleken dat er een objectieve belemmering bestaat voor eiseres en referent om het gezinsleven in Kosovo voort te zetten. De minister heeft de zorg- en contactregeling die referent heeft met zijn zoon in Nederland niet als objectieve belemmering behoeven aan te merken. Het beroep in dit kader op Chavez-Vilchez gaat niet op, alleen al niet omdat referent noch zijn zoon worden gedwongen om Nederland te verlaten. De minister heeft daarom ook niet afzonderlijk aan artikel 3 van het IVRK behoeven te toetsen. Daarnaast hebben zowel eiseres als referent een Kosovaarse achtergrond en heeft de minister terecht gewezen op de banden van eiseres met Kosovo. Bovendien is het hun eigen keuze geweest om een gezinsleven te starten zonder dat er sprake was van een verblijfsrecht voor eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat de belangenafweging van de minister onvoldoende evenwichtig is. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Hof van Justitie van de EU van 10 mei 2017 (C- 133/15). Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind. Artikel 16, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 en paragraaf B1/4.7 van de Vreemdelingencirculaire
- Artikel 3.71a, tweede lid, aanhef en onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000.