vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies rekestnummers: C/09/682944 / FT RK 25/364 en C/09/682945 / FT RK 25/365 vonnis van 19 mei 2025 in de zaak van [naam 1] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats] , hierna: de heer [naam 1] , tegen 1ANWB, gevestigd te Den Haag, vertegenwoordigd door Trust Krediet Beheer B.V. gevestigd te Amsterdam, 2.Total Tankstation, gevestigd te Den Haag, vertegenwoordigd door LAVG Noord, gevestigd te Groningen,
- [bedrijf] , gevestigd te [vestigingsplaats] , vertegenwoordigd door LAVG Noord, Gevestigd te Groningen
- Esso Den Haag, gevestigd te Den Haag, vertegenwoordigd door LAVG Noord, verweersters, Verweersters zullen gezamenlijk worden aangeduid als verweersters en afzonderlijk van elkaar als ANWB, Total, [bedrijf] en Esso Den Haag, Waar deze zaak over gaat De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [naam 1] , de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1De feiten waar de rechtbank van uit gaat 1.
- De heer [naam 1] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 25.481,74 aan 26 schuldeisers. Het is de heer [naam 1] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 7 januari 2025 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat over een periode van 18 maanden aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 13,56 %, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. 1.
- Er zijn vier schuldeisers die niet akkoord zijn gegaan met het voorstel, waaronder ANWB, Total, [bedrijf] en Esso Den Haag. Zij hebben een totale schuld van € 685,
- Dat is 2,69 % van de totale schuldenlast. 1.
- De overige 22 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard. 1.
- Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). 2De procedure 2.
- De verzoeken van de heer [naam 1] zijn behandeld op de zitting van 19 mei
- Op deze zitting verschenen: - de heer [naam 1] , - [naam 2] , beschermingsbewindvoerder - [naam 3] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag. 2.
- Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen. 2.
- LAVG Noord heeft, namens Total, [bedrijf] en Esso Den Haag, op 15 mei 2025 een verweerschrift ingediend. 3Standpunten van partijen 3.
- De heer [naam 1] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet hebben aanvaard. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. 3.
- ANWB heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank. 3.
- Total, [bedrijf] en Esso Den Haag stemmen niet in om onder meer de volgende redenen. De schulden zijn niet te goede trouw ontstaan. De heer [naam 1] heeft getankt zonder hiervoor te betalen. Door deze schulden komt de heer [naam 1] niet in aanmerking voor de WSNP. Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is niet goed gemotiveerd. In het geval van het uitspreken van de WSNP komt de heer [naam 1] onder intensief, streng en onafhankelijk toezicht te staan van een professionele bewindvoerder en een rechter-commissaris. In het minnelijk traject wordt enkel toezicht gehouden door een schuldhulpverlener. Ook biedt de WSNP meer zekerheden en volgen er sancties wanneer verplichtingen niet worden nagekomen. Het dwangakkoord is in strijd met de redelijk en billijkheid en geeft een verkeerd beeld af aan de maatschappij. Instemming met de regeling zou er toe leiden dat wordt geaccepteerd dat brandstof zonder betaling en zonder toestemming onrechtmatig is toegeëigend. 4De beoordeling van de verzoeken 4.
- De rechtbank zal het verzoek van de heer [naam 1] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht. Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord 4.
- Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie 4.
- De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door gemeente Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd. De rechtbank moet een belangenafweging maken 4.
- Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. 4.
- De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoeker zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. De heer [naam 1] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan 4.
- Het voorstel dat de heer [naam 1] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. De heer [naam 1] ontvangt een WIA-uitkering en is voor 80-100 % arbeidsongeschikt. De rechtbank acht het op basis van de bij het verzoekschrift gevoegde stukken alsook hetgeen ter zitting is besproken, aannemelijk dat de heer [naam 1] niet in staat is op korte termijn te gaan werken of in staat zal zijn om zijn afloscapaciteit te vergroten. Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers 4.
- De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 97,31 % van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan die van verweersters. 4.
- Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten. Argumenten van verweersters 4.
- Total, [bedrijf] en Esso Den Haag hebben nog aangevoerd dat de heer [naam 1] niet te goeder trouw is ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun vorderingen. Gelet op de wijze waarop deze schulden zijn ontstaan, kan de rechtbank de reden van weigering volgen. Echter zijn deze schulden reeds drie jaar oud of ouder en het is bovendien voor de beoordeling van het verzoek niet van belang of schulden te kwader trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten. Het is verder aannemelijk dat de heer [naam 1] niet nogmaals de fout in zal gaan. Hij heeft geen auto meer en staat onder beschermingsbewind. Onder die omstandigheden weegt het belang van [naam 1] om een nieuwe, schuldenvrije, start te maken zwaarder dan het belang van de tankstations bij het kunnen handhaven van hun vorderingen omdat sprake is van brandstofdiefstal. Dit betoog treft dan ook geen doel. Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde 4.
- Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft de heer [naam 1] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen. 5De beslissing De rechtbank: - beveelt ANWB, Total Tankstation, [bedrijf] en Esso Den Haag in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling; - wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Dit is een beslissing mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met D.D. Elsayed-Vorst, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 mei
- Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.