RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag JB/IB (B/C) Zaaknummer: 11389990 \ RL EXPL 24-21028 Vonnis van 3 juni 2025 in de zaak van STICHTING NATIONAAL GROENFONDS, te `s-Gravenhage, eisende partij, hierna te noemen: Groenfonds, gemachtigde: mr. H.M.J. Simonis, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. R. Maaswinkel. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 28 oktober 2024 met producties 1 tot en met 8; - de akte van Groenfonds met productie 9; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5; - de brief van 17 januari 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald; - de akte van Groenfonds met producties 10 en 11;- de akte van [gedaagde] met productie 6; - de mondelinge behandeling van 27 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Groenfonds heeft op grond van een overeenkomst van geldlening geld uitgeleend aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Umincorp Polymers B.V. (hierna te noemen: Umincorp Polymers). 2.2. Ter zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst van geldlening hebben Groenfonds en Umincorp Polymers op 22 april 2022 een pandovereenkomst gesloten. In deze pandovereenkomst is onder meer afgesproken dat Groenfonds een pandrecht verkrijgt op bestaande en toekomstige vorderingen van Umincorp Polymers op haar debiteuren. 2.3. [gedaagde] is klant en debiteur (geweest) van Umincorp Polymers. Op 21 december 2023 heeft Umincorp Polymers een factuur ter hoogte van € 9.396,62 (inclusief btw) aan [gedaagde] toegezonden vanwege geleverde producten en diensten. 2.4. In een verzamelpandakte van 5 januari 2024 is opgenomen dat – samengevat – alle op dat moment bestaande vorderingen van Umincorp Polymers op haar debiteuren worden verpand aan Groenfonds. Deze verzamelpandakte is geregistreerd bij de belastingdienst op 8 januari 2024. 2.5. Op 12 januari 2024 heeft Groenfonds een brief en e-mail naar [gedaagde] verzonden waarin zij mededeling doet van het pandrecht en mededeelt dat [gedaagde] de factuur van Umincorp Polymers van € 9.396,62 aan Groenfonds moet betalen. 2.6. Op 18 januari 2024 heeft [gedaagde] een bedrag van € 9.396,62 voldaan aan Umincorp Polymers. 2.7. Op 25 januari 2024 is het faillissement van Umincorp Polymers uitgesproken. 3Het geschil 3.1. Groenfonds vordert – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 9.396,62 aan hoofdsom, de wettelijke rente daarover vanaf 30 januari 2024, € 844,83 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. 3.2. Groenfonds legt aan haar vordering ten grondslag dat zij een (stil) pandrecht heeft gevestigd op de vordering van € 9.396,62 Umincorp Polymers op [gedaagde] . Groenfonds stelt dat zij het pandrecht via brief en e-mail van 12 januari 2024 heeft medegedeeld aan [gedaagde] . Daardoor is Groenfonds bevoegd om de vordering op [gedaagde] te innen en moet [gedaagde] aan haar betalen. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Groenfonds, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Groenfonds, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Groenfonds in de kosten van deze procedure. 3.4. [gedaagde] betwist dat een rechtsgeldig pandrecht is overeengekomen. Daarnaast voert zij als verweer dat zij de vordering van Umincorp Polymers op 18 januari 2024 bevrijdend betaald heeft aan Umincorp Polymers. Zij betwist dat zij de mededeling tot openbaarmaking van het pandrecht voorafgaand aan de betaling op 18 januari 2024 heeft ontvangen. 4De beoordeling De vordering van Umincorp Polymers is rechtsgeldig verpand. 4.1. In artikel 3:239 BW is voorgeschreven dat verpanding mogelijk is voor vorderingen die op het vestigingsmoment van het pandrecht reeds bestaan of rechtstreeks zullen worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding. Vereist is dat het pandrecht gevestigd wordt bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte. 4.2. De vordering is rechtsgeldig verpand. Groenfonds heeft in ieder geval met haar verzamelpandakte van 5 januari 2024 een pandrecht gevestigd op alle toen bestaande vorderingen van Umincorp Polymers op haar debiteuren. Deze onderhandse akte is onweersproken op 8 januari 2024 geregistreerd. Het staat daarnaast vast dat de vordering van Umincorp Polymers op [gedaagde] van € 9.396,62 op 5 januari 2024 bestond, zodat aan de voorwaarden voor de vestiging van een rechtsgeldig stil pandrecht op de vordering is voldaan. Groenfonds mag pas innen na mededeling van het pandrecht 4.3. Op grond van artikel 3:246 lid 1 BW wordt Groenfonds, in plaats van Umincorp Polymers, inningsbevoegd zodra aan [gedaagde] mededeling is gedaan van het pandrecht. Na de mededeling kan [gedaagde] niet langer bevrijdend betalen aan Umincorp Polymers. Er geldt geen vormvoorschrift voor mededeling van het pandrecht 4.4. Het wettelijke uitgangspunt is, zoals terecht door Groenfonds aangevoerd, dat de mededeling vormvrij kan geschieden. Dit is alleen anders wanneer dat tussen betrokkenen is afgesproken. 4.5. [gedaagde] voert aan dat de mededeling van het pandrecht via aangetekende brief had moeten plaatsvinden. Zij beroept zich op een bepaling in de pandovereenkomst waarin dat staat. In het midden kan blijven of [gedaagde] zich op deze bepaling kan beroepen. Deze bepaling heeft namelijk geen betrekking op de stille verpanding van vorderingen als de onderhavige, maar ziet volgens artikel 1.1 op een openbaar pandrecht op verzekerings- of projectvorderingen, waarvan hier geen sprake is. Door [gedaagde] is daarnaast niet gesteld dat zij met Groenfonds of Umincorp Polymers afgesproken heeft dat de mededeling via aangetekende brief gedaan moet worden. Nu een afwijkende afspraak ontbreekt, mocht de mededeling vormvrij worden gedaan. Groenfonds moet stellen en bewijzen dat de mededeling is ontvangen en wel op een gefundeerd adres. 4.6. De mededeling van Groenfonds betreft een verklaring in de zin van artikel 3:33 BW. Op grond van artikel 3:37 lid 2 BW moet die verklaring, om haar werking te hebben, [gedaagde] hebben bereikt. Het moment waarop Groenfonds inningsbevoegd geworden is valt dus samen met het moment waarop de mededeling [gedaagde] heeft bereikt. 4.7. De ontvangst van de mededeling wordt betwist, zodat het aan Groenfonds, als verzender van de mededeling, is om voldoende feiten of omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.