RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.22733 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 2 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, c en d van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft op 19 mei 2025 tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld en daarbij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 23 mei 2025 gesloten. Overwegingen
- Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1991 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
- Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
- De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 mei 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 30 april 2025, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
- Eiser voert aan dat hij detentieongeschikt is. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser zijn medische dossier en foto’s overgelegd. Er is sprake van ernstige automutilatie, medicijnmisbruik en suïcidaliteit. Uit het medisch dossier en de aan eiser opgelegde ordemaatregelen blijkt dat eiser niet de medische zorg krijgt die hij nodig heeft in het kader van zijn psychische problematiek. De door verweerder overgelegde voortgangsrapportage is geen reactie op de beroepsgronden. De rechtbank oordeelt als volgt.
- Uit het overgelegde medische dossier volgt dat eiser weliswaar bekend is met psychische problematiek, maar uit deze medische informatie blijkt ook dat eiser in verband daarmee is gezien door de medische dienst van de inrichting en de aan de inrichting verbonden psycholoog. Eiser wordt nauwlettend in de gaten gehouden en hij ontvangt medicatie. Uit het medisch dossier volgt niet dat eiser is beoordeeld als detentieongeschikt. Eiser heeft niet met medische stukken onderbouwd dat de zorgverlening in detentie niet voldoet. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de voortduring van de bewaring gelet op eisers medische gesteldheid voor eiser onevenredig bezwarend is.
- Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel op enig moment onrechtmatig is.
- Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
- Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 28 mei 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Vreemdelingenwet
- Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw. Met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2025:7716.