← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2025:9538

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.15303 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. N. Birrou), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. G. Bouius). Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser van 22 november 2024 buiten behandeling gesteld, besloten dat eiser terug moet keren naar Algerije en een inreisverbod opgelegd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft aanvullende gronden ingediend. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek op 14 mei 2025 gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Bij bericht van 20 mei 2025 heeft verweerder medegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en de gemachtigde van eiser heeft desgevraagd op 22 mei 2025 op de mededeling van verweerder gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens op 28 mei 2025 gesloten. Overwegingen

  1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
  2. Bij brief van 20 mei 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 13 mei 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter onderbouwing hiervan heeft verweerder een schermafbeelding van het registratieprogramma van het COA overgelegd.
  3. De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd op 22 mei 2025 meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser en dat er geen procesbelang meer aanwezig is gezien het vertrek van eiser.
  4. Gelet op de toelichting van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming en van de beoordeling van het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Gelet hierop heeft eiser geen belang meer bij de beoordeling van het door hem ingestelde beroep.
  5. Het beroep van eiser is daarom niet-ontvankelijk.
  6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 28 mei 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 8:57, eerste lid, van de Awb. Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.