Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummers: FA RK 24-1430 (echtscheiding) en FA RK 24-4454 (afwikkeling huwelijksvermogensregime) Zaaknummers: C/09/662115 (echtscheiding) en C/09/668320 (afwikkeling huwelijksvermogensregime) Datum beschikking: [geboortedatum 1] 2025 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 26 februari 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. P. Celikkal te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 14 maart 2024 van de vrouw, met wijziging petitum; het verweerschrift met zelfstandig verzoek, ingekomen op 16 mei 2024; het F9-formulier van 14 april 2025 van de man, met bijlagen; het F9-formulier van 24 april 2025 van de vrouw, met bijlagen. Op 25 april 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door de tolk M. Majdoubi; namens de man: mr. C. van der Zalm, waarnemend advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2019 te [plaats 1] (gemeente [gemeente] ), Tunesië. Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] , Tunesië; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2] , Tunesië; [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats 3] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. De vrouw heeft de Tunesische nationaliteit en de man heeft de Tunesische en de Nederlandse nationaliteit. De man is ook de vader van [jong-meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 4] 2004 te [geboorteplaats 4] , Tunesië, en [jong-meerderjarige 2] op [geboortedatum 5] 2006 te [geboorteplaats 3] . Deze rechtbank heeft op 6 mei 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende: een doorverwijzing van partijen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding, waarbij is bepaald dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) in onderhavige bodemprocedure rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders; dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] ; toevertrouwing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aan de vrouw; vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] van € 64,- per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot: bepaling dat het huwelijksvermogen van partijen bestaat uit de gezamenlijke eigendom van de woning gelegen aan de [adres] te [plaats 2] ; bepaling dat de man het voortgezet gebruik van de echtelijke woning behoudt en de man de helft van de getaxeerde (netto) waarde van de woning aan de vrouw vergoedt; indien het onder punt 2 verzochte niet haalbaar is, de man te bevelen mee te werken aan de verkoop van de echtelijke woning aan een derde partij, opdat de netto opbrengst na verkoop verdeeld wordt tussen partijen bij helfte; vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw; vaststelling van kinderalimentatie van € 248,- per kind per maand, althans een zodanig bedrag dat de rechtbank juist acht; bepaling dat ieder der partijen de eigen kosten van het geding draagt, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert – onder referte ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding en de hoofdverblijfplaats – verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken en verzoekt zelfstandig de volgende nevenvoorzieningen: te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen iedere week een dag in het weekend bij de man zullen verblijven, afwisselend de zaterdag en de zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur, althans een dusdanige zorgregeling vast te stellen als de rechtbank juist acht, dan wel te bepalen dat partijen zich ten aanzien van de contacten tussen de man en de kinderen zich zullen houden aan de aanwijzingen en adviezen van de hulpverlening; te bepalen dat door de man € 64,- per kind per maand zal worden bijgedragen in de kosten van hun verzorging en opvoeding, waarbij de man zich het recht voorbehoudt om, indien zijn uitkering significant verandert, een herberekening van zijn draagkracht te maken; te bepalen dat partijen gehuwd zijn buiten gemeenschap van goederen en in het kader van deze echtscheidingsprocedure ter zake een verdeling en/of verrekening niets van elkaar te vorderen hebben; te bepalen dat de man gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] voor de duur van zes maanden te rekenen vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding in de daartoe bestemde registers, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Echtscheiding Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt aan de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal op grond van artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen. Ontvankelijkheid Door beide ouders is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid beide ouders niet-ontvankelijk te verklaren in de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv). Het is de rechtbank, gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting, voldoende gebleken dat het op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan over te leggen. Hoewel de zorgregeling en de kinderalimentatie eerst tussen partijen in geschil waren, hebben zij op de zitting op deze punten overeenstemming bereikt. De rechtbank zal de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding. Inhoudelijke beoordeling De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen. Hoofdverblijfplaats Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Inhoudelijke beoordeling De man verweert zich niet tegen vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw op dit punt toewijzen, ook omdat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet. Zorgregeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling. Inhoudelijke beoordeling Gebleken is dat partijen in de voorlopige voorzieningen zijn doorverwezen naar omgangsbegeleiding, maar dat dat niet van de grond is gekomen. Momenteel ziet de man de kinderen niet, met uitzondering van telefonisch contact één keer in de twee weken. De vrouw heeft aangegeven dat de kinderen de man graag weer willen zien. Daar staat de vrouw ook achter en voor haar is de veiligheid inmiddels geen groot issue meer, zodat het contactherstel wat haar betreft niet meer onder begeleiding van hulpverlening zou hoeven plaats te vinden. De advocaat van de man heeft op de zitting aangegeven dat de man in de nacht voorafgaand aan de zitting in het ziekenhuis is opgenomen, zodat hij niet bij de zitting aanwezig kon zijn. Ten aanzien van de zorgregeling is de zitting een aantal keer geschorst geweest, zodat de advocaat met de man kon bellen. Uiteindelijk hebben partijen op deze wijze afspraken gemaakt. Zij zijn overeengekomen dat wordt toegewerkt naar een regeling waarbij de kinderen bij de man zijn iedere zaterdag van 11.00 uur tot 18.00 uur. De eerste twee keren zal het contact plaatsvinden van 11.00 uur tot 13.00 uur in het bijzijn van de vrouw. De ouders spreken dan af in het centrum van Den Haag bij het Spui, bij de Hema boven in de eetgelegenheid. Daarbij is afgesproken dat de man alleen zal komen en geen anderen (familieleden) mee zal nemen. De regeling zal ingaan op het moment dat het weer beter gaat met de man en hij uit het ziekenhuis is. Daarvoor zal de man via whatsapp contact opnemen met de vrouw. De rechtbank zal deze zorgregeling in het belang van de kinderen vastleggen en het meer of anders verzochte afwijzen. Kinderalimentatie Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie. Op het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen. Inhoudelijke beoordeling Partijen hebben op de zitting afgesproken dat de man € 64,- per kind per maand blijft betalen aan kinderalimentatie, waarbij de indexering voor het eerst zal plaatsvinden op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.