Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/695176 / KG ZA 25-1167 Vonnis in kort geding van 23 januari 2026 in de zaak van [eiser] B.V. te [vestigingsplaats] , eiser, advocaat mrs. L. Alberts en B.D. Hengstmengel te Hardinxveld-Giessendam, tegen: Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut te Delft, gedaagde, advocaat mrs. Chr.A. Alberdingk Thijm en L. Oostinga. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘NEN’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 16 december 2025 met producties 1 tot en met 25; - de aanvullende producties 26 tot en met 30 van [eiser] ; - de conclusie van antwoord van NEN met producties 1 tot en met 4; - de op 7 januari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. [eiser] is actief in de branche van funderingswerken en is werkzaam op zowel land als water. [eiser] voert technieken uit zoals heien, trillen, boren en drukken. 2.2. NEN is een onafhankelijke stichting met als doel het bewerkstelligen van normalisatie in het belang van gezondheidzorg, veiligheid en doelmatigheid in het maatschappelijk verkeer. Dat doet NEN door het proces van normalisatie voor verschillende branches te faciliteren. 2.3. Een NEN-norm is een vrijwillige afspraak tussen partijen over een product, dienst of proces. Die normen worden door vertegenwoordigers uit een bepaalde branche opgesteld en vastgesteld en NEN begeleidt dit proces. NEN faciliteert ook de ontwikkeling en het beheer van zogenaamde certificatieschema’s. Dit zijn regels voor uniforme toepassing van een bepaalde norm. NEN certificeert niet zelf, maar fungeert als onafhankelijk platform om certificatieschema’s op te zetten en te beheren. Een certificerende instelling toetst of een organisatie, bedrijf, product of persoon voldoet aan de eisen die in een certificatieschema staan. 2.4. De zogenoemde zelfverklaring is een aparte categorie in de diensten die NEN begeleidt. Met een zelfverklaring verklaart een bedrijf of organisatie dat een product, dienst of werkwijze voldoet aan een bepaalde norm, zonder dat dit door een onafhankelijke certificerende instantie is gecontroleerd. Een zelfverklaring heeft daarmee niet dezelfde status als een certificaat. De regels voor zelfverklaringen zijn vastgesteld in verschillende specifieke regelingen. 2.5. Voor paalfunderingen zijn door de branche op nationaal en Europees niveau normen vastgesteld in NEN 9997-1 (Geotechnisch ontwerp van constructies). NEN 7201 geeft specifiek voor funderingspalen nadere invulling aan de norm NEN 9997-1. 2.6. Bij draagkrachtberekeningen voor paalfunderingen (uitgedrukt in paalklassefactoren) wordt uitgegaan van de voorschriften van NEN 9997-1. Hierin zijn veilige waarden voor paalfactoren opgenomen. Het systeem van paalklassefactoren gaat uit van algemene waarden, wat soms kan leiden tot een oneconomisch ontwerp. Daarom bestaat voor organisaties en bedrijven de mogelijkheid om proefbelastingen uit te voeren, om nauwkeurig aan te kunnen tonen dat het draagvermogen van een specifiek paalsysteem of voor een specifieke locatie afwijkt van het draagvermogen volgens NEN 9997-1. 2.7. Om als bedrijf of organisatie aan te kunnen tonen dat de proefbelastingen op een kwalitatief goede manier zijn uitgevoerd volgens NEN 7201, heeft NEN de NEN 7201-Zelfverklaring in het leven geroepen. Leveranciers, aannemers en opdrachtgevers kunnen deze zelfverklaring gebruiken om aantoonbaar geborgde kwaliteitscondities, paalklassefactoren en andere ontwerpparameters in hun systeem vast te leggen. 2.8. Het proces van het voorbereiden, opstellen en onderhouden van een NEN 7201-Zelfverklaring is vastgesteld in het certificatieschema NCS 7201 – Zelfverklaring ‘proefbelasting van funderingspalen’ behorend bij NEN 7201 (hierna: NCS 7201). In NCS 7201 zijn de randvoorwaarden voor het systeem van zelfverklaring bij paalbelastingsproeven bepaald. 2.9. In NCS 7201 is de procedure opgenomen. Daaruit volgt dat de initiatiefnemer tot een proefbelasting een draaiboek maakt, zelf een onafhankelijke toezichthouder inschakelt en proeven uitvoert. Drie benoemde experts beoordelen vervolgens de proefrapportage. Als zij de rapportage als juist hebben goedgekeurd, kan de zelfverklaring worden opgesteld. Daarna neemt NEN de zelfverklaring op in het openbaar register. 2.10. [eiser] maakt gebruik van zogenaamde Olivierpalen en heeft proefbelastingen van deze funderingspalen laten uitvoeren. In maart, september en oktober 2022 heeft [eiser] zelfverklaringen voor de Olivierpalen gepubliceerd. 2.11. [bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 1] ) en [bedrijfsnaam 2] (hierna: [bedrijfsnaam 2] ) leveren zogenaamde DPA en DPA-PLUS funderingspalen. Zij hebben in maart en oktober 2023 voor deze funderingspalen proefbelastingen laten uitvoeren. Op 20 maart 2025 is één zelfverklaring voor de DPA en DPA-plus funderingspalen gezamenlijk gepubliceerd door NEN. 2.12. [eiser] heeft op 15 juli 2025 per brief bezwaar gemaakt tegen de opname van de zelfverklaring van de DPA en DPA-PLUS funderingspalen in het register. [eiser] heeft diverse (technische) bezwaarpunten aangevoerd en stelde bovendien – kortgezegd – dat de meetlat waarlangs paalsystemen worden beoordeeld voor verschillende paalsystemen verschillend zou zijn. [eiser] heeft zodoende om schorsing van de zelfverklaring verzocht. Op 21 juli 2025 heeft NEN laten de bezwaren van [eiser] serieus te nemen. In de periode daarna hebben [eiser] en NEN nog gecorrespondeerd. 2.13. Naar aanleiding van de bezwaren van [eiser] heeft NEN de drie aangewezen experts verzocht een herbeoordeling uit te voeren. Ook zijn, in samenspraak met [eiser] , de drie experts die betrokken waren bij de zelfverklaring voor de Olivierpalen van [eiser] , verzocht om deel te nemen aan de herbeoordeling ter zake de zelfverklaring van de DPA en DPA-PLUS funderingspalen, waardoor zes experts betrokken zijn bij de herbeoordeling. 2.14. Op 29 augustus 2025 heeft NEN [eiser] per brief laten weten dat de zes experts aanvullend onderzoek hebben gedaan naar de DPA en DPA-PLUS funderingspalen en dat zij gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat de proeven volgens de normen zijn uitgevoerd, maar dat er bij de interpretatie en rapportage onvolkomenheden en onzorgvuldigheden zijn geconstateerd. De zelfverklaring werd zodoende geschorst, totdat deze zou zijn aangepast. Bij de brief van 29 augustus 2025 was eveneens een bijlage gevoegd waarin de zes experts op alle bezwaarpunten van [eiser] hebben gereageerd. 2.15. NEN heeft naar aanleiding van de herbeoordeling besloten de oorspronkelijke zelfverklaring voor de DPA en DPA-plus funderingspalen te splitsen in twee afzonderlijke zelfverklaringen. De twee nieuwe zelfverklaringen zijn tot op heden door NEN nog niet gepubliceerd. De herbeoordeling van de zes experts is daarmee nog niet afgerond. 2.16. Op 4 september 2025 heeft civiel- en bouwtechnisch ingenieursbureau Bouwservice Management Nederland B.V. (hierna: BMNED) in opdracht van [eiser] gereageerd op de brief van NEN van 29 augustus 2025. BEMNED heeft in deze notitie inhoudelijk gereageerd op het commentaar van de experts op de bezwaren van [eiser] . 2.17. Bij brief van 8 september 2025 is NEN namens [eiser] verzocht om het bezwaar opnieuw te laten beoordelen door een onafhankelijk orgaan. Ook zijn NEN, haar leidinggevenden en beslissingsbevoegde personen hoofdelijk aansprakelijk gesteld in deze brief. Op 3 oktober 2025 heeft overleg tussen partijen plaatsgevonden. In de periode daarna hebben partijen nog gecorrespondeerd waarbij [eiser] verzocht om een zuivere herbeoordeling door nieuwe experts waarbij ook BMNED betrokken wordt. NEN zag geen aanleiding om een extra onafhankelijke toets te laten uitvoeren. [eiser] is vervolgens overgegaan tot dagvaarden in kort geding. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad NEN veroordeelt om: I. binnen vier weken na betekening van dit vonnis drie nieuwe onafhankelijke experts te benoemen, die ervaring hebben in NEN 7201 en NCS 7201 en die een herbeoordeling conform NCS 7201 en NEN 7201 uitvoeren van de zelfverklaring en achterliggende proefbelasting van 31 januari 2025 voor de paalsystemen DPA en DPA-PLUS; II. de registratie van de paalsystemen DPA en DPA-PLUS geschorst te houden totdat de drie nieuwe experts hun herbeoordeling conform NCS 7201 en NEN 7201 hebben afgerond; III. via haar website en een persbericht binnen een week na betekening van dit vonnis de markt uitgebreid te informeren over de inhoudelijk-technische reden van de schorsing van de zelfverklaring; IV. tijdig en volledig uitvoering te geven aan de vorderingen onder I., II. en III. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat NEN nalaat uitvoering te geven aan één van deze vorderingen, althans een zodanige dwangsom als de rechter in redelijkheid zal vaststellen; V. de bezwaarprocedure uit het Handboek Schemabeheer toe te passen bij bezwaren tegen een zelfverklaring op basis van NEN 7201 en NCS 7201. 3.2. Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. Volgens [eiser] gelden voor NEN hoge eisen van maatschappelijke zorgvuldigheid. NEN heeft onrechtmatig dan wel onzorgvuldig gehandeld, omdat zij onvoldoende een inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de (totstandkoming van) de zelfverklaring ter zake de DPA en DPA-PLUS funderingspalen, aldus [eiser] . Volgens [eiser] is de procedure door de initiatiefnemers dan wel de benoemde experts niet goed gevolgd en is NEN daar verantwoordelijk voor. Concreet is sprake van onzorgvuldigheden rondom de paalproeven, in strijd met NCS 7201. Volgens [eiser] zijn er zowel een aantal technisch inhoudelijke punten die evident afwijken van NEN 7201, maar ook procedurele punten die afwijken van hetgeen NCS 7201 voorschrijft. Het niet volgen van de juiste procedure leidt tot onbetrouwbare meetresultaten, hetgeen een direct effect heeft op de bouwveiligheid. Gelet daarop is het volgens [eiser] van groot belang dat NEN ingrijpt en moet er een herbeoordeling komen waarbij consequent aan de norm wordt getoetst en moet de markt actief worden geïnformeerd over de technisch-inhoudelijke afwijkingen die ten grondslag zouden moeten liggen aan de geschorste zelfverklaring. Door het uitblijven van een persbericht blijft oneerlijke mededinging en onduidelijkheid in de markt bestaan. 3.3. Hoewel NEN naar aanleiding van het bezwaar van [eiser] wel heeft aangestuurd op een herbeoordeling heeft zij alsnog onzorgvuldig gehandeld, omdat zij de drie eerder betrokken experts ook heeft betrokken bij de herbeoordeling. [eiser] acht het onbegrijpelijk dat de experts die een beoordeling hebben uitgevoerd en een rapportage hebben geaccordeerd waarvan later is geconstateerd dat de interpretatie en de rapportage onvolkomenheden en onvolledigheden bevat, betrokken blijven bij de herbeoordeling. NEN had moeten ingrijpen en daar een andere keuze in moeten maken, aldus [eiser] . 3.4. NEN heeft verder een ad hoc bezwaarprocedure gevolgd die volgens [eiser] onvoldoende waarborgen bevat voor een onafhankelijke toets. Daarmee voldoet NEN niet aan de hoge eisen die gesteld mogen worden aan een instantie die volgens [eiser] publieke verantwoordelijkheid draagt voor publiekrechtelijke normen. Vanwege het ontbreken van een goede bezwaarprocedure in NCS 7201, moet de bezwaarprocedure van Handboek Schemabeer worden toegepast, aldus [eiser] . 3.5. NEN voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4De beoordeling van het geschil 4.1. De voorzieningenrechter kan in kort geding in spoedeisende zaken een voorlopige voorziening geven. Daarbij moet de voorzieningenrechter beoordelen of de ingestelde vorderingen in een bodemprocedure zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. 4.2. Tijdens de zitting zijn vragen gerezen over het belang van [eiser] bij deze procedure in kort geding. [eiser] heeft ter zitting toegelicht dat het er voor hem om gaat dat de juiste meetlat gebruikt wordt, en dat is in dit geval het volgen van de procedures zoals beschreven in NEN 7201 en NCS 7201. In die zin dienen de vorderingen van [eiser] in deze procedure een algemeen belang. Daarmee dienen de vorderingen ook het belang van [eiser] zelf, aldus [eiser] . Immers heeft het hanteren van een – zoals [eiser] dat noemt –soepeler meetlat bij de zelfverklaring van de DPA en DPA-PLUS funderingspalen uiteindelijk ook voor [eiser] financiële gevolgen, omdat zijn werkzaamheden daardoor in vergelijking duurder zijn. Dat brengt [eiser] in een ongunstigere marktpositie. Hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij de toelichting van [eiser] , neemt de voorzieningenrechter veronderstellenderwijs een toereikend belang zoals bedoeld in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek (BW) aan. 4.3. [eiser] stelt – althans zo begrijpt de voorzieningenrechter – dat de procedure ter zake de zelfverklaring voor de DPA en DPA-PLUS funderingspalen niet correct is (gevolgd) en dat NEN daarvoor verantwoordelijk is en dat NEN daarom gehouden is uitvoering te geven aan de concrete door [eiser] gevorderde acties. 4.4. De voorzieningenrechter destilleert uit het (niet steeds glasheldere) betoog van [eiser] de volgende punten die [eiser] NEN verwijt dan wel waar NEN voor verantwoordelijk zou zijn: de proeven zijn technisch-inhoudelijk niet conform de norm gedaan; de onafhankelijke toezichthouder was niet betrokken bij alle door NCS 7201 voorgeschreven stappen; de rol van de voorzitter van de commissie van experts, die ook zitting heeft in het orgaan (College van Deskundigen, CvD) waar deze commissie verantwoording aan aflegt en betrokken is bij de beoordeling van de zelfverklaring, is onzuiver; één van de drie bij de aanvankelijke beoordeling betrokken experts is werkzaam bij hetzelfde bedrijf als de door de initiatiefnemers ingeschakelde onafhankelijke toezichthouder. Dat is in strijd met NCS 7201; NEN had de drie eerder aangewezen experts niet mogen aanwijzen om de herbeoordeling te doen. De voorzitter van de commissie van experts mag, zeker gelet op de huidige discussie, niet betrokken zijn bij de herbeoordeling. De twee overige experts die bij de aanvankelijke beoordeling betrokken waren, zijn ook niet meer onafhankelijk. De vrees is reëel dat zij er vanuit hun positie belang bij hebben dat hun eerdere onvolkomen- en onvolledigheden niet te groot worden gemaakt en alsnog geaccordeerd worden, zodat zij geen gezichtsverlies leiden; in de door NEN gevolgde ad hoc bezwaarprocedure is een onafhankelijke toets onvoldoende gewaarborgd. 4.5. NEN voert verweer dat kortgezegd inhoudt dat zij ter zake de zelfverklaringsprocedure slechts een secretariaatsfunctie heeft. Bij de inhoud van het traject speelt NEN naar eigen zeggen geen rol. Om de kwaliteit van de proeven en de juistheid van de zelfverklaring te waarborgen zijn drie experts en een onafhankelijk toezichthouder betrokken. De betrokken experts geven geen inhoudelijk oordeel in de zin dat een fundering wel of niet is goedgekeurd. Zij controleren of het hele traject volgens de regels van NCS 7201 en NEN 7201 verloopt en toetsen of de uitgevoerde testen de conclusie kunnen dragen. Voor NEN en de experts is sprake van een beperkte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.