← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:1094

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.56955 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. J. Oosterhof), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding

  1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 22 februari
  2. 1.
  3. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
  4. Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, wordt het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.
  5. Een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend, zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken, nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  6. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
  7. Eiser heeft op 17 juni 2025 reeds beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag (NL25.26792). Deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, heeft dit beroep bij uitspraak van 16 september 2025 gegrond verklaard, en bepaald dat de minister op uiterlijk 22 november 2025 alsnog een besluit bekend moest maken. Voordat deze termijn is verstreken heeft eiser op 20 november 2025 onderhavig beroep ingediend. Het beroep is te vroeg ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
  8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Conclusie en gevolgen
  9. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
  10. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.