Rechtbank DEN Haag – ECLI:NL:RBDHA:2026:11400
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL26.25916 en NL26.25918 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster, en [verzoeker], V-nummer: [V-nummer 2] , verzoeker, hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. R. Deniz), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. A.E. van Midden).
Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 maart 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Bij uitspraak van 17 april 2026 heeft de rechtbank de beroepen van verzoekers hiertegen met toepassing van artikel 8:54 van de Awb ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben bij bericht van 6 mei 2026 tegen deze uitspraak verzet gedaan. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij de behandeling van het verzet in Nederland mogen afwachten.
Verweerder heeft op verzoek van de rechtbank een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist. Ook tijdens een verzetsprocedure als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb kan een voorlopige voorziening worden verzocht.
Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Algemene wet bestuursrecht.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 december 2004, NJB 2005/31.
Verordening (EU) nr. 604/2013.