Rechtbank DEN Haag – ECLI:NL:RBDHA:2026:128
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.57064 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. J.W.F. Noot), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 19 november 2025 niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres is het met dat besluit niet eens en heeft op 20 november 2025 beroep ingesteld.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank 1. De rechtbank beoordeelt (ambtshalve) de ontvankelijkheid van het beroep en – in dat verband – of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 6 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.