← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:1699

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Toezicht insolventienummer: C/09/23/8 R vonnis van 23 januari 2026 in de zaak van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteland] , wonende te [adres] . Waar deze zaak over gaat De heer [betrokkene] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank beoordeelt nu of de heer [betrokkene] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan hem de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op hem kunnen verhalen. De rechtbank zal aan de heer [betrokkene] de schone lei verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1Verloop van de procedure 1.

  1. De heer [betrokkene] is op 16 januari 2023 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is, voor het laatst, mr. drs. J.C.A.T. Frima tot rechter-commissaris en R. Springer te Delft tot bewindvoerder benoemd. 1.
  2. De looptijd is op 16 januari 2026 verstreken. 1.
  3. De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag blijkt dat de informatieverplichting, de sollicitatieverplichting en de afdrachtverplichting niet volledig zijn nagekomen. Om deze reden adviseert de bewindvoerder de heer [betrokkene] (nog) geen schone lei te verlenen. 1.
  4. Op 24 november 2025 heeft de behandeling ter zitting plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen en gehoord: - de heer [betrokkene] ; - mr. J.M. van der Linden, advocaat van de heer [betrokkene] ; - R. Springer, bewindvoerder; - I. Wolff, beschermingsbewindvoerder. 1.
  5. De rechtbank heeft op de zitting van 24 november 2025 bepaald op 1 december 2025 uitspraak te zullen doen. Gebleken is echter dat de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling van de heer [betrokkene] pas op 16 januari 2026 verstrijkt. De rechtbank heeft daarom bepaald dat een voortgezette behandeling wordt gepland, die zal plaatsvinden op 23 januari 2026 om 9.30 uur. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat als partijen bij hun standpunt blijven en er geen wijzigingen optreden, te zijner tijd om een pro-formazitting kan worden verzocht. 1.
  6. Zowel de bewindvoerder als mr. Van der Linden voornoemd hebben bericht dat sinds voormelde zitting geen wijzigingen hebben plaatsgevonden. Mr. Van der Linden heeft verzocht om behandeling op een pro-formazitting. De bewindvoerder heeft daartegen geen bezwaar kenbaar gemaakt. 1.
  7. De bewindvoerder heeft de rechtbank op 16 januari 2026 bericht dat de heer [betrokkene] vier maanden niet fulltime heeft gewerkt en niet heeft aangetoond dat hij aanvullend heeft gesolliciteerd. Zij is van mening dat de regeling met vier maanden verlengd moet worden. Er is op dit moment sprake van een boedelvoorstand van € 1.172,
  8. Deze is ontstaan doordat de beschermingsbewindvoerder in de maanden dat er minder werd verdiend dezelfde boedelafdracht heeft aangehouden als in
  9. De voorstand kan eventueel verrekend worden met de afdrachten vanaf januari 2026 tot en met april
  10. 1.
  11. Mr. Van der Linden heeft per e-mail van 20 januari 2026 bericht dat de heer [betrokkene] zich op het standpunt stelt dat hij zich vanaf de eindzitting van 24 november 2025 tot aan heden aan alle verplichtingen heeft gehouden. De heer [betrokkene] en mr. Van der Linden blijven bij hun standpunt zoals naar voren gebracht op de eindzitting van 24 november
  12. Kort samengevat houdt dat standpunt in dat de heer [betrokkene] inderdaad een korte tijd niet heeft gewerkt, maar snel weer een fulltime baan heeft gevonden, zodat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming, althans dat die buiten beschouwing moet worden gelaten. 1.
  13. De eindzitting heeft op 23 januari 2026 buiten aanwezigheid van de bewindvoerder, de heer [betrokkene] , zijn advocaat en zijn beschermingsbewindvoerder plaatsgevonden. 2De beoordeling 2.
  14. Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor de [betrokkene] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt en moet worden beoordeeld of aan hem de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat de heer [betrokkene] daarin niet toerekenbaar is tekort geschoten; ofwel dat, als wél sprake is van een toerekenbare tekortkoming, die vanwege de geringe betekenis of bijzondere aard buiten beschouwing moet blijven. 2.
  15. De rechtbank stelt vast dat de heer [betrokkene] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de sollicitatieplicht. Hij heeft in elk geval drie maanden niet aantoonbaar gesolliciteerd. Kort daarna echter heeft hij weer fulltime werk gevonden. Hij moet dus hebben gesolliciteerd. Ook ervoor heeft hij altijd fulltime gewerkt. Dat maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de tekortkoming van geringe betekenis is en daarom buiten beschouwing moet worden gelaten. 2.
  16. De overige verplichtingen zijn inmiddels door de heer [betrokkene] naar behoren nagekomen. Dat betekent dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met de schone lei. Er zijn geen redenen gebleken om tot een ander oordeel te komen. 2.
  17. De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen. 3De beslissing De rechtbank: - stelt vast dat de heer [betrokkene] (toerekenbaar) in de nakoming van de inspanningsplicht is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar geringe betekenis buiten beschouwing blijft; - geeft te kennen dat de verplichtingen van de heer [betrokkene] zijn geëindigd op 16 januari 2026, maar dat de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden; - stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 3.765,65 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting); - stelt het vastrecht vast op € 820,-. Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met R. Becker, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari
  18. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.