← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:203

RECHTBANK DEN HAAG Kantonrechter, zittingsplaats 's-Gravenhage CB/c Rolnummer: 11181263 / RL EXPL 24 – 11949 6 januari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eisende partij 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eisende partij 2], wonende te [woonplaats] , eisende partijen, hierna te noemen: ‘ [eisende partijen] c.s.’ of ‘de passagiers’, gemachtigde: S. Saber (ProBe-ASP B.V.), tegen de besloten vennootschap TUI Airlines Nederland B.V., (statutair) gevestigd te Rijswijk,gedaagde partij, hierna te noemen: TUI, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD). 1Het procesverloop 1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 30 mei 2024 met vijf producties (nrs. 1 tot en met 5); de conclusie van antwoord van 28 augustus 2024 met zeven producties (nrs. 1 tot en met 7); de conclusie van repliek van 4 maart 2025 met twee producties (beide genummerd nr.5); de conclusie van dupliek van 14 oktober 2025. 1.2 Bij brief van 14 oktober 2025 heeft de griffie partijen op de hoogte gesteld dat de kantonrechter op 6 januari 2026 vonnis zou wijzen. Partijen hebben zich daarop niet gemeld met het verzoek tot het houden van een mondelinge behandeling, zodat op basis van de gewisselde processtukken vonnis zal worden gewezen. 2De feiten 2.1 [eisende partijen] c.s. hadden een boeking voor TUI-vlucht OR 3008 van Antalya (Turkije) naar Amsterdam-Schiphol Airport (Nederland) op 11 oktober 2022. 2.2 De geplande vluchttijden van vlucht OR 3008 waren: Vertrek uit Antalya: 11:20 uur Aankomst Amsterdam: 14:45 uur 2.3 Vlucht OR 3008 is door TUI geannuleerd en TUI heeft [eisende partijen] c.s. omgeboekt naar vlucht OR 3004 op dezelfde dag. 2.4 Vlucht OR 3004 is op 11 oktober 2022 volgens schematijd om 22:35 uur in Amsterdam gearriveerd, derhalve met een vertraging van 7:10 uur ten opzichte van de schema-aankomstrijd van vlucht OR 3008 van 14:45 uur. 3De vordering 3.1 [eisende partijen] c.s., vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (I.) TUI te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 800,00 te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW, te rekenen vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (II.) TUI te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 120,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten te rekenen vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (III.) TUI te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; (IV.) TUI te veroordelen in de nakosten van het te wijzen vonnis. 3.2 Aan hun vordering leggen [eisende partijen] c.s. ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) en (onder meer) de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 december 2008 (C-549/07, Wallentin-Hermann-arrest), van 19 november 2009 (C-402/07, Sturgeon-arrest) hen recht geven op een vergoeding van€ 400,00 per persoon in verband met de annulering van hun vlucht OR 3008 van Antalya (Turkije) naar Amsterdam-Schiphol Airport (Nederland) op 11 oktober 2022. 4Het verweer 4.1 TUI verweert zich met de stelling dat de passagiers tijdig op de hoogte zijn gesteld van de annulering van de vlucht en dat, indien dat niet het geval zou zijn geweest, zij een beroep kan doen op buitengewone omstandigheden, waardoor zij niet gehouden is compensatie aan de passagiers te betalen. 5De beoordeling 5.1 De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden. 5.2 In deze procedure heeft TUI als meest verstrekkend verweer naar voren gebracht dat de passagiers op 27 september 2022, 14 dagen voor vertrek op de hoogte zijn gesteld dat vlucht OR 3008 was geannuleerd, waardoor zij op grond van artikel 5 lid 1 sub c. onder i. van de Verordening geen recht hebben op compensatie. Gelet op het feit dat Tui erkent dat de passagiers in verband met de betreffende vlucht recht hebben op compensatie zal de kantonrechter de hoofdsom aan de passagiers toewijzen. 5.3 Artikel 5 lid 1 sub c onder i. van de Verordening luidt: In geval van annulering van een vlucht: (…)

  1. c)hebben de betrokken passagiers recht op de in artikel 7 bedoelde compensatie door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, tenzij
  2. i)de annulering hun tenminste twee weken voor de geplande ver trektijd wordt meegedeeld 5.4 Om dit verweer te kunnen doen slagen dient TUI aan te tonen dat zij de passagiers uiterlijk op 27 september 2022 om 11:20 uur (Turkse tijd) van de annulering op de hoogte heeft gesteld. 5.5 Ter onderbouwing van het voorgaande heeft TUI als productie 1 bij conclusie van antwoord een e-mail van 27 september 2022 aan Lavida Travel, het reisbureau van [eisende partijen] c.s., in het geding gebracht. Die e-mail is verstuurd om 20:55 uur (Nederlandse tijd) op 27 september 2022. Dat tijdstip is gelegen na 27 september 2022 (Turkse tijd), zodat deze kennisgeving te laat is verstuurd om een beroep te kunnen doen op genoemd artikellid van de Verordening. Het argument dat TUI nog voert dat het versturen van deze e-mail aan Lavida Travel als vertegenwoordiger van de passagiers kan daarmee buiten beschouwing blijven. 5.6 Omdat de passagiers uiteindelijk met een vertraging van 7:10 uur in Amsterdam zijn aangekomen, betekent ook dat TUI zich niet kan beroepen op artikel 5 lid 1 sub c. onder ii. van de Verordening, omdat dat artikellid alleen van toepassing is indien de vertraging op de eindbestemming minder bedraagt dan vier uur. 5.7 Daarmee komt de kantonrechter toe aan het volgende verweer van TUI dat zij een beroep kan doen op buitengewone omstandigheden. 5.8 Daartoe heeft TUI aan gevoerd dat zij in oktober 2022 nog werd geconfronteerd met capaciteitsbeperkingen op de luchthaven van Amsterdam als gevolg van een tekort aan beveiligingspersoneel. In dat kader had de slotcoördinator van de luchthaven Schiphol TUI op 19 september 2022 meegedeeld dat zij op 11 oktober 2022 in totaal slechts 1.494 passagiers mocht vervoeren vanaf de luchthaven, terwijl zij gepland had 2.769 passagiers te vervoeren. In dat licht heeft zij besloten vlucht OR 3008 te annuleren. Voor enkele passagiers, waaronder [eisende partijen] c.s., lukt het TUI om hen om te boeken naar vlucht OR 3004 op dezelfde 11 oktober 2022. 5.9 In hun conclusie van repliek hebben [eisende partijen] c.s. niet bestreden dat TUI als gevolg van opgelegde capaciteitsbeperkingen op de luchthaven van Schiphol genoodzaakt was vlucht OR 3008 te annuleren. Daaruit vloeit voort dat in deze procedure als uitgangspunt kan worden genomen dat TUI in beginsel een beroep kan doen op buitengewone omstandigheden. 5.10 Waar [eisende partijen] c.s. wel verweer op voeren is dat TUI niet alle redelijke maatregelen heeft genomen door hen niet te wijzen op de mogelijkheid van terugbetaling van de ticketprijs, noch dat zij volledige bijstand in de zin van artikel 8 lid 1 van de Verordening heeft geboden, noch dat zij er alles aan gedaan heeft om het ongemak en tijdverlies van de passagiers te beperken. 5.11 In beginsel hebben passagiers bij annulering van een vlucht (ook) recht op terugbetaling van de ticketprijs. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de luchtvaartmaatschappij niet aan haar vervoerverplichting heeft voldaan en met de terugbetaling kunnen passagiers een ander ticket bij een andere maatschappij kopen om alsnog hun bestemming te bereiken. In het voorliggende geval gaat het echter om de terugvlucht van Turkije naar Amsterdam na afloop van de vakantie van de passagiers. In artikel 8 lid 1 van de Verordening staat ook dat terugbetaling betrekking moet hebben op de vlucht of gedeelten daarvan die niet zijn gemaakt. Uiteindelijk zijn de passagiers wel vervoerd van Antalya naar Amsterdam. In dat licht was het aan de passagiers geweest om aan te tonen dat zij een andere vlucht hadden kunnen boeken, die hen met minder dan de uiteindelijke vertraging van 7:10 uur van Antalya naar Amsterdam had kunnen brengen, maar dat hebben zij nagelaten. 5.12 De passagiers hebben inderdaad vertraging en wellicht enig ongemak ondervonden. Maar uit artikel 8 lid 1 van de Verordening vloeit niet een ongekwalificeerde verplichting voort om te compenseren voor vertraging en ongemak, wel een verplichting tot het verlenen van bijstand. Maar dan hadden de passagiers gemotiveerd moeten aangeven voor welke bijstand zij een beroep hebben gedaan op TUI en op welke grond TUI de bijstand heeft geweigerd. Dat hebben zij nagelaten. 5.13 Tenslotte merkt de kantonrechter nog op dat uit niets is gebleken dat er voor de passagiers een mogelijk heeft bestaan om met minder dan een vertraging van 7:10 uur in Amsterdam aan te komen. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat er ook geen mogelijkheid daartoe was en daaruit vloeit dus voort dat TUI met het omboeken van de passagiers van vlucht OR 3008 naar vlucht OR 3004 alle van haar verlangde redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging voor de passagiers zoveel mogelijk te beperken. 5.14 De slotsom van het voorgaande is aldus dat de vordering van [eisende partijen] c.s. zal worden afgewezen en dat zij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van TUI, die de kantonrechter begroot op: - salaris gemachtigde € 270,00 (2 punten × € 135,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 337,50 6De beslissing De kantonrechter: - wijst de vordering van de passagiers af; - veroordeelt [eisende partijen] c.s. in de proceskosten aan de zijde van TUI, begroot op een bedrag van € 337,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partijen] c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend; - verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling van [eisende partijen] c.s. uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Alle tijden in dit vonnis zijn lokale tijden, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.