Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-7546 Zaaknummer: C/09/692657 Datum beschikking: 5 januari 2025 Informele rechtsingang ex artikel 1:377g / Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Beschikking naar aanleiding van de op [geboortedatum] 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang van: [de minderjarige] , de minderjarige, wonende op een voor de rechtbank bekend adres. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een voor de rechtbank bekend adres, en [de moeder] , de moeder, wonende op een voor de rechtbank bekend adres. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de brief die [de minderjarige] heeft ingestuurd, ingekomen bij de rechtbank op 26 september
- Op 21 oktober 2025 heeft [de minderjarige] haar brief nader toegelicht in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank. Op 3 december 2025 is de aanvraag van [de minderjarige] op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, met tolk Z. Botani; de moeder, met tolk J. Stoop; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten De vader en de moeder zijn gehuwd geweest tot [datum]
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , [geboorteland] . [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit. De vader heeft in ieder geval de Indiase nationaliteit en de moeder en [de minderjarige] hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Aanvraag [de minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om de zorgregeling met de vader te wijzigen, in die zin dat zij hem slechts minimaal wil zien, en het liefst alleen buitenshuis. [de minderjarige] heeft in haar brief en gesprek met kinderrechter het volgende naar voren gebracht. Sinds het uiteengaan van de ouders in maart van dit jaar geldt er een zorgregeling waarbij zij twee weken bij de moeder woont en vervolgens een week bij de vader. Toen [de minderjarige] bij de vader was, kregen de vader en [de minderjarige] een discussie omdat [de minderjarige] niet met hem wilde wandelen. De vader werd erg boos en schopte daarbij tegen een stoel. Sindsdien gaat [de minderjarige] niet meer naar de vader toe. [de minderjarige] vindt het vervelend dat de vader snel boos wordt en daarbij schreeuwt als dingen niet gaan zoals hij wil. Zij wordt daardoor bang voor de vader en durft hierover niet met de vader te praten. [de minderjarige] wil niet meer bij de vader overnachten, maar wil hem hoogstens een paar keer per maand buitenshuis zien. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de gewone verblijfsplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek. Zorgregeling Op grond van artikel 1:377g in samenhang met artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek kan de rechter, indien haar blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling). Uit het gesprek met [de minderjarige] en de daaropvolgende zitting waarbij ook met de ouders is gesproken, is – samengevat – het volgende naar voren gekomen. De ouders zijn op [datum] 2025 juridisch gescheiden. Zij zijn een ouderschapsplan overeengekomen, waarin (onder andere) een zorgregeling is opgenomen, inhoudende dat [de minderjarige] twee weken bij de moeder verblijft en vervolgens een week bij de vader. Ook is daarin vastgelegd dat de vakanties bij helfte worden verdeeld. Op 13 september van dit jaar heeft zich een voorval voorgedaan tussen [de minderjarige] en de vader. De vader stelde aan [de minderjarige] voor om buiten te gaan wandelen, maar [de minderjarige] wilde dit niet, waarna de zij hierover onenigheid kregen. Sindsdien wil [de minderjarige] niet meer naar de vader toe. Er is een aantal weken geen enkele communicatie tussen [de minderjarige] en de vader geweest en [de minderjarige] had de vader geblokkeerd. Inmiddels heeft [de minderjarige] de vader weer gedeblokkeerd. De afgelopen maanden hebben [de minderjarige] en de vader elkaar enkel via korte telefoongesprekken gesproken, op één kort fysiek contactmoment na. De vader erkent hetgeen [de minderjarige] heeft verteld over het incident en heeft zijn excuses daarvoor aangeboden aan [de minderjarige] . De vader begrijpt alleen niet dat door dit enkele incident bij [de minderjarige] een dusdanig grote weerstand is ontstaan tegen contact met hem. De vader heeft [de minderjarige] in eerste instantie rust willen gunnen, maar vindt dat de regeling uit het ouderschapsplan (uiteindelijk) gecontinueerd dient te worden. [de minderjarige] is nog maar een kind en het is de verantwoordelijkheid van de ouders om [de minderjarige] te stimuleren tot contact met beide ouders, aldus de vader. De moeder voert aan dat [de minderjarige] zich bij haar thuis emotioneel veiliger voelt en meer zichzelf kan zijn, omdat zij niet alles aan de vader durft te vertellen. Wel houdt [de minderjarige] veel van de vader en is zij ervan overtuigd dat [de minderjarige] het contact met de vader zelf weer zal gaan opzoeken. De moeder heeft de keuze voor contact met de vader bij [de minderjarige] gelaten, omdat zij de wil van [de minderjarige] heeft willen respecteren. De rechtbank overweegt als volgt. De ouders zijn het erover eens dat het contact tussen [de minderjarige] en de vader uiteindelijk op een goede manier hersteld moet worden. De rechtbank acht dit ook in het belang van [de minderjarige] . Wel dient dit – gelet op de weerstand van [de minderjarige] – te gebeuren op een manier die voor [de minderjarige] fijn is. De rechtbank vindt het daarom belangrijk om goed te onderzoeken waar de weerstand van [de minderjarige] tegen het contact met de vader precies vandaan komt en wat er voor nodig is om die weerstand weg te nemen. Vervolgens kan dan worden onderzocht op welke wijze het voor [de minderjarige] fijn is om het contact tussen haar en de vader (structureel) te herstellen. Op de zitting is met de ouders gesproken over de mogelijkheid om een bijzondere curator voor [de minderjarige] te benoemen. De ouders hebben daarmee ingestemd. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat zij een deskundige vertrouwenspersoon krijgt toegewezen die haar belangen kan behartigen en haar kan vertegenwoordigen. De rechtbank heeft mr. M. van Dam bereid gevonden om als bijzondere curator voor [de minderjarige] op te treden. Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij in gesprek gaat met [de minderjarige] om te bezien hoe er in het belang van [de minderjarige] kan worden toegewerkt naar herstel van het contact tussen haar en de vader. Indien mogelijk kan de bijzondere curator om een herstelgesprek tussen [de minderjarige] en de vader tot stand te brengen, al dan niet samen met de moeder of onder begeleiding van de bijzondere curator zelf. Ook verzoekt de rechtbank de bijzondere curator te onderzoeken welke zorgregeling uiteindelijk in het belang van [de minderjarige] is. Het staat de bijzondere curator vrij om, indien zij dit nodig acht, bij derden nadere informatie op te vragen over [de minderjarige] om een zo volledig en compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie en haar belangen. Zoals de rechtbank en de Raad tijdens de zitting al aan de ouders hebben voorgehouden, is het belangrijk dat de ouders samen aan [de minderjarige] uitdragen dat zij positief staan achter het contact tussen [de minderjarige] en de vader. [de minderjarige] is nog maar elf jaar oud en het is niet wenselijk om de volledige verantwoordelijkheid voor het contact met de vader bij haar neer te leggen. Zij heeft daarin sturing nodig van beide ouders. Daarom is op de zitting afgesproken dat de ouders samen in gesprek gaan, onder andere over welke boodschap ze willen overbrengen aan [de minderjarige] en de wijze waarop ze dit aan haar willen communiceren. Ook heeft de vader op de zitting toegezegd dat hij er voor open staat om individuele hulpverlening te zoeken, om te bezien hoe hij beter aansluiting kan vinden bij [de minderjarige] . De moeder heeft al hulpverlening, zoals de rechtbank begrijpt, in de vorm van psychotherapie. De rechtbank verzoekt de vader en de moeder om hun telefoonnummer en e-mailadres zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in de beslissing opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator [de minderjarige] , de vader en de moeder kan uitnodigen voor een eerste gesprek. De bijzondere curator wordt verzocht om voor na te melden pro formadatum schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen. De rechtbank zal na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator een beslissing nemen over de voortgang van de procedure. Zo nodig zal de rechtbank een nieuwe behandeling ter zitting plannen waarvoor de ouders, de bijzondere curator en de Raad als belanghebbenden zullen worden opgeroepen. De rechtbank zal iedere beslissing over de zorgregeling pro forma aanhouden tot 1 juli
- De rechtbank merkt op dat de ouders in de tussentijd de gelegenheid hebben om zich desgewenst door een advocaat te laten bijstaan en (schriftelijk) een standpunt in te nemen in de procedure. Brief aan [de minderjarige] De rechtbank zal [de minderjarige] in de volgende, gelijktijdig met deze beschikking te versturen aparte brief, uitleggen wat de rechtbank heeft besloten: Beste [de minderjarige] , Jij hebt in een brief en in een gesprek aan mij verteld dat je nu alleen nog maar bij je moeder woont en je je vader op dit moment niet ziet. Je zei toen dat dit kwam omdat je vader snel boos wordt en gaat schreeuwen als de dingen niet gaan zoals hij wil dat ze gaan. Je wilt graag dat de rechtbank vastlegt dat je alleen nog maar bij je moeder zal wonen en hoogstens een paar keer per maand met je vader bent. Ik vertelde je toen dat ik ook met jouw vader en moeder wilde praten. Dat heb ik ondertussen gedaan. Jouw ouders en ik vinden het alle drie belangrijk dat jij uiteindelijk weer goed contact krijgt met je vader, maar dit moet wel gebeuren op een manier die voor jou fijn is. Het lijkt mij daarom een goed idee dat er iemand komt met wie je nog beter kan praten over wat er aan de hand is. Wij noemen dat een ‘bijzondere curator’. Zij heet Marion van Dam. Met haar kan je praten hoe je je voelt over de situatie met je vader en hoe dat het beste kan worden opgelost. Ik heb haar ook gevraagd om misschien een keer samen met jou en je ouders te praten, als jij daar open voor staat. Marion zal met jou contact opnemen. Als Marion klaar is met alle gesprekken en daarover heeft nagedacht, dan vertelt zij mij wat zij het beste voor jou vindt. Ik zal dan jouw ouders weer uitnodigen om met mij te komen praten. Ik zal jou dan ook weer uitnodigen voor een gesprek met mij alleen. Je mag zelf weten of je naar dat gesprek wilt komen. Je mag ook een brief of e-mail sturen. Pas daarna kan ik een goed antwoord geven op jouw vraag. Ik wens je voor nu het allerbeste, Met vriendelijke groet, de kinderrechter Beslissing De rechtbank: benoemt over de minderjarige [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , [geboorteland] , tot bijzondere curator: mevrouw M. (Marion) van Dam telefoonnummer: [telefoonnummer] e-mailadres: [e-mailadres] ; bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de bijzondere curator toestuurt; bepaalt dat de vader en de moeder zo spoedig mogelijk hun contactgegevens aan de bijzondere curator zullen e-mailen; bepaalt dat de bijzondere curator voor na te melden pro formadatum schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan de ouders, indien nog nodig ook inhoudende een standpunt over het verzoek tot wijziging van de zorgregeling; bepaalt dat de ouders binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de andere ouder te worden toegezonden; houdt de behandeling van het verzoek in afwachting van het voorgaande pro forma aan tot 1 juli
- Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 5 januari 2026.