← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:2251

RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/665465 / JE RK 24-812 Datum uitspraak: 9 januari 2026 Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator in de zaak van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , mr. I.G.M. van Gorkum, hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende te Den Haag. 1Het verdere verloop van de procedure 1.

  1. Bij beschikking van 27 september 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank mr. I.G.M. van Gorkum, advocaat, kantoorhoudende te Den Haag, herbenoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] teneinde al het nodige te doen dat in het belang van de ontwikkeling van [minderjarige] op korte termijn noodzakelijk is, in het bijzonder het bijstaan van [minderjarige] bij het regelen van eventuele praktische en financiële zaken in aanloop naar haar meerderjarigheid. De zaak is pro forma aangehouden tot 21 december 2025 in afwachting van het verslag van de bijzondere curator. 1.
  2. De rechtbank heeft op 11 december 2025 het verslag van de bijzondere curator ontvangen waarin zij meedeelt dat zij er vanuit gaat dat zij aan de opdracht van de rechtbank heeft voldaan. 2De beoordeling De kinderrechter heeft van de bijzondere curator een uitgebreid en overzichtelijk verslag van haar werkzaamheden ontvangen. Op basis hiervan is de kinderrechter van oordeel dat de bijzondere curator de opdracht die de rechtbank haar bij beschikking van 27 september 2024 heeft gegeven, heeft vervuld. Uit het verslag volgt dat de bijzondere curator steeds via WhatsApp contact met [minderjarige] heeft gehouden, haar hulp heeft aangeboden en heeft gecontroleerd of alle voor haar welzijn en aanstaande meerderjarigheid noodzakelijke zaken geregeld zijn. Eind november 2025 heeft de bijzondere curator [minderjarige] in het logeerhuis van [instelling] , waar zij sinds medio 2024 woont, bezocht en met [minderjarige] over onder meer haar woonsituatie, haar opleiding, haar bijbaantje en het contact met haar ouders (dat inmiddels gelukkig goed is) gesproken. Tijdens dat gesprek is gebleken dat voor [minderjarige] een aanvraag voor verlengde jeugdzorg is gedaan waardoor zij tot begin 2026 bij [instelling] kan blijven. De bedoeling is dat zij daarna doorstroomt naar een eigen studio. De bijzondere curator heeft met de begeleider van [minderjarige] afgesproken dat als de aanvraag voor verlengde jeugdhulp wordt afgewezen, zij deze afwijzing voor [minderjarige] zal aanvechten. Dit zal de bijzondere curator ook doen als [minderjarige] dan al meerderjarig is. Uit het verslag van de bijzondere curator begrijpt de kinderrechter dat, afgezien van de aanvraag voor verlengde jeugdhulp, nu alle praktische en financiële zaken met het oog op de meerderjarigheid van [minderjarige] geregeld of aangevraagd zijn. De kinderrechter concludeert daarmee dat de opdracht van de bijzondere curator is vervuld. De rechtbank zal de werkzaamheden van bijzondere curator, onder hartelijke dankzegging voor alle geleverde inspanningen, in deze zaak beëindigen. 3De beslissing De kinderrechter beëindigt de werkzaamheden van de bijzondere curator, mr. I.G.M. van Gorkum. Deze beslissing is gegeven door mr. E.E. Schotte, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.