RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/696132 / FA RK 25-9468 Datum beschikking: 5 januari 2025 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [cliënt] , hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] , advocaat: mr. R.P.A. Kint te Zoetermeer. Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 december
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 3 september 2025; - een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 4 december 2025; - een op 3 december 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, F. van der Toorn, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was; - een zorgplan van 21 november
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari
- Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - cliënt, bijgestaan door zijn advocaat; - de specialist ouderengeneeskunde, de heer [naam] . Standpunten ter zitting Door en namens cliënt is naar voren gebracht dat hij het genomen besluit in beginsel begrijpt en erkent dat het huidige verblijf in goed overleg tot stand is gekomen. Tegelijkertijd ervaart cliënt zijn verblijf als saai, sterk beperkend en voor hem onvoldoende passend. De geboden bewegingsvrijheid, bestaande uit enkele minuten per dag naar buiten, vindt hij ontoereikend. Cliënt benadrukt zijn wens om zijn zelfstandigheid en regie over het eigen leven terug te krijgen en kan zich niet voorstellen dat zijn toekomst zo blijvend beperkt zal zijn. Het verblijf in de accommodatie leidt bij hem tot frustratie en gevoelens van ondraaglijkheid, wat ertoe heeft geleid dat hij is weggelopen met de intentie niet terug te keren. Cliënt ervaart zijn verblijf als ondraaglijk en staat open voor een passend alternatief. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De specialist ouderengeneeskunde heeft aangegeven dat cliënt bij binnenkomst in zeer slechte lichamelijke conditie verkeerde. Hij was ernstig verwaarloosd en niet meer mobiel, waarbij zonder hulp een reëel risico bestond op overlijden onder nare omstandigheden. Sinds het verblijf in de accommodatie is de lichamelijke conditie van cliënt verbeterd, met name door de geboden structuur op de afdeling, regelmatige maaltijden en een beter slaapritme. Er wordt ingezet op het aanbieden van dagactiviteiten, echter ervaart cliënt hier weinig aansluiting bij. Cliënt heeft sinds 2024 de diagnose dementie, met een geleidelijk progressief beloop, waardoor terugkeer naar de thuissituatie niet verantwoord wordt geacht. Hij geeft meerdere keren per week aan niet op de afdeling te willen verblijven en heeft pogingen ondernomen om te vertrekken, waaronder een geslaagde poging samen met een medebewoner. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij dementie. Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; - de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, volgt dat cliënt in de thuissituatie ondervoed is geraakt en wonden heeft ontwikkeld, terwijl hij de aangeboden zorg weigerde. Ook is cliënt gedesoriënteerd en niet in staat zelfstandig de weg te vinden, zowel binnen als buiten het verpleeghuis. Daarnaast vertoont hij als gevolg van zijn dementieel beeld hinderlijk gedrag en kan hij verbaal en fysiek agressief reageren bij onbegrip de dementie. Dit leidt tot onaanvaardbare veiligheidsrisico’s. Zo heeft hij een keer een schoonmaakster stevig vastgepakt. De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Het is geen reële optie meer om zelfstandig noch met thuiszorg thuis te wonen. Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat hij zich structureel verzet tegen het verblijf en de aan hem verleende zorg. Gedurende de week doet de cliënt meerdere keren de uiting dat hij niet op de afdeling wil blijven en naar huis wil. Bovendien onderneemt hij pogingen om de accommodatie te verlaten. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. De rechtbank gunt cliënt dat hem passende activiteiten worden aangeboden, hetgeen de acceptatie van zijn verblijf gemakkelijker zou maken. Zoals ter zitting besproken zou de inzet van een buddy een mogelijkheid daarvoor zijn. Beslissing De rechtbank: verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van: [cliënt] , geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] , bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juli
- Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.A. Keulen, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 januari 2026.