← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:2407

RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/695627 / JE RK 25-2074 Datum uitspraak: 6 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 december
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 januari
  4. Daarbij waren aanwezig: - [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling. 1.
  5. De vader en de moeder zijn niet verschenen. De ouders hebben de kinderrechter per e-mail laten weten dat zij niet op de zitting zullen verschijnen. 1.
  6. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven. 2De feiten 2.
  7. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
  8. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 januari 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend tot 19 januari
  10. 3Het verzoek 3.
  11. De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  12. De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek als volgt. De zorgen om [minderjarige 2] zijn gelegen in haar toenemende angstklachten en dat zij heeft last van dwangmatige handelingen. Daarnaast heeft [minderjarige 2] last van de ruzies tussen de vader en [minderjarige 1] en neemt zij de woorden van de vader heel letterlijk, waar zij zich vervolgens zorgen om maakt. [minderjarige 2] staat inmiddels hoog op de wachtlijst bij [instelling 1] om de juiste ondersteuning te krijgen voor haar klachten. Op school wordt al goede ondersteuning geboden. Bij [minderjarige 1] waren langere tijd zorgen omdat hij niet naar school ging. Inmiddels loopt [minderjarige 1] stage en gaat dit goed. [minderjarige 1] kan ingeschreven worden bij [instelling 2] , waar hij coaching, trainingen en een stage kan volgen zodat hij kan doorstromen naar het mbo
  13. Het is nog de vraag of [minderjarige 1] [instelling 2] gaat halen, omdat eerder is gezien dat [minderjarige 1] dichtklapt tijdens gesprekken. De gecertificeerde instelling maakt zich ook zorgen om de communicatie tussen de ouders en de invloed daarvan op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Het lukt de ouders niet om partners in ouderschap te worden en tot overeenstemming te komen. De ouders hebben wel beiden de wens om afspraken te maken over de kinderen. De ouders kunnen hiermee aan de slag bij een gedragswetenschapper van de gecertificeerde instelling. Het komende jaar wil de gecertificeerde instelling gebruiken om te werken aan de communicatie tussen de ouders, het inzetten van gespecialiseerde hulp voor [minderjarige 2] en het in de gaten houden van de schoolgang van [minderjarige 1] . 4De standpunten 4.
  14. Per e-mailbericht van 30 december 2025 hebben de ouders laten weten dat zij instemmen met het verzoek. 5De beoordeling 5.
  15. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.
  16. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 2] heeft in toenemende mate last van angstklachten. Ook heeft zij last van dwanghandelingen, met name wanneer zij bij de vader is. Het is noodzakelijk dat [minderjarige 2] gespecialiseerde hulp krijgt om hiermee om te leren gaan. [minderjarige 2] staat al langere tijd op de wachtlijst bij [instelling 1] om de juiste hulp te krijgen. Het is in het belang van [minderjarige 2] dat de jeugdbeschermer in de tussentijd zoekt naar mogelijkheden om [minderjarige 2] hulp of ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld door middel van een coach of door gesprekken te voeren met iemand op school. De kinderrechter is blij om te horen dat het goed gaat op de stage van [minderjarige 1] . De kinderrechter begrijpt echter de zorgen van de gecertificeerde instelling over hoe de schoolgang van [minderjarige 1] zal gaan wanneer hij instroomt bij [instelling 2] . Een jeugdbeschermer is nodig om dit in de gaten te houden en waar nodig ondersteuning te bieden aan [minderjarige 1] of de ouders. Voor de ouders is het belangrijk dat zij de gesprekken met de gedragswetenschapper gaan voeren en er vanuit daar wordt gekeken of systeemtherapie nodig is voor het gezin. Vanwege deze zorgen is het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer betrokken blijft. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , waartegen geen verweer is gevoerd, verlengen voor de duur van een jaar. 5.
  17. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 5.
  18. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  19. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 17 januari 2027; 6.
  20. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van I.J.C. Eikelenboom als griffier, en op schrift gesteld op 14 januari
  21. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.