RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/697053 / FA RK 26-17 Datum beschikking: 8 januari 2026 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [cliënt] , hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] , advocaat: mr. M. Lindhout te Den Haag. Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 januari
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 20 januari 2025; - een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 18 november 2025; - een op 23 december 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, K.J. van Tol-Hermsen, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was; - een zorgplan van 21 november
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 januari
- Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - cliënt, bijgestaan door zijn advocaat; - de basisarts, mevrouw [naam 1] ; - de zoon van cliënt, de heer [naam 2] . Standpunten ter zitting Door en namens cliënt is naar voren gebracht hij terug naar huis wil. Hij geeft aan dat hij goed slaapt en de zorg en hulp niet meer nodig heeft. Cliënt stelt dat het goed met hem gaat, in tegenstelling tot voor de opname. De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. Cliënt geeft aan het liefst naar huis te willen en is van mening dat het thuis goed kan gaan. Hij vindt dat er geen sprake is van ernstig nadeel en verzet zich tegen het voortduren van het verblijf in de accommodatie. De basisarts heeft aangegeven dat cliënt goed eet en drinkt en alle aangeboden zorg accepteert. Uit de rapportages en in overleg met de zorg blijkt dat het beter gaat dan aan het begin van de opname. Echter, is de fixatie op zijn echtgenoot nog steeds aanwezig. De nachtrust blijft verstoord door aanhoudende onrust in de nacht. Met cliënt gaat het op de afdeling beter dankzij de geboden structuur, wat bijdraagt aan meer rust en stabiliteit. De zoon heeft aangegeven dat zijn vader niet meer gezond genoeg is om thuis te wonen vanwege incontinentie, dementie en moeite met lopen. Dit is de reden geweest om hem elders te laten wonen. Hij krijgt de goede zorg in de huidige accommodatie. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten uitgebreide neurocognitieve stoornis. Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Cliënt is niet meer in staat om zelfstandig voor zichzelf te zorgen en is volledig afhankelijk van zijn echtgenote voor de dagelijkse verzorging en begeleiding bij het lopen. Cliënt is ‘s nachts onrustig en dwaalt door de woning. Daarbij geeft hij aan visuele hallucinaties te ervaren en is hij incontinent, waardoor de echtgenoot onvoldoende nachtrust krijgt. Door gehoorverlies van cliënt worden instructies van de echtgenote niet goed begrepen, hetgeen leidt tot irritaties en spanningen binnen de relatie. De echtgenote ervaart zelf gezondheidsproblemen en is daardoor niet langer in staat om de zorg te bieden die cliënt nodig heeft. Voornoemde omstandigheden resulteren in aanzienlijke fysieke en emotionele belasting voor de echtgenote. De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Hij vertoont verbaal verzet, waarbij hij herhaaldelijk aangeeft niet in de accommodatie te willen zijn. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. Beslissing De rechtbank: verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van: [cliënt] , geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] , bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juli
- Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Kleine, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 januari 2026.