← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:2665

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-8280 Zaaknummer: C/09/675869 Datum beschikking: 13 januari 2026 Hoofdverblijfplaats en zorgregeling Beschikking op het op 21 november 2024 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman te Leiderdorp. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden. Als informant wordt aangemerkt: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. Procedure Bij beschikking van 14 januari 2025 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling aangehouden in afwachting van het onderzoek van de Raad. De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: het F9-formulier van 16 januari 2025 van de zijde van de vader; het rapport van de Raad van 3 april 2025. De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken. Op 16 december 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de advocaat van de moeder; [naam] , namens de gecertificeerde instelling. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting. Beoordeling De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist. Hoofdverblijfplaats en zorgregeling Raadsrapport Uit het raadsrapport is – kort samengevat – het volgende gebleken. Er is sprake van een zorgelijke thuissituatie. De ouders maken al jarenlang ruzie met elkaar in het bijzijn van de kinderen. Daarbij is er (mogelijk) sprake van laagbegaafdheid binnen het gezin, hebben [minderjarige 2] en [minderjarige 1] een ontwikkelingsachterstand en vertonen zij kenmerken van een autismespectrumstoornis. De ouders zijn deels bereid, maar onvoldoende in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging voor de kinderen weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Gelet op de bevindingen uit het onderzoek heeft de Raad verzocht om een ondertoezichtstelling van de kinderen voor de duur van één jaar. Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank de kinderen met ingang van 28 april 2025 tot 28 april 2026 onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling. De Raad heeft in haar rapport geadviseerd de beslissingen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling aan te houden. Zij heeft dit als volgt gemotiveerd. De ouders wonen samen met de kinderen in één woning. Het is onduidelijk welke ouder in deze woning wil blijven wonen en of en wanneer één van de ouders een andere woning krijgt. Daarbij is de moeder niet meer in contact met de Raad, wil zij niet meewerken aan de birdnesting en is het onduidelijk in hoeverre met hulpverlening een verbetering van de opvoedvaardigheden van de ouders kan worden verwacht. Verder is de Raad van mening dat [zorginstantie 1] en [zorginstantie 2], in combinatie met de ondertoezichtstelling, hulp kunnen bieden aan het gezin. Standpunten vader De vader heeft op de zitting – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht. De ouders hebben enige tijd apart van elkaar gewoond. In die tijd kwam de moeder regelmatig bij de vader en de kinderen op bezoek. Uiteindelijk is de moeder in de zomer van 2025 weer bij de vader (en de kinderen) ingetrokken. Volgens de vader was het niet zijn intentie om de (liefdes)relatie te herstellen. De vader draagt op dit moment alleen de zorg en opvoeding voor de kinderen. Ook het volledige huishouden komt voor zijn rekening. Hierdoor kan hij niet werken en is het gezin afhankelijk van de uitkering van de moeder. De moeder ligt volgens de vader veel op bed en heeft weinig contact met de rest van het gezin. De vader is van mening dat het bepalen van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem zal zorgen voor meer rust bij de kinderen. Daarnaast kan hij hierdoor op de wachtlijst worden geplaatst voor een eigen woning, zodat het uiteengaan van de ouders feitelijk kan worden gerealiseerd. De vader verzoekt de beslissing ten aanzien van de zorgregeling aan te houden. Standpunten moeder Namens de moeder is op de zitting verzocht de beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling aan te houden. Volgens de advocaat van de moeder zijn er te veel onduidelijkheden om op dit moment een adequate beslissing hierover te nemen. Standpunten gecertificeerde instelling De gecertificeerde instelling is in mei 2025 betrokken geraakt. Sindsdien is de gehele gezinssituatie erg veranderd. Ten tijde van het raadsrapport waren de ouders uit elkaar. Ook is de moeder een tijdje ergens anders gaan wonen. In juni/ juli 2025 is de moeder weer bij de vader (en de kinderen) ingetrokken en zijn zij opnieuw een relatie aangegaan. Daarbij lag de zorg en opvoeding van de kinderen grotendeels bij de vader. Volgens de gecertificeerde instelling gaat het recent weer moeizamer tussen de ouders. De relatie van de ouders is erg onstabiel, hetgeen effect heeft op de kinderen. Daarnaast is het traject bij [zorginstantie 1] nooit van de grond gekomen, omdat de ouders weer in een relatie kwamen. Ook [zorginstantie 2] is niet (meer) betrokken. Wel hebben de ouders recent kennisgemaakt met een systeemtherapeut van [zorginstelling]. Het is nog niet duidelijk of deze therapie aansluit bij de behoefte van de ouders en de kinderen. Inhoudelijke beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De ouders wonen op dit moment samen met de kinderen in één woning. Daarbij bestaat onduidelijkheid over de actuele aard en stabiliteit van de relatie van de ouders. Zij lijken in de afgelopen periode een knipperlichtrelatie te hebben gehad. Het is de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden hoe zij hun relatie, en daarmee hun gezin, in de toekomst vorm willen geven. De vader wil dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem wordt bepaald, zodat hij in aanmerking kan komen voor een eigen woning. Gezien de wisselende relatie van de ouders acht de rechtbank het op dit moment onvoldoende zeker dat de moeder bij toewijzing van een tweede woning niet opnieuw bij de vader zal intrekken. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de (definitieve) beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling voor de duur van zes maanden aanhouden zodat zij na verloop van deze tijd de nadere informatie van de gecertificeerde instelling en de systeemtherapeut kan betrekken bij haar oordeel over de voorliggende verzoeken. Beslissing De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van 14 januari 2025 van deze rechtbank –: * houdt iedere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling aan tot 15 juli 2026 pro forma. Deze beschikking is gegeven door mr. G. Zeben-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.