Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-5493 Zaaknummer: C/09/688795 Datum beschikking: 16 januari 2026 Gezag, hoofdverblijfplaats Beschikking op het op 18 juli 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A. Hayaty te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Ben Ahmed te Rotterdam. De rechtbank merkt aan als informant: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, de gecertificeerde instelling. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift. Op 19 december 2025 heeft een gecombineerde zitting plaatsgevonden, waarop ook het (aangehouden) verzoek van de gecertificeerde instelling is behandeld met betrekking tot de uithuisplaatsing van [de minderjarige] (geregistreerd onder kenmerk C/09/693741). Hierin is op 19 december 2025 mondeling uitspraak gedaan. Op de zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder (via een telefonische verbinding), bijgestaan door haar advocaat en een tolk: M. Hautemann; [naam 1] en [naam 2] namens respectievelijk de gecertificeerde instelling en het Landelijk Expertise Team (LET). Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot: - beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder voortaan alleen het gezag over [de minderjarige] zal hebben; - vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Feiten - Partijen hebben een affectieve relatie gehad. - Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: - [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] ; - De vader heeft [de minderjarige] erkend. - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit. - Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 december 2024 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling en is een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 11 maart 2025. - Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 7 maart 2025 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling en is een machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder verleend tot 7 maart 2026. [de minderjarige] is nadien weer teruggeplaatst bij de moeder. - De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 2025 [de minderjarige] uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg van 6 november tot 28 december 2025 en het verzoek voor het overige aangehouden. - Bij beschikking van deze rechtbank van 13 november 2025 is een verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling afgewezen en is het verzoek van de moeder om de vader de omgang te ontzeggen eveneens afgewezen. - De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 december 2025 (in voornoemde procedure met zaaknummer C/09/693741) [de minderjarige] uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg van 28 december 2025 tot 6 maart 2026. - De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Colombiaanse nationaliteit. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek inzake het gezag en de hoofdverblijfplaats. Gezag Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.