← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:2898

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-9465 Zaaknummer: C/09/696125 Datum beschikking: 16 januari 2026 Meerderjarigverklaring Beschikking op het op 12 december 2025 ingekomen verzoekschrift van: De Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden, hierna: de Raad. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de minderjarige moeder] , de minderjarige moeder, hierna ook: [de minderjarige moeder] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader van de minderjarige moeder] , de vader van de minderjarige moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de moeder van de minderjarige moeder] , de moeder van de minderjarige moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift, met bijlagen. Op 9 januari 2026 heeft een gecombineerde zitting plaatsgevonden van zowel het onderhavige verzoek als het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling van het kind van de minderjarige moeder, [de minderjarige] (C/09/696108 / JE RK 25-2127). Op de zitting zijn verschenen: de minderjarige moeder; de vader; [naam 1] namens de Raad; [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. De ouders van de minderjarige moeder zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen. Verzoek Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank de minderjarige moeder meerderjarig zal verklaren. Feiten De minderjarige moeder [de minderjarige moeder] is geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] . Zij is de dochter van de vader en de moeder voornoemd. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige moeder] . Uit de minderjarige moeder is geboren: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats] ; [de minderjarige] is erkend door de vader. Beoordeling Meerderjarigverklaring Op grond van artikel 1:253ha lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, op verzoek van de moeder of de Raad, een verzoek worden gedaan om een minderjarige vrouw die haar kind wil verzorgen en opvoeden en indien zij de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, meerderjarig te verklaren. Indien het verzoek wordt gedaan door de Raad, is hiervoor de schriftelijke toestemming van de minderjarige moeder vereist. De kinderrechter willigt het verzoek slechts in, indien hij de meerderjarigverklaring in het belang van de moeder en haar kind wenselijk oordeelt. Indien een ander is belast met het gezag, wordt de moeder ten gevolge van de meerderjarigverklaring voortaan daarmee belast. Door geen van de belanghebbenden is verweer gevoerd tegen het verzoek. De rechtbank overweegt als volgt. Na de geboorte van [de minderjarige] waren de ouders in de veronderstelling dat zij het gezamenlijk het gezag hadden verkregen over [de minderjarige] . Gelet op de minderjarigheid van de moeder is dat niet het geval. Er is daardoor een gezagsvacuüm ontstaan. De Raad heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de wenselijkheid van het meerderjarig verklaren van de minderjarige moeder, zodat zij het gezag over [de minderjarige] kan gaan uitoefenen. Op basis van het onderzoek concludeert de Raad dat zij dit in het belang van [de minderjarige] vinden. In de afgelopen periode is gebleken dat de moeder zich verantwoordelijk opstelt en voorziet in de basiszorg van [de minderjarige] , zoals van een jonge moeder mag worden verwacht. De moeder heeft werk en zal in februari 2026 weer starten met school. Zij staat open voor adviezen en zoekt zelf hulp als ze vragen heeft. Hoewel er ook zorgen bestaan, bijvoorbeeld over de communicatie met de vader, is de rechtbank met de Raad van oordeel dat deze zorgen niet dermate zijn dat zij zich verzetten tegen het meerderjarig verklaren van de moeder. Voor zover er nog begeleiding en ondersteuning nodig wordt geacht, kan dit worden ondervangen met een eventuele ondertoezichtstelling van [de minderjarige] , zoals eveneens verzocht door de Raad en waarop in de procedure met zaaknummer (C/09/696108 / JE RK 25-2127) zal worden beslist. Gezag De meerderjarigverklaring van de moeder leidt ertoe dat de moeder van rechtswege met het gezag over [de minderjarige] wordt belast, zo volgt uit artikel 1:253b lid 2 BW. Hoewel de vader [de minderjarige] heeft erkend, leidt dat er in deze situatie niet toe dat hij automatisch ook met het gezag is belast; dat gebeurt enkel in het geval de moeder achttien jaar wordt en daardoor meerderjarig wordt, zo leidt de rechtbank af uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 1:253ha BW (Kamerstukken II 2021/22, 34605, H, p. 3 en Handelingen I 2021/22, nr. 21, item 11, p. 20). Op de zitting hebben de ouders aangegeven dat zij graag samen het gezag over [de minderjarige] willen hebben, omdat zij ook gezamenlijk voor haar willen zorgen. Daarom is besproken dat zij, na de ontvangst van onderhavige beschikking, binnen één week het gezamenlijk gezag zullen laten aantekenen in het gezagsregister en hiervan een bevestiging zullen toesturen aan de rechtbank. Beslissing De rechtbank: verklaart met ingang van heden meerderjarig: - [de minderjarige moeder] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 16 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.