← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:3105

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL24.11141 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F. Boone), en de minister van Asiel en Migratie , (gemachtigde: mr. E. Sweerts). Procesverloop Bij besluit van 7 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor een zitting op 18 december

  1. Verweerder heeft op 11 december 2025 te kennen gegeven dat eiser op 1 november 2024 is uitgezet naar China. Daarbij heeft verweerder de rechtbank verzocht zich uit te laten over het procesbelang in deze zaak. Bij bericht van 12 december 2025 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om zijn standpunt hierover kenbaar te maken. De gemachtigde van eiser heeft op 14 december 2025 te kennen gegeven dat het contact met eiser verloren is gegaan. Daarbij heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank verzocht om uitspraak te doen zonder zitting. Bij bericht van 15 december 2025 heeft verweerder het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van procesbelang en de rechtbank toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder zitting. Nadat beide partijen toestemming hebben gegeven om zonder zitting uitspraak te doen, heeft de rechtbank op 5 januari 2026 het onderzoek gesloten. Overwegingen
  2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
  3. Verweerder heeft bij bericht van 11 december 2025 te kennen gegeven dat eiser op 1 november 2024 is uitgezet naar China. Dit blijkt ook uit een meegestuurde bijlage.
  4. Bij bericht van 14 december 2025 heeft de gemachtigde van eiser te kennen gegeven dat het contact met eiser verloren is gegaan.
  5. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8227 en 15 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1620 overweegt de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het door hem tegen het besluit van 7 maart 2024 ingestelde rechtsmiddel, nu hij op dit moment geen contact meer heeft met zijn gemachtigde over deze procedure. Reeds hierom heeft eiser geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep.
  6. Het beroep is dus niet-ontvankelijk.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. de Vries, rechter, in aanwezigheid van A.R. de Groot, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.