RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.54482 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser, geboren op [geboortedatum] , van Ethiopische nationaliteit, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. B.H. Werink), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. F.E.J. Evers). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven, omdat het besluit meerdere gebreken bevat. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 31 oktober 2025 in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een voogd van Nidos, een tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij niet kan terugkeren naar Ethiopië, omdat hij een doelwit is van de autoriteiten. Nadat een grote lokale artiest vermoord werd, hebben eisers vader en broer meegedaan aan een demonstratie. Eisers vader werd opgepakt en zijn broer is gevlucht. De autoriteiten hebben tegen eisers moeder gezegd dat ze zijn broer binnen twee dagen bij hen moest brengen. Vervolgens zijn eiser en zijn moeder naar Soedan gevlucht. Eisers vader zit bij de WBO/OLF strijders. Zij strijden voor de vrijheid van de Oromo. Als zoon van zijn vader wordt eiser ook gezien als tegenstander. Daarom vreest eiser bij terugkeer vermoord te worden door de autoriteiten. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Inval bij eiser thuis door de autoriteiten naar aanleiding van de demonstratie na dood van Hachalu; 3. Eisers vermeende betrokkenheid bij de WBO/OLF door de autoriteiten. De minister vindt de eerste twee asielmotieven geloofwaardig, maar vindt het niet geloofwaardig dat de autoriteiten eiser verdenken van betrokkenheid bij de WBO. Zo heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn vader daadwerkelijk lid is van de WBO en eiser daarom als tegenstander wordt gezien. Volgens de minister zijn eisers verklaringen over de rol van zijn vader bij de WBO summier, ongerijmd en gebaseerd op verklaringen van derden. Aangezien dit de reden is dat eiser stelt niet terug te kunnen keren naar Ethiopië, mag volgens de minister van hem verwacht worden dat hij dit aannemelijk kan maken. Tot slot concludeert de minister dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid voor amv omdat uit rapporten blijkt dat er voor eiser adequate opvang aanwezig is in Ethiopië. Vermeende betrokkenheid bij WBO/OLF 5. Eiser voert ten eerste aan dat niet blijkt of en hoe de minister rekening heeft gehouden met de leeftijd van eiser en met zijn geringe opleiding. De minister heeft geen referentiekader opgesteld. Verder voert eiser aan dat de minister het ten onrechte niet geloofwaardig vindt dat de autoriteiten hem verdenken van betrokkenheid bij de WBO. De minister vindt het geloofwaardig dat na de demonstratie een inval in hun huis is geweest waarbij eisers vader is opgepakt. Volgens eiser staat het daarom niet ter discussie dat zijn familie, in ieder geval zijn vader, door de autoriteiten werd gezien als een tegenstander. Eisers moeder heeft hem verteld dat zijn vader al lang voor de arrestatie actief was voor de WBO. Dit verklaart waarom de autoriteiten na de demonstratie juist bij hen binnenvielen. Bovendien is eiser later gebeld door een neef die vertelde dat zijn vader zich weer bij de WBO had aangesloten. Dit betekent dat er zeer sterke aanwijzingen zijn dat eisers vader door de autoriteiten nog steeds met de WBO wordt geassocieerd. Eiser vreest dat hij als zoon van zijn vader ook gevaar loopt. Hierbij wijst eiser op het recentste ambtsbericht van Ethiopië waaruit blijkt dat veiligheidstroepen partijen onder druk zetten door familieleden te bedreigen, te arresteren of zelfs te doden. Ook in een ander rapport is te lezen dat familieleden van strijders gevaar lopen. De minister houdt bij deze beoordeling volgens eiser onvoldoende rekening met zijn leeftijd en dat hij slechts drie jaar onderwijs heeft gevolgd in Ethiopië. Eiser kan maar een klein beetje lezen en schrijven in zijn eigen taal. Het is logisch dat een jong kind niet veel weet over bepaalde onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de WBO. Op de zitting heeft de voogd van Nidos hieraan toegevoegd dat er vragen zijn over de mate van begrip van eiser. Onderzoek doen naar de WBO behoort niet tot zijn mogelijkheden. 5.1. De beroepsgrond slaagt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voor eiser ten onrechte geen referentiekader vastgesteld en vervolgens onvoldoende rekening gehouden met de jonge leeftijd van eiser en zijn geringe opleiding. Gelet hierop heeft de minister onvoldoende toereikend gemotiveerd waarom eisers verklaringen over de WBO en de rol van zijn vader daarbij summier en ongerijmd zouden zijn. Zo was eiser nog maar negen jaar oud toen zijn vader werd gearresteerd en hij met zijn moeder is gevlucht, elf jaar oud toen hij het contact met zijn moeder verloor en veertien jaar oud toen hij werd gebeld door een neef die informatie had over zijn vader. De minister heeft onvoldoendegemotiveerd waarom van eiser ondanks zijn jonge leeftijd en geringe opleiding verwacht mocht worden dat hij meer had kunnen verklaren dan hij heeft gedaan. 5.2. Gelet op het voorgaande heeft de minister zijn conclusie over de geloofwaardigheid van het derde asielmotief niet deugdelijk gemotiveerd. Het beroep is alleen hierom al gegrond. Nu het niet aan de rechtbank maar aan de minister is een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling te maken, zal de minister de geloofwaardigheid van dit asielmotief opnieuw moeten beoordelen met inachtneming van wat de rechtbank heeft overwogen. Gezien de verklaring ter zitting van de voogd van Nidos geeft de rechtbank de minister in overweging om de bevindingen van Nidos bij de beoordeling te betrekken. In het kader van de finale geschilbeslechting zal de rechtbank ook de andere beroepsgrond beoordelen. Onderzoek naar adequate opvang 6. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat voor hem adequate opvang beschikbaar is bij opvanginstelling Bright Star Relief in Ethiopië. Hierbij voert eiser aan dat de minister het primaire doel, terugkeer naar zijn ouders, onvoldoende heeft onderzocht. Dat eiser verklaart geen contact met zijn ouders te hebben, betekent niet dat de minister dit niet verder moest onderzoeken. Er mocht van de minister verwacht worden dat hij zou proberen eisers ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.