Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-8152 Zaaknummer: C/09/675641 Datum beschikking: 20 januari 2026 Gezag Beschikking op het op 5 november 2024 ingekomen verzoekschrift van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.R. Bissessur in 's-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen; het bericht van 26 november 2024 van de moeder, met bijlage; het bericht van 28 november 2024 van de moeder, met bijlagen; het e-mailbericht van 9 mei 2025 van de moeder; het bericht van 27 november 2025 van de moeder; het e-mailbericht van 1 december 2025 van de vader; het bericht van 22 december 2025 van de moeder, met bijlagen. Op 23 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is, hoewel hij is opgeroepen op het adres waar hij volgens de moeder feitelijk verblijft en via de Staatscourant, niet op de zitting verschenen. De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Feiten De moeder en de vader zijn gehuwd geweest. Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] . De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast. De kinderen staan volgens de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres bij de moeder. De moeder en de kinderen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat het gezamenlijk gezag wordt gewijzigd in eenhoofdig gezag in die zin dat alleen de moeder wordt belast met het uitoefenen van het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vader heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de Brussel II ter-verordening (nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht om te beslissen op het verzoek van de moeder. De rechtbank past op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 Nederlands recht toe op het verzoek Gezag De moeder verzoekt om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en haar voortaan met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten. Volgens de moeder zijn de omstandigheden gewijzigd en is gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen. De vader geeft geen invulling aan het ouderlijk gezag en er is niet of nauwelijks communicatie met de vader mogelijk. Hij woont in Engeland en heeft al geruime tijd geen contact met de kinderen. Volgens de moeder is hij ook niet betrokken bij de opvoeding en ontwikkeling van hen. Voor de moeder is het daardoor onmogelijk om gezamenlijk met de vader gezagsbeslissingen te nemen. Als gevolg daarvan kunnen belangrijke beslissingen ten aanzien van de kinderen niet of in ieder geval niet voortvarend worden genomen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd, indien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.