RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.42536 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. M. Rasul), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding
- Deze uitspraak gaat over het derde beroep dat eisers hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) van 25 mei
- Dit beroep heeft van rechtswege ook betrekking op het alsnog genomen besluit. 1.
- De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank Is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvankelijk?
- Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moet eiser de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat hij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen. Bij een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig.
- Op 27 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Omdat door de minister alsnog een besluit is genomen, is er voor de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvragen dient te nemen.
- Het beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk. Is het beroep tegen het alsnog genomen besluit gegrond?
- Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit. Met het bericht van 28 oktober 2025 is aan eisers het volgende gevraagd: “Bent u het niet eens met het besluit, dan verzoek ik u om binnen 4 weken, dus uiterlijk op dinsdag 25 november 2025, uit te leggen waarom u het hier niet mee eens bent.” Ook vermeldt het bericht “Als u niet binnen de gestelde termijn reageert, behandelt de rechtbank uw beroep verder op grond van uw oorspronkelijke beroepschrift.” De rechtbank stelt vast dat eisers geen gronden hebben ingediend die zien op het alsnog genomen besluit. Dit betekent dat het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit kennelijk ongegrond is. Welke dwangsom legt de rechtbank op?
- De minister hoeft geen bestuurlijke dwangsom te betalen. Daarnaast bestaat er geen aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen, omdat de minister is tegemoet gekomen aan het verzoek van eisers en alsnog heeft beslist op zijn aanvragen. Conclusie en gevolgen
- Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond.
- Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep terecht ingediend, en moet de minister de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. De te vergoeden proceskosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk; verklaart het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond; veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:
- Artikel 8:55d van de Awb. Artikel 6:20, derde lid, van de Awb. ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:
- Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.